Home » Preekarchief » preken 2018 » 15 juli 2018

15 juli 2018

OVERWEGING VIJFTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Amos 7,12-15 en Mc. 6,7-13)(B)

Durf jij je bezit achter te laten? Ik denk dat het er maar weinigen zijn die dat kunnen opbrengen. Gehecht als wij zijn aan onze kostbaarheden en onze bezittingen. Gehecht als wij zijn aan alles wat het leven leuk maakt en aantrekkelijk. Maar toch trekken vandaag de twaalf compleet weerloos en zonder beschutting de weide wereld in, met de voorwaarde om alles achter zich te laten. Dat was voorwaarde nummer 1 om Jezus te volgen. En dan breekt meteen een volgende fase aan: precies hetzelfde doen als Jezus. Oproepen tot bekering, duivels uitdrijven en zieken genezen. En zoiets gaat nooit ongemerkt voorbij. Het zal opvallen en voor- en tegenstanders op de been brengen.

En over voor- en tegenstanders bij wat je doet als leerling van Jezus gaat het eigenlijk vandaag en dan je rug recht houden. En iemand die vandaag frank en vrij, zonder last en ruggenspraak getuigt van wat hem drijft is Amos. En Amos was niet een mannetje die een loopje met zich liet nemen, hij weigerde om compromissen te sluiten met de machthebbers. Hij nam geen blad voor de mond. Onafhankelijk en niet de mensen naar de mond praten, was zijn parool. In de tijd van Amos was dat een onbekende deugd. Vandaar ook zijn slaande ruzie met Amasja, de officieel aangestelde priester van het heiligdom. Die Amasja was in alles het tegenovergestelde van Amos: hij was een door en door corrupte persoon die zijn broodheren juist wel naar de mond praatte en de machthebbers de religieuze rugdekking gaf die zij meenden nodig te hebben. Daarmee kocht hij zich natuurlijk prestige en macht en kon hij volop delen in de grandeur van de heiligdommen. Amos weigerde op zijn beurt elk compromis met de macht en het kapitaal. Zijn optreden kende slechts één drijfveer: God zelf.

En daar had hij natuurlijk groot gelijk in. Maar we weten allemaal dat geld en macht of invloed aanlokkelijk zijn. Vroeger, maar ook nu.

Voorbeelden te over van corruptie en water bij de wijn. Terwijl het zo duidelijk is: als leerling van Jezus moet je onafhankelijk zijn en je moet lef hebben. Daarom dat zij buiten het hoogstnoodzakelijke niets mochten meenemen voor onderweg: geen reistas, geen dubbele kleding. Volstrekt ongebonden en van niemand afhankelijk moesten zij op weg gaan, behalve van Degene die hen zou zenden. Want de blijde boodschap kon alleen maar effectief worden overgedragen door authentiek levende mensen, door hun oprechte gedrag en hun woorden en voorbeelden. Dus door mensen die volledig vol zijn van wat ze doen en waar ze in geloven.

En dat betekende dus dat je als leerling van Jezus bereid moet zijn om afstand te doen van eigen dingen. Dus niet als Nicodemus willen vasthouden aan de eigen overtuiging, geestelijk bewegingsloos willen blijven. Het wel allemaal mooi vinden, maar niet echt de stap durven zetten. Maar juist durven loslaten. En dat durven loslaten was voor de rijke jongeling uit het Marcusevangelie ook een brug te ver: Jezus vroeg hem alles te verkopen wat hij bezat en Hem dan te volgen. Maar toen Jezus hem dat vroeg ‘verstrakte hij bij dat woord, en ging verdrietig weg, want het was iemand met veel bezit’, schrijft Marcus dan heel subtiel. En de rijke jongeling was juist daar zeer aan gehecht.

Afstand kunnen doen van het eigen lieve, luxe leventje. Geestelijke soepelheid om de eigen opvattingen tussen haakjes te durven zetten. Onafhankelijk, vrij en ongebonden durven zijn. Het is nogal wat om toegelaten te kunnen worden tot de masterclass van Jezus van Nazareth.

We kunnen daarbij een voorbeeld nemen aan de vissers van het meer van Tiberias, onder wie Petrus. Zij lieten onmiddellijk hun boten en hun netten in de steek om met de rabbi uit Nazareth mee te gaan. En nu worden zij uitgezonden, twee aan twee. En alleen met een stok mogen ze de weg op. Want het gaat om wie ze zijn, en niet om wat ze hebben. Want wie veel heeft, kan veel verliezen en loopt net als de rijke jongeling de kans zich te verstrikken in zijn bezit en verdrietig heen te gaan. Nee, ze hadden in feite alleen maar de herinnering aan wat ze met Jezus beleefd hadden, wat ze van Hem hadden gezien en gehoord: zijn woorden, zijn levenswijze, zijn bevrijdende manier van omgang met God, zijn Vader en met de mensen. En onderwijl niemand naar de mond praten. En daarbij ook nog eens het risico lopen onderweg tegenwerking te ondervinden en niet ontvangen te worden. Nu, het zij dan zo. Dan moesten zij ‘het stof van hun voeten schudden’, als teken van radicale breuk met die mensen. Als zij maar trouw bleven aan de opgedragen taak. En veel van de leerlingen hebben daar uiteindelijk de hoogste prijs voor betaald. Welke prijs zijn wij bereid te betalen voor de aan ons opgedragen taak.
Amen.