Home » Preekarchief » preken 2018 » 11 februari 2018

11 februari 2018

OVERWEGING ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. MARTINUSPAROCHIE, ALMERE

(Lev. 13,1-2.45-46 en Mc. 1,40-45)(B)

Het kan natuurlijk niet uitblijven dat Jezus in conflict gaat komen met de farizeese schriftgeleerden. Want wat wij vandaag hebben gezien kent geen precedent. Zonder aarzelen breekt Jezus met de voorgeschreven wet. Het is vragen om moeilijkheden. En dat is ook wat we de volgende week zullen merken. Maar dat is voor latere zorg. Nu zijn we getuige van een prachtig genezingsverhaal. Een verhaal dat ons de grenzenloze liefde van Jezus toont. En zoals we allemaal weten: liefde maakt blind!

In de tijd van Jezus was je niet jarig als je een huidziekte had. Je moest je opvallend kleden en constant hardop roepen dat je onrein was. Je moest buiten de bebouwde kom blijven. Je werd letterlijk gemeden als de pest; je hoorde er niet bij, eigenlijk was je levend dood.

Nu kan een mens op allerlei manieren met zo’n gegeven omgaan. Hij kan zich terugtrekken, zich nog meer isoleren, zich vervuilen en uiteindelijk in eenzaamheid en verlatenheid sterven. Maar hij kan ook een tegenovergestelde drive in zich hebben. Hij kan zeggen: ik ben ook een mens, ik wil ook leven. Dus meetellen, opgenomen zijn in de gemeenschap, gekend en erkend worden.

En misschien was dat wel de reden waarom die melaatse naar Jezus toeging. Omdat hij gehoord had dat Jezus zo’n grote liefde had voor mensen of omdat hij gehoord had dat Jezus zieken had genezen? Of omdat de melaatse vernomen had dat er bij Jezus nieuw leven mogelijk is, dat Hij je kon reinigen? Dat was in ieder geval hetgeen wat die melaatse vroeg: ‘Heer, als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen!’. En het wordt hem gegeven. Jezus raakt hem aan, en zegt: ‘Word rein’. En de man wordt rein. Daar staat een genezen man, een herboren mens, terug van dood geweest. Het isolement is bijna voorbij. Het kan toch niet zo zijn dat deze mens zijn leven lang een uitgestotene zal blijven.

Daarom dat Jezus de man wegstuurt met de opdracht te doen wat de wet voorschrijft. Hij moet naar de priesters voor een bewijs van genezing, en hij moet offeren wat voorgeschreven is. Alsof Jezus wilde zeggen: we hebben ons nu wel even buiten de wet geplaatst, maar dat is nu weer over, alles is nu weer gewoon. Jij hoort er weer helemaal bij, bij dat gewone leven van alle mensen. Weg met dat vreemde isolement; je bent weer één van ons! Geniet er maar van, maar praat er niet over! Hang het alsjeblieft niet aan de grote klok. En dat gebeurde natuurlijk wel. Ieder die het maar horen wilde, vertelde hij het. En van alle kanten kwamen ze op Hem af. Zieken, mensen met tal van kwalen, iedereen had wel iets waar hij van af wilde. En zo’n miraculeuze genezing, daar hebben de mensen wel oren naar.

Maar Jezus trekt zich terug. Hij laat zich niet meer zien in de stad en zoekt de eenzaamheid. Toch vreemd als je merkt dat de mensen aan je lippen hangen. Welke mens komt dan niet in de verleiding daarvan te profiteren, daar een slaatje uit te slaan? Misschien komt dat omdat Jezus wist dat al die mensen die Hem kwamen opzoeken, al die mensen die stonden te dringen om Hem aan te mogen raken, eigenlijk helemaal niet kwamen voor Hem, maar voor hun eigen kwaaltje en hun privé-besognes. Net als je nu nog mensen ziet dringen als er iets gratis wordt uitgedeeld. Dan zijn ze er als de kippen bij. De mensen verlangden van Jezus alleen maar een soort reparatie van hun oude leventje. Die waren helemaal niet op zoek naar een ander, nieuw leven. Die wilden helemaal geen andere mensen worden. Daar waren ze helemaal niet mee bezig. Daar hadden ze ook geen interesse in. Ze hadden last van hun pijntjes, maar verder zat het allemaal wel gebakken.
Wat er ten diepste gebeurde zagen zij niet. Zij zagen niet dat een man die levend begraven was in zijn ziekte, wiens leven kapot was, dat die man verrezen is, dat hij is opgestaan en weer leeft. Dat de zesde scheppingsdag zich opnieuw aan hem had voltrokken. Dat gebeurde er in feite. Maar dat is niet wat de meerderheid van de mensen zag. Die zagen een spectaculaire genezing en toen dat effect was uitgewerkt trokken ze vervolgens van de ene hype naar de andere, van de ene goeroe naar de andere.

De genezen man, die gewezen melaatse, die ten leven opgewekte mens zal het beseffen. De meeste anderen niet. Nou, sommigen wel. Dat waren degenen die Hem trouw zijn gebleven toen Jezus zelf te gronde ging aan het kruis. En dat waren ook degenen die Hem na zijn verrijzenis herkenden en die de diepte van zijn kruiswonden begrepen. Dat waren en zijn de mensen die in eigen leven het sterven en verrijzen aan den lijve ervaren. Die begrijpen wat het betekent als Jezus zegt: ‘Als de graankorrel in de aarde valt, brengt hij pas rijke vruchten voort’.

En zo ging het maar door. Kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe. Ieder met zijn eigen lek en gebrek, met zijn eigen verwachtingen. En ze lieten niet na daar ruchtbaarheid aan te geven. En daar zaten natuurlijk ook gelukzoekers, opportunisten tussen, maar God laat de zon opkomen over goeden en kwaden opdat uiteindelijk iedereen zijn boodschap zal begrijpen, namelijk dat de weg naar nieuw leven een weg door eenzaamheid, lijden en dood zal zijn. Een weg die die afgeschreven man is gegaan: zijn leven was immers een hel – nedergedaald ter helle – maar de ontmoeting met Jezus deed hem verrijzen. En zo zal Jezus die weg zelf ook gaan: een weg ten leven.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers