Home » Preekarchief » Preken 2017 » 5 februari 2017

5 februari 2017

OVERWEGING VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 5 FEBRUARI 2017
(Jes. 58,7-10 en Mt. 5,13-16)(A)

Vandaag (gisteren) boden wij als parochie onderdak voor een vergadering van het maatjesproject van de Stichting De Kim ten behoeve van vluchtelingen uit Syrië en Irak. Mensen uit onze Almeerse samenleving, afkomstig uit alle groepen die hier vertegenwoordigd zijn, kwamen samen om te overleggen hoe zij die vluchteling uit het Midden-Oosten het beste kunnen opvangen en begeleiden. Er worden dan zomaar mensen aan elkaar gekoppeld om er te zijn voor de ander in nood. Hem of haar een helpende hand te bieden in het doolhof dat Nederland is maar ook gezellige activiteiten met elkaar te doen. Zo zijn mensen anno 2017 er voor elkaar. En zo ontstaat er ook verbinding. En voor de christenen onder hen vloeide het vast en zeker voort uit hun christelijke inspiratie. Misschien kunnen we wel zeggen uit de woorden van de eerste lezing van Jesaja ‘Neem de dakloze zwervers op in je huis, kleed de naakten die je ziet’?

Maar we zouden het evengoed kunnen zien als een moderne variant van het ‘zout der aarde’ zijn waar Jezus het over had. Het is zo’n tweeduizend jaar geleden dat Jezus antwoord gaf op de vraag van zijn leerlingen wie zij toch waren. ‘Jullie zijn het zout der aarde’, zei Jezus toen. Dat sprak Hij tegen heel eenvoudige, simpele mensen. De meesten konden hoogstwaarschijnlijk niet eens lezen of schrijven en moesten rondkomen van een schamel vissersbestaan en al blij zijn als er eten op het bord lag en een dak boven het hoofd. Geen van hen zal het gevoel hebben gehad ‘ertoe te doen’. Maar toch hoorden zij die jonge rabbi tegen hen uitroepen: ‘Jullie zijn het zout der aarde’. ‘Wij? Zout der aarde?’. Zout was in die tijd schaars en daardoor kostbaar. Het was een betaalmiddel. En met dat schaarse goed vergeleek Jezus zijn leerlingen. Hij noemde hen uniek en kostbaar als zout. Zij moesten als smaak gevend zout zijn. Er is maar weinig van nodig om een hele maaltijd smakelijk te maken. We weten allemaal hoe een snufje zout wonderen kan doen!

Wat die eerste leerlingen heel goed begrepen hadden was dat zij als volgelingen van Jezus een belangrijke taak in de wereld hadden. Zout zijn: bederf werend, zuiverend, smaak gevend. Als mensen met een ‘uitstraling’ zijn. Dus niet flauw en onopvallend, neen, geef smaak en geef licht in de duisternis die je omringt.

En dat doen betekent in de Bijbel gerechtigheid doen. Dus je brood delen met de hongerigen, de zwervers opnemen, de naakten kleden, zich niet onttrekken aan de zorg voor je medemens, een einde maken aan onderdrukking en ophouden met anderen vals te beschuldigen. Het volk dat zo doet zal Gods zegen ontvangen, en zijn als een licht dat doorbreekt. Ons wordt hier dus heel concreet duidelijk wat het voor gelovigen betekent om ‘zout der aarde’ en ‘licht der wereld’ te zijn. En elke generatie christenen moet dat op een andere manier invullen. Tweeduizend jaar geleden in een zeer hardvochtige, gewelddadige maatschappij kon dat door gewone medemenselijkheid en armenzorg. Honderd jaar geleden zocht men dat in trotse bouwwerken en in caritas, onderwijs en missie. En vandaag? Vandaag zullen we het op de manier moeten doen die bij onze tijd past.

We zijn als kerkgemeenschap klein en arm geworden. We zijn niet meer in staat om de wereld naar onze hand te zetten. Het ontbreekt ons eenvoudig aan mensen en middelen om alle problemen op te lossen. We zullen dus dingen samen moeten doen met medechristenen en welwillende anderen én met bescheidenheid. Maar dat betekent niet dat wij niets kunnen of moeten doen.

Gelukkig worden er dan ook tal van initiatieven genomen. Een van die initiatieven is het genoemde maatjesproject. Sinds een aantal jaren is een grote stroom vluchtelingen op gang gekomen vanuit het Midden Oosten en Afrika naar Europa. Vele tienduizenden hebben asiel aangevraagd in Nederland. En zo’n 800 verblijven in het azc van Almere. En na een lange procedure mogen sommigen van hen hier blijven. En op dat moment, wanneer de spanning een beetje verdwenen is, is er behoefte aan contact met mensen die hier al wonen. En in die behoefte probeert het maatjesproject te voorzien door die nieuwe inwoners met de hulp van een maatje te helpen zich hier staande te houden, hen wegwijs te maken bij grote en kleine dingen, maar ook met hem of haar de natuur in te gaan als daar behoefte aan is of hem of haar mee te nemen naar de bibliotheek, naar een concert of naar de kerk. Het kan op allerlei manieren. Als het maar gebeurt!

En meestal gebeurt het onopvallend, zien we het niet en verdwijnt het net als zout in de soep waarin het wordt gemengd, maar het doet onzichtbaar zijn werk. Dat is onze christelijke identiteit: niet hoog van de toren blazen er toch zijn voor de ander en iets van Gods liefde in ons spreken en handelen openbaren. Want de woorden ‘zout der aarde’ gericht aan die eenvoudige mensen rond het meer van Galilea zijn ook een uitdrukking van Gods liefde voor ons.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers