Home » Preekarchief » Preken 2017 » 29 oktober 2017

29 oktober 2017

OVERWEGING DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 29 OKTOBER 2017
(Ex. 22,20-26 en Mt. 22,34-40)(A)

Voor u staat een trotse en gelukkige pastoor. Trots en gelukkig vanwege het feit dat onze St. Bonifatiusparochie in de loop van de jaren uitgegroeid is tot een geloofsgemeenschap bestaande uit mensen afkomstig uit praktisch alle landen van de wereld. Oost, West, Noord en Zuid, ze zijn hier allemaal vertegenwoordigd. En ze voelen zich, naar ik hoop, ook allemaal thuis. Want onze parochie is een huis voor iedereen! Iedere mens die gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is en dat Jezus voor onze zonden is gestorven en verrezen en die dat geloof wil vieren en beleven in eenheid met de bisschop van ons bisdom en met de bisschop van Rome, ja, ik hoop echt dat die mens zich ook daadwerkelijk thuis voelt in deze gemeenschap. Waar hij of zij ook vandaag komt, waar zijn wieg ook heeft gestaan, het maakt allemaal niets uit. Deze parochie is jouw parochie en jouw kerk. En de nieuwe kerk die wij gaan bouwen is dan ook de kerk van al diezelfde mensen. Wij zijn allemaal lid van dezelfde familie ongeacht de kleur van ons huidje.

Wat mij in deze verbaast en ergert is de toon en de aard van de discussies rond vreemdelingen en vluchtelingen. Het is meestal agressief en defensief en het staat in mijn ogen ook mijlenver af van onze joods-christelijke traditie, de traditie die de felste tegenstanders van de komst en aanwezigheid van vluchtelingen en vreemdelingen nu juist zeggen te willen beschermen. Niet toevallig wordt die discussie dan ook vooral gedomineerd door secularisten, door mensen die helemaal losgeraakt zijn van het christendom. Die de kerk en het geloof allang vaarwel hebben gezegd. Maar met het badwater hebben zij ook het kind weggespoeld en is er niets wezenlijks of niets positiefs voor in de plaats gekomen. En juist zij voelen zich bedreigd door mensen die wel een sterke identiteit hebben. En daar lopen zij dan tegen te hoop. Met onnodig veel polarisatie tot gevolg.

Want spreken de lezingen van dit weekend geen duidelijke taal? Het is toch zonneklaar dat de eerste lezing rept over het feit dat het joodse volk zelf ooit eens vreemdeling is geweest en dat hun God partij kiest voor de zwaksten en dat er omwille van deze twee feiten ook een plicht bestaat om solidair te zijn met de hulpbehoevende naaste, dus geen verre onbekende, maar de mens die hier midden onder ons leeft. In niet mis te verstane bewoordingen laat God zijn volk weten dat vreemdelingen goed behandeld moeten worden. ‘Vergeet niet dat jezelf ook ooit vreemdeling bent geweest in Egypte’, zegt God. ’Doe vreemdelingen in je eigen land daarom recht, want Ik heb medelijden met hen. Wil je verzekerd zijn van mijn liefde’, zegt God, ‘probeer je dan te verplaatsen in nieuwkomers en wees goed voor hen! Wie dat niet doet, houdt niet echt van Mij’. Liefde voor God en zorg voor vreemdelingen horen bij elkaar. Jezus vat dat samen in: ‘God liefhebben en je naaste als jezelf’

Maar ja, wie is dan mijn naaste? Wie is dat? Alleen ons soort mensen? Vanuit het perspectief van Jezus en zijn hemelse Vader is dat helemaal geen vraag. Iedere mens is onze naaste of het nu onze bejaarde buurman is die hier tachtig jaar geleden geboren en getogen is of een Syrisch vluchtelingengezin dat in afwachting is van een definitieve verblijfsstatus. Vanuit Gods gezichtspunt heeft ieder mens het recht om als naaste te worden bejegend. Dat wil zeggen met echte gastvrijheid en echt medeleven.

Afgelopen vrijdag vierde ons Maatjesproject in kleine kring haar eenjarig bestaan. Het was een klein feestje met taart en wat toespraakjes. In die toespraakjes werd in herinnering geroepen wat echte zorg voor vreemdelingen en vluchtelingen inhoudt: je wordt een maatje voor je medemens. Je trekt een tijdje met hem op en wijst hem de weg. Je helpt hem met de Nederlandse taal maar je stelt je ook open voor zijn ideeën en achtergrond. Je probeert je ook te verplaatsen in hoe het is om land, huis, baan, bezittingen en burgerrechten kwijt te raken, om alles kwijt te raken en staatloos en rechteloos te zijn.

De filosoof Joke Hermsen noemt dat een ‘verbreed bewustzijn’. Ook aan onze kant dient er dus wat te gebeuren: er dient openheid te komen. En verder is het natuurlijk aan de politici om alles in goede banen te leiden. Er zijn vanzelfsprekend altijd grenzen aan wat mensen aankunnen of wat een land aankan. Maar zowel voor de politici als voor ons gewone stervelingen geldt: dit is alleen mogelijk met echte, onvoorwaardelijke liefde voor de medemens. Dat God ons die liefde in overvloed mag schenken, vooral nu zoveel mensen op de vlucht zijn en op andermans gastvrijheid zijn aangewezen.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers