Home » Preekarchief » preken 2018 » 13 mei 2018

13 mei 2018

OVERWEGING ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Hand. 1,15-17.20a.20c-26 en Joh. 17,11b-19)(B)

Hier in de parochie woont een vrouw die haar hele leven lang de touwtjes strak in handen had. Ze had carrière gemaakt op haar werk, ze had zich ingezet voor haar familie, haar collega’s en vrienden. Zo was zij haar leven lang dienstbaar aan de mensen. Maar nu, nu is ze oud en zwak. Nu kan ze niet meer zieken en hulpbehoevenden bezoeken en helpen. Nu is ze aan huis gekluisterd. Ik bezoek haar geregeld en als ik haar bezoek dan gaat zij vaak mijmeren over hoe het vroeger was. Ze wordt dan vaak somber over wat allemaal niet meer kan. En dat haar leven zo geen zin meer heeft. En elke keer probeer ik haar dan op te beuren met het feit dat zij nog steeds heel veel voor mensen kan betekenen: namelijk door haar gebed! Ik zeg haar dat zij wel is waar geen kracht meer heeft om veel de deur uit te gaan, maar dat zij nog wel de spirit heeft om voor de ander in nood te bidden. En ik weet dat zij dat dan hoort en dat zij belooft te gaan bidden voor al die mensen die te onrustig zijn om te kunnen bidden en voor al die mensen die zelf om wat voor reden dan ook niet meer kunnen bidden. En ik hoop maar dat zij zo de zin van haar leven weer een beetje weet te vinden. Niet meer zo actief als vroeger, maar vast en zeker nog steeds zeer waardevol.

Ik vertel u dit vanwege deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren. Deze zevende zondag van Pasen horen wij Jezus bidden. Het is een gedeelte uit het zogeheten ‘Hogepriesterlijk gebed’. Zo wordt het genoemd omdat Jezus doet wat de joodse Hogepriester in de tempel deed: bidden voor zijn volk.

Als de Hogepriester van God zelf bidt Jezus voor zijn volk, voor ons. En dan te bedenken dat Hij dat doet bij het Laatste Avondmaal, in de Bovenzaal, dus vlak voor zijn lijden en sterven. En zelfs op dat angstige moment bidt Jezus niet voor zichzelf, maar voor ons, omdat Hij ons oneindig liefheeft. Zelfs in het uur waarin Hij tot op het bot vernederd en gepijnigd zal worden, bidt Hij voor ons, opdat God ons bewaart in zijn liefde. Opdat God ons nooit zal vergeten! Het hele leven van Jezus op aarde was trouwens een groot gebed, een innige verbondenheid met de Vader. Alles wat Hij doet en zegt, komt voort uit zijn gebed en uit zijn verbondenheid met de Vader. Jezus heeft gesproken over de heilige Geest, maar nu is het de Geest – die intieme liefde tussen de Vader en de Zoon – het is de Geest die nu hoorbaar in Hem bidt. Van dat gebed, van die woorden, mogen wij getuigen zijn, als zijn intieme vrienden! Het zijn liefdeswoorden die alleen met diepe eerbied en ontzag beluisterd kunnen worden.

We horen deze woorden, dit gebed, kort voor Pinksteren. Want juist in deze dagen, tussen Hemelvaart en Pinksteren, bidden wij als Kerk om de komst van de heilige Geest. Zo verenigen wij ons met het gebed van Maria, Moeder van de Kerk, en van de apostelen die in Jeruzalem bijeen waren om te bidden, om zo met elkaar de heilige Geest te verwachten.

En wat zullen zij nou gebeden hebben? Ongetwijfeld psalmen en hymnen uit hun rijke joodse traditie. Oké, die moeten wij dus ook bidden! Maar wat leren we nog meer uit dat gebed van Maria en de anderen? Zij leren ons dat de kracht van het gebed, van het gezamenlijk gebed, van het elkaar dragen in het gebed het eerste en voornaamste is wat ons als Kerk met elkaar te doen staat. Altijd en overal! Maar zeker ook tijdens de dagen vlak voor Pinksteren!

Maar bidden, je moet het maar kunnen. Er kan zoveel in ons hoofd, hart en in onze drukke agenda zijn waardoor wij maar moeilijk tot innerlijk gebed komen. Er gebeuren zeer ingrijpende en verschrikkelijke dingen in het leven van mensen. Onvoorstelbaar verdrietige dingen. Er kunnen dingen op ons pad komen die te zwaar kunnen zijn voor een mens om te dragen en die ons op onze grondvesten doen schudden. Geen wonder dat bidden dan heel erg moeilijk is! Zo niet onmogelijk is. En heel begrijpelijk dat die mensen dan niet kunnen bidden….

Maar als zij het niet kunnen, dan kan ik of u het misschien wel. Als iemand om wat voor reden dan ook niet in staat is om te bidden, er de woorden niet meer voor weet te vinden, dan kunt u dat misschien wel en ik. Misschien hebben u en ik dan wel de woorden waar onze medemens in nood niet op kan komen omdat hij zo boos of zo verdrietig is. Juist dan is het o zo belangrijk dat wij bidden voor elkaar, dat wij bidden om de komst van de heilige Geest, de Helper en Trooster. De Geest die in ons diepste wezen kracht en vrede en vreugde schenkt. Het is de Geest – zo zegt Sint Paulus ons – die in ons bidt. Zonder de heilige Geest gaat het niet.

Dus wat is bidden eigenlijk? Ja, we gebruiken woorden, die hebben we nodig. We hebben woorden nodig om ons gevoel onder woorden te brengen. En wat zegt ons diepste gevoel over God? Dat Hij van ons houdt. Dat Hij liefdevol naar ons kijkt. En het eerste wat je tijdens een gebed ook zou moeten doen, is je door God laten beminnen. Zijn liefde, zijn liefdesvuur, zijn liefdesgeest toelaten in je hart. Dat wij zo opgaan naar Pinksteren, biddend om de Geest van Gods liefde.
Kom, heilige Geest, kom.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers