Home » Preekarchief » preken 2018 » 16 september 2018

16 september 2018

OVERWEGING VIERENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Jes. 45,20-25 en Mc. 8,27-35)(B)

We zijn in het Marcusevangelie op een belangrijk scharniermoment aangekomen. De afgelopen hoofdstukken hebben we vooral gezien dat Jezus weldoende rond ging, zieken genas en duivels uitdreef en met tollenaars en zondaars aan tafel ging. En dat was allemaal prachtig natuurlijk. Al rees wel steeds vaker de vraag: ‘Wie is Hij toch dat wind en zee Hem gehoorzamen?’. Toen kwam er steeds geen antwoord op. En toen er op een gegeven moment wel antwoord op die vraag kwam moesten ze erover zwijgen. En nu stelt Jezus die vraag zelf aan zijn leerlingen: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’. Petrus weet het juiste antwoord: ‘Gij zijt de Christus’. En hij slaat daarmee de spijker op z’n kop. En is het daarmee einde verhaal?

Nee, zeker niet. Want wat zou volgen is het lijden en sterven van de man waar ze zo tegenop keken en waardoor ze zo enthousiast waren geworden. Dat waren nou niet bepaald de dingen waar zij op zaten te wachten, vandaar de reactie van Petrus: ‘Dat verhoede God, Heer!’. Maar het moest en zou toch gebeuren. Jezus zal de weg van lijden en sterven gaan en zijn leerlingen moesten achter Hem aan gaan en ook bereid zijn pijn en moeite te verdragen. Jezus wilde dat zij Hem volgden. Niet alleen met mooie woorden, maar ook in daden. Want waarachtigheid, echtheid wordt vooral zichtbaar in daden.

Dit weekend staan wij stil bij de vredesweek, de internationale week rond de vrede. De tijd van grote massademonstraties tegen de kernbewapening en tegen de Koude Oorlog is wel zo’n beetje voorbij. Het is nu al meer dan zeventig jaar vrede in dit deel van de wereld, de Muur is gevallen en Noord- en Zuid-Korea praten weer met elkaar. Kortom: geen vuiltje aan de lucht? Nee, zeker niet!

Nee, zeker niet. Want onze wereld kent vooral een gewapende vrede en is misschien wel gevaarlijker dan ooit tevoren. En daarom is stilstaan bij de vredesweek een belangrijk moment. Belangrijk omdat het in vergelijking met dertig jaar geleden zo weinig mensen op dit moment bezig schijnt te houden en belangrijk omdat vredeswerk vaak zo onzichtbaar is. En laat mij een poging doen om daar een heel klein beetje verandering in aan te brengen. Om u kennis te laten maken met een paar mensen in ons land die proberen de wereld een klein beetje vredevoller te maken.

Zo las ik het verhaal van Roderick Heijning, een topfrietenbakker uit Utrecht. Als je een snackbar inloop kun je altijd overal een patatje oorlog kiezen. En de toevoeging ‘oorlog’ zou te maken hebben met het slordige toevoegen van ingrediënten, alsof het om een slagveld gaat. Roderick serveert in de vredeweek daarom een patatje vrede. En zo las ik ook over een zekere Sanne Vogel. Sanne stond een tijd lang op het Amsterdamse CS en maakte daar aankomende vluchtelingen wegwijs en nam vluchtelingen in haar huis op. En uiteindelijk mondde dat uit in een theaterstuk ‘Nieuwe Familie’ en in een kinderfilm ‘Zomer zonder mama’. ‘We hebben maar één wereld’, zegt Sanne, ‘Het is zo belangrijk dat je aardig bent voor anderen’.

En op een paar uur vliegen van Schiphol woedt de burgeroorlog nog steeds in volle hevigheid in Syrië. Massa’s kinderen kunnen we daar als verloren beschouwen, getraumatiseerd door al het geweld. Maar kinderen hebben toch recht op onderwijs. En daarom zijn er daar vredesactivisten die ondanks alles scholen oprichten, kinderen leren lezen, schrijven en rekenen, maar ook concrete vaardigheden aanleren om hun trauma’s te verwerken en goede burgers te worden. En zo zijn er nog meer grotere en kleinere projecten en acties die zaden van vrede planten en voortbouwen en verder lopen in het voetspoor van mensen die ons voorgingen.

En veel is nog niet gerealiseerd of lukt maar ten dele. Ons geloof in Jezus is daarom tegelijkertijd ook hoop, een belofte. Een belofte over een wereld zonder oorlog, op eeuwig leven. En als we zeggen ‘We hopen op eeuwig leven’, dan wil dat zeggen: wij kunnen het niet uit eigen kracht bereiken, maar alleen met Gods hulp. En als we geloven, dan vertrouwen wij ons in feite toe aan Jezus. Hij komt van de Vader. Hij heeft God gezien. Hij is betrouwbaar. En met de hulp van de heilige Geest geeft ons dat hoop dat we het ooit zullen bereiken, dat we er ooit zullen komen.

Maar daarvoor moeten er dus vooral daden van liefde en vrede worden gesteld. En dat vraagt in navolging van Jezus soms ook om dingen die wij misschien liever niet zouden doen, zoals met gevaar voor eigen leven actief zijn in oorlogsgebieden of toch maar doorgaan met het vluchtelingenwerk of Maatjesproject. Maar ze moeten gebeuren. Anders is ons geloof een dood geloof waar niemand wat aan heeft.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers