Home » Preekarchief » Preken 2017 » 7 mei 2017

7 mei 2017

OVERWEGING VIERDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 7 MEI 2017
(Hand. 2,14a.36-41 en Joh. 10,1-10)(A)

Wij zongen zojuist de prachtige en geliefde psalm 23. Wie kent deze psalm niet? In deze psalm is God de goede herder die de bidder/zinger van dit lied met olie zalft. God ziet hij als een herder die zijn kudde in de steppe weidt, maar God leidt hem ook door een gevaarlijk dal en Hij is tenslotte ook een gastheer die een maaltijd bereidt. En aan het eind blijkt uit het laatste vers dat de bidder zich in de tempel bevindt waar hij veilig mag wonen. Wij kunnen ons dus veilig voelen bij God, want Hij is als een goede herder waarop wij ons vertrouwen kunnen stellen.

En dan betrekt Jezus in het evangelie de goede herder op zichzelf. Om te zeggen dat de verrezen Heer met ons mee trekt, wij mogen erop vertrouwen dat Hij voor ons uitgaat om de weg te wijzen, naast ons gaat om ons kracht te geven en te steunen en achter ons aan komt om ons op te vangen. Jezus is onze zielenherder.

Als Jezus praat over zijn Vader in de hemel, dan doet Hij dat vaak met kleine, korte verhaaltjes. Geen ingewikkelde woorden, maar eenvoudige beelden. Beelden over een vrouw die brood bakt, over een vader die zijn zoon kwijt is, over een weduwe die haar geld verloren heeft, over een boer die gaat zaaien en over een herder die een schaap kwijtraakt. Simpele verhaaltjes en een goed verstaander heeft aan één woord genoeg.

In het verhaal van vandaag dus ook een zo’n eenvoudig verhaaltje: een herderstafereel. God is als een herder die overdag met de kudde de velden op gaat op weg naar gras en water. ’s Nachts brengt de herder de kudde naar de schaapskooi om daar veilig de nacht door te brengen. Er liggen namelijk altijd allerlei gevaren op de loer: er zijn dieven en rovers die de schapen proberen te stelen, maar de deurwachter controleert of het inderdaad de herder is die zijn schapen komt ophalen. Dat is niet moeilijk want de schapen herkennen de herder aan zijn stem: is die bekend dan volgen zij hem. Alleen hij biedt veiligheid en vertrouwdheid.

Wij leven als christenen in een tijd en in een samenleving die in rap tempo bezig is haar christelijke identiteit te verliezen. Als katholieke christenen zullen wij ons daartegen moeten verweren. Dat kunnen we alleen doen door altijd te beginnen en te eindigen met Jezus. Hij staat centraal. Hij is de enige toegang tot God. Wat weten wij over God? Zonder Jezus zouden wij niets over Hem weten. We spreken over een Schepper, een oorsprong en bestemming wellicht, maar het blijft een vaag begrijpen. Alleen door Jezus heeft God een stem en een gezicht gekregen. Hij is de enige toegang, de enige deur naar de Vader. Alleen door Jezus is er veiligheid en vertrouwdheid.

En het mooie en ontroerende in Jezus is zijn gewone manier van omgaan met de mensen. Hij kon ontroerd zijn als een klein kind of geschokt zijn bij het zien van leed en verwoesting. Hij zag ook hoe mensen elkaar soms tot de grond toe konden afbreken en Hij kon kwaad worden als Hij merkte hoe mensen slachtoffer konden worden van elkaars listen en geweld. Hij was daardoor echt geraakt. Dat maakte Jezus ook zo uniek. En Hij had een onverwoestbaar geloof in het positieve. Vandaar dat Hij zich altijd richtte op gewone herkenbare mensen: een huisvader, een huismoeder, een klein kind, een tollenaar of een mens die alleen was achtergebleven. Hij gaf afgeschreven mensen weer het gevoel dat zij de moeite waard waren.

Dat was zijn kracht: geloven in mensen en houden van mensen. En dat was het bevrijdende van het optreden van Jezus: dat elke mens de moeite waard is en geroepen is om beeld van God te zijn. Dat roept Hij als goede herder ons ook toe: mensen jullie zijn niet geroepen om als huurlingen over de aarde te struinen. Jullie zijn geroepen om als goede herders er voor elkaar te zijn. Dat is jouw roeping en mijn roeping. Mensen die zich verantwoordelijk voelen voor elkaars toekomst. Mensen die hun buurman weten te vinden die aan het versukkelen is. Mensen die voor elkaar in durven staan. Oog hebben voor het kleine.

Het is vandaag roepingenzondag. Met roepingenzondag bidden wij om kracht en inspiratie voor onze eigen herders en om nieuwe goede herders in de kerk. Het gaat dus ook heel concreet om arbeiders in Gods wijngaard. Want pastores mogen in het voetspoor van Jezus de mensen dichter bij God brengen. Door verkondiging, pastoraat en gebed de mensen naar de deur brengen, naar Jezus. De centrale vraag blijft dus nog steeds: hoe kunnen wij het evangelie doorgeven aan al die mensen onder ons die Jezus niet kennen? Dat zijn er steeds meer. Bidden wij daarom de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt. Maar het gaat om meer dan alleen arbeiders, bisschoppen en priesters. De toekomst van onze samenleving is ook afhankelijk van al die mannen en vrouwen die zich koste wat kost willen toeleggen op de leer van de apostelen, samen bidden, samen werken aan een betere samenleving. De toekomst van onze samenleving ligt in de handen van alle gedoopten samen. De gedoopten zijn al die mannen en vrouwen, jongens en meisjes die de deur door zijn gegaan en leven in verbondenheid met God, die is Vader, Zoon en heilige Geest. En die in die verbondenheid bruggen bouwen van liefde en barmhartigheid.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers