Home » Preekarchief » Preken 2017 » 3 september 2017

3 september 2017

OVERWEGING TWEEENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 3 SEPTEMBER 2017
(Jer. 20,7-9 en Mt. 16,21-27)(A)

Vorige week klonk het nog zo mooi: de woorden van Simon Petrus ‘Gij zijt Christus, de Zoon van de levende God’. Een prachtige geloofsbelijdenis die Petrus tot echte volgeling van Jezus maakte. Maar hij was nog niet uitgesproken, de inkt was bij wijze van spreken nog niet droog of er ontstond al een stekelige situatie toen Jezus tegen Petrus uitviel met de woorden ‘Ga weg, satan, terug!’. Daar zal Simon Petrus wel geschrokken van zijn. Zo’n uitbrander komt wel even aan. Nog maar pas heeft Petrus als eerste in Jezus de Messias, de Zoon van de levende God herkend, er is daarom door Jezus zalig geprezen en ‘steenrots van de kerk’ genoemd, maar nu wordt die steenrots steen des aanstoots en wordt hij door Jezus nota bene met dezelfde woorden terecht gewezen als de duivel in het bekoringsverhaal! Zo krijgt Petrus een flinke veeg uit de pan. ’Ga weg, satan, achter Mij!’. Jij mag Mij niet tegenhouden op mijn weg. Je moet achter Mij aankomen, dáár is de plaats voor wie Mij wil volgen. Achter Mij aankomen! Ja, maar dat achter Mij aankomen zou dan wel betekenen dat hij zou moeten aanvaarden dat zijn Meester zou lijden en sterven. Wie ziet daar nou naar uit?

Wie ziet er naar uit om al zijn zekerheden en om alles wat hem dierbaar is los te laten? Niemand toch. Daar hebben we tot op het laatste moment van ons leven moeite mee. Om afscheid te nemen van onze dierbaren? Om ons levenswerk over te dragen aan anderen? Om onze bezittingen over te dragen? We zijn er allemaal op een of andere manier aan gehecht. We houden ook allemaal hardnekkig vast aan vaste patronen en we leven vanuit onze verwachtingen. En als die vaste patronen worden doorbroken of als wij in onze verwachtingen worden teleurgesteld, ja, dan is er verdriet, dan is er teleurstelling, dan valt het tegen, dan raken wij in de war. En deze verwarring had Petrus toen hij doorkreeg wat Jezus zou overkomen. Hij was verbijsterd: ‘Dit verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!’. Maar het zou wel gebeuren. Het moest ook zo gebeuren!

Ja, en dat moeten daarvan aanvaarden, accepteren is moeilijk. Dat vraagt geestelijke lenigheid, dat vraagt openheid en ontvankelijkheid: dat je kunt zeggen ‘Niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt’. Dat vraagt ook om vertrouwen en proberen te ontdekken wat God met jou wil. Veel roepingsgeschiedenissen verlopen ook zo, en ik kan zeggen die van mij ook: uiteindelijk vertrouw je erop dat je de stap maar moet wagen en dat je je verwachtingen die je over je leven hebt op een of andere manier maar moet loslaten en kijken wat ervoor in de plaats komt. Ook ik had als 20-jarige het idee van carrière maken, trouwen en kinderen krijgen, maar mijn leven liep anders, er gebeurden andere dingen en uiteindelijk kom je tot het inzicht dat God misschien wel dit van mij vraagt….

Gods wil volgen is een levenslang project. Ook voor mij. Het is dus geen kwestie om dat even door te hebben en klaar is kees. Het is een levenslange worsteling. Ook Jezus worstelde ermee in de Hof van Olijven. En in de eerste lezing hoorden we hoe de profeet Jeremia door teleurstellingen en tegenslagen en tegenwerking niets meer van God wil weten. Hij was het helemaal zat.

Maar we hoorden ook hoe hij merkte dat God toch sterker was dan hijzelf. Dat er een kracht in hem werkzaam was die sterker was dan hij. Hij doet alle moeite om die kracht in bedwang te houden en uit te schakelen. Hij probeert het weg te redeneren. Maar dat lukte niet. Profeet zijn valt hem zwaar, maar hij kan niet anders!
Jezus spreekt ook over de lastige kanten van het volgeling zijn. Wie Hem wil volgen, moet ook zijn kruis opnemen. Het lijden van jezelf of anderen, problemen, grote uitdagingen niet uit de weg gaan, maar ze een plaats geven in je leven. Het gaat dus niet om maar blij te zijn met de ellende in je eigen of in andermans leven, maar om toch te blijven proberen er mee te leren om te gaan. Om te blijven proberen om met die chronische pijn, met die uitzichtloze ziekte of met dat vreselijke verdriet om te leren gaan. Die pijn, dat verdriet en gemis aanvaarden als deel van je leven en proberen te vertrouwen op Gods aanwezigheid en hulp.

Petrus vergat in zijn emotionaliteit een ding: namelijk dat Jezus in diezelfde zin ook sprak over zijn verrijzenis. Maar het geloof daarin geeft al ons lijden uitzicht op een groter geluk. In het hiernamaals zeker, maar dit geluk kun je ook hier en nu vinden als je als mens erin slaagt om macht en aanzien, bezit en uiterlijke schijn daadwerkelijk los te laten, je eigen zekerheden echt los kunt laten en je open kunt stellen voor wat er op je pad komt aan echte vriendschap en verbondenheid, aan stilte en gebed, aan muziek en kunst en literatuur. Ja, als je dat kunt, zul je ook nu al geluk vinden.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers