Home » Preekarchief » Preken 2017 » 3 december GV

3 december GV

OVERWEGING GEZINSVIERING EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 3 DECEMBER 2017
(Mt. 24.37-44)

Er brandt een kaarsje in de adventskrans. De andere drie branden nog niet. Dat eerste kaarsje hebben we aangestoken omdat de advent vandaag is begonnen. En elke week steken we een kaarsje meer aan. Die kaarsjes helpen ons om ons voor te bereiden.

Ja, maar waar moeten wij ons op voorbereiden? Op het kerstfeest, het feest van de geboorte van Jezus. Nu elke vader en moeder die een kindje verwachten bereiden zich ook voor op de geboorte van hun kind. Ze maken het wiegje klaar, ze kopen kleertjes, ze gaan een naam voor hun kindje bedenken. Het zijn allemaal voorbereidingen.
Maar hoe kunnen wij ons nou voorbereiden op de geboorte van Jezus? Moeten wij ook een wieg gaan kopen of kleertjes? Nee, natuurlijk!

Wat dan wel? We hoorden het in het evangelie: wij moeten waakzaam zijn!
Waakzaam zijn? Wat is dat nou weer? Nou, dat je goed wakker bent en goed oplet. Zo moet je altijd waakzaam zijn op de fiets of als je achter het stuur van je auto zit. Je moet ook waakzaam zijn als je aan het voetballen bent: dat betekent goed opletten dus!

Maar wat bedoelt Jezus nu met waakzaam zijn? Nou Jezus bedoelt daarmee dat wij, als leerlingen van Jezus, ons hele leven lang goed moeten opletten. Wij moeten ons hele leven lang goed opletten op de mensen in nood, op de mensen die honger hebben of dorst of die geen kleding hebben of die op de vlucht zijn of ziek. Wij, als leerlingen van Jezus, moeten juist die mensen zien te helpen, maar daarvoor moet je dus wel je ogen open hebben en je hart. Waakzaam zijn betekent dus alert zijn op waar wij kunnen helpen en dat dan ook doen.

En juist die dingen gebeurden in het eerste verhaal allemaal niet. Daar leefde iedereen voor zichzelf en wilde niemand een ander helpen. Iedereen, behalve Noach en zijn familie. Zij waren wel hartelijk en behulpzaam en daarom dat God hen wilde sparen. Ja, en hoe dat ging hoorden en zagen wij zojuist.

Maar er was een ding wat nog wel heel belangrijk is. Wie weet wat ik bedoel? De regenboog!

De regenboog was het teken, ik moet eigenlijk zeggen de plechtige belofte van God, dat Hij de wereld nooit meer zou vernietigen en aan zijn lot zou overlaten. God beloofde plechtig dat Hij de wereld trouw zou blijven en als teken daarvan plantte Hij de regenboog. Het grappige is dat onze kerk eigenlijk diezelfde naam draagt: de naam Lichtboog is eigenlijk een andere naam voor het woord regenboog. En de architect heeft dat willen laten zien in die glazen koepel in het dak en de maker van de doopvont heeft dat willen laten zien in deze boog bovenop de doopvont.

Maar helaas, nadat God het verbond met Noach gesloten had, was het al snel weer hommeles. Het ging van kwaad naar erger en wat God ook probeerde, niets hielp. De mensen waren uit zichzelf niet in staat om het goede te doen. Ze konden het niet alleen, ondanks allerlei goede mensen.

En dus greep God na heel lang wachten zelf in. Hij moest het zelf maar gaan doen, het goede voorbeeld geven en de mensen naar zich toetrekken. Uit zichzelf konden zij dat niet, daar moesten zij bij geholpen worden. Hoe kon Hij dat doen? Door zelf onder de mensen te komen! Door zelf als mensenkind geboren te worden en het goede voorbeeld te geven. En door uiteindelijk een nieuw verbond af te sluiten. En weten jullie wat het teken is van dat nieuwe verbond? Dat is de eucharistie. Dat is het brood en de wijn die wij tijdens elke Mis aan God aanbieden en die Hij doet veranderen in het lichaam en bloed van Jezus. En elke keer als wij dat doen, dan denken wij en dan denkt God aan onze afspraak dat God ons nooit in de steek zal laten. En op dat nieuwe altijddurende verbond bereiden wij ons in de adventstijd voor.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers