Home » Preekarchief » Preken 2017 » 3 december 2017

3 december 2017

OVERWEGING EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 3 DECEMBER 2017
(Jes. 63,16b-17.19b;64,2b-8 en Mc. 13,33-37(B)

Op deze eerste zondag van de adventstijd lezen we een fragment uit de laatste hoofdstukken van de profeet Jesaja. Hoofdstukken die in de tijd na de ballingschap zijn ontstaan. De Judeeërs zijn teruggekeerd naar Jeruzalem; ze hebben de verwoeste tempel provisorisch herbouwd, maar de rest van de stad ligt nog compleet in puin. Maar er was al die tijd ook nog een groepje joden in Jeruzalem achtergebleven. De terugkomst van die hele grote groep repatrianten riep dan ook, heel begrijpelijk, spanningen op bij die achterblijvers. In die situatie van verdeeldheid en verwarring is dit fragment ontstaan. Jesaja probeert in deze chaos woorden te zoeken die de gemoedstoestand van de mensen vertolken: de vraag naar het waarom van de ellende. ‘Waarom?’ en ‘Hoelang nog?’. Het zijn vragen van bijna elke lijdende mens. Volgens Jesaja had dat alles te maken met het eigen gedrag, met de eigen handel en wandel. Het volk had in zijn ogen God verlaten. Ze leefden alleen maar voor zichzelf en hadden God niet meer nodig. En er werd daarom geen gerechtigheid meer gedaan.

Maar gelukkig is er de trouw van God die groot genoeg is om het gekwetste Israël te helen. Deze God die ondanks alles hun Vader wil blijven. Tot Hem klinkt in de eerste lezing dan ook vol vertrouwen maar ook de dringend de kreet: ‘Scheur toch de hemel open en daal af, God’. En vervolgens wordt Hij herinnerd aan zijn eigen heilsdaden in het verleden en aan de betekenis van zijn naam: ‘Gij zijt toch onze Vader; van oudsher heet Gij toch onze verlosser’. ‘Als bladeren zijn wij afgevallen, en de wind van onze zonden heeft ons meegevoerd’. Maar op U, op U, vertrouwen wij. Kom, kom ons redden.

Er zijn misschien mensen die het gevoel hebben dat dit gebed van Jesaja ook voor onze tijd geschreven is. Zij wijzen daarbij op allerlei ontwikkelingen in onze maatschappij. Op de komst van miljoenen vluchtelingen of op de toename van de moslimbevolking en sommige politici zien zelfs het einde van het Avondland daadwerkelijk naderen en zeggen dat het één voor twaalf is. Dat is misschien zo, maar het toont ongemerkt misschien ook iets van het ingeslopen eigen ongeloof, van de eigen twijfels en onzekerheden. Dat zijzelf in de loop van de tijd ontrouw zijn geworden aan hun eigen identiteit. En daarbij vergeten ze één ding, één fundamenteel ding: dat ‘de heer van het huis’ telkens opnieuw in steeds nieuwe omstandigheden terugkomt om ons dus steeds weer opnieuw de kans te geven de handen uit de mouwen te steken en trots op onszelf te zijn. Dus voor wie het zien wil, zijn er nog genoeg kansen om de hand aan de ploeg te slaan. Aarzelend misschien, maar wel positief. En dan misschien ook proberen te bidden. Wellicht met woorden als: ‘Gij, Heer, zijt onze Vader. Wij zijn het leem, Gij de boetseerder. Wij zijn slechts het werk van uw handen’. Dat Bijbelse gebed spreekt een taal van hoop, vertrouwen en verwachting. En de mens die leeft vanuit de Bijbel heeft daarom altijd toekomst en die leeft vanuit die toekomst, die hoeft niet pessimistisch te zijn.

Want door het bidden van die mens – met of zonder woorden – door de handel en wandel van die mens, komt God van Jezus Christus ook in onze tijd tot spreken en tot zijn in onze wereld. Want het gaat inderdaad niet alleen om spreken maar ook om handelen. In het evangelie lezen we: ‘Het is ermee als met een man die in het buitenland vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, en aan ieder zijn taak aangewezen’. God heeft de wereld geschapen door zich terug te trekken, dus het beheer ervan heeft Hij de mensen in de handen gelegd. En Jezus heeft ons opnieuw op die hoge menselijke roeping gewezen, en die voorgeleefd. Maar ook Hij trok zich terug. Ook Hij heeft het beheer aan zijn dienaars overgedragen. Hij heeft ons alle volmachten gegeven. Precies dezelfde volmachten die Hemzelf waren gegeven. Niet meer en niet minder.

En dan hoeven wij er ook niet verbaasd over te zijn dat we onverschilligheid of tegenwerking of negativiteit ontmoeten en dat onze idealen ook niet zomaar worden gerealiseerd. Dat heeft Jezus ook aan den lijve ondervonden. Maar net als Hij zouden wij in ieder geval altijd en overal de hoogste prioriteit moeten geven aan de liefde. Net als Hij zouden wij in onze eigen omgeving – met of zonder woorden – door ons doen en laten God tot spreken en tot zijn kunnen brengen in onze wereld. Hoe? Door waakzaam te zijn.

‘Wees waakzaam, want ge weet niet wanneer de heer des huizes komt; laat hij u niet slapend vinden’, waarschuwt Jezus in het evangelie. De redding kan niet van God alleen komen. Menselijke medewerking is vereist, openheid, ontvankelijkheid, aandacht, alertheid om te handelen wanneer dat moet. Positiviteit. In de zakenwereld, op de beursvloer moet je voortdurend alert zijn. In de sport kom je een heel eind met scherp zijn. In de wereld die we aanduiden als ‘het komende koninkrijk’, moeten we vooral waakzaam zijn; anders falen we als profeten en beheerders.

En dat kunnen we. Ons is het beheer overgedragen door aan allen recht te doen: aan vriend en vreemdeling, aan man en vrouw, aan jong en oud, aan jood en Griek, aan slaaf en vrije man. En dat is gaandeweg de tien geboden doen. Dan komt het Rijk Gods. Daar proberen we in de Advent naar toe te leven. De dagen worden korter, de natuur stiller, misschien ook de harten meer ingekeerd dan in de rest van het jaar, vol verwachting naar de komst van het kind in de kribbe.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers