Home » Preekarchief » preken 2018 » 18 maart 2018

18 maart 2018

OVERWEGING VIJFDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD, ST. BONIFAITUSPAROCHIE, ALMERE

(Jer. 31,31-34 en Joh. 12,20-33)(B)

De veertigdagentijd is een tijd van gebed en bekering. Maar waar moet die bekering vooral plaatsvinden? In het hart. In het hart bevindt zich de ziel van de mens. Vandaag op deze vijfde zondag van de veertigdagentijd is Jeremia onze begeleider. Hij kondigt een nieuw verbond aan; een verbond van het hart. Het verbond wordt dus verinnerlijkt.

Jeremia staat aan het begin van de ballingschap. Hij had de nederlaag en catastrofe aan het begin van de zesde eeuw al voorspeld. Hij voorzag dat Babylon steeds sterker zou worden en dat het volk uit Judea gedeporteerd zou worden. Hij voorzag hoe vertrouwde dingen en waarden in elkaar zouden storten: de tempel, het koningshuis. Hij zag de ontrouw van het volk Israël. En het leek alsof God het volk had verlaten en dat Hij zijn verbond had opgezegd. Maar het was niet God, die het opzegde, maar het was de mens die zijn God verliet.

Jeremia wordt als een defaitist afgeschreven. Maar hij zou uiteindelijk de profeet zijn die een van de meest beloftevolle woorden in Gods mond legt. Namelijk dat God zijn verbond niet opzegt maar dat verbond juist verdiept en verinnerlijkt: gegrift in ons hart.

De profeet Ezechiël heeft tientallen jaren later ongeveer het zelfde voorspeld: “Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven” (Ez. 32,26).

De mensen zullen de wet voortaan van binnen uit moeten beleven, als iets wat uit hun eigen hart komt en niet wat van buitenaf komt of wordt opgelegd. Het evangelie laat ons vandaag zien hoe God te werk gaat om dit nieuwe verbond in te stellen, om die nieuwe wet in ons hart te griffen. Jezus geeft daarvoor aan zijn leerlingen een beeld: ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort’. Er is dus met andere woorden nieuw leven en veel vruchten mogelijk als wij bereid zijn onszelf op te geven. De komende weken zullen wij Jezus in doodstrijd zien in de tuin van Getsemane, maar uiteindelijk zal Hij zeggen: ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiede’ en blijft Hij gehoorzaam tot aan de dood. Zijn hart blijft verbonden met God, Hij blijft leven als de ‘welbeminde Zoon’ van de hemelse Vader.

Waarom heeft God deze weg gekozen om een nieuw verbond te sluiten? Had het niet makkelijker gekund? Het antwoord hierop is dat uiteindelijk alles draait om het ‘hart’. Het hart. God wil het hart van de mens veranderen. Het Oude Testament heeft aan de mens geopenbaard dat hij een hart van steen heeft en een verlosser nodig heeft. Door de zonde van de mens is dit hart verhard, niet meer geopend en op zichzelf gericht, op zijn eigen voordeel en eigen plannen gericht. Het is een zelfzuchtig hart geworden. Jezus heeft aan het hart van de mens ‘een nieuwe draai’ gegeven. Hij heeft het hart weer gericht op God en op de naaste. Door zelf in de meest onrechtvaardige vervolging, in het lijden, in de pijn, in de verlatenheid en in het sterven trouw te blijven aan zijn Vader. Wij zouden waarschijnlijk allang bezweken zijn en hebben gezegd ‘Stop, nu is het genoeg’, maar Jezus is in de liefde gebleven en ‘gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe’.

Wij mogen nu allemaal niet te makkelijk denken en ervan uit gaan dat het nu allemaal goed komt. God die zijn verbond niet opzegt, verwacht namelijk wel dat wij de tien woorden ten leven beleven. Hij verwacht dat de liefde met woord en daad de maatstaf is van ons denken, voelen en handelen.

De veertigdagentijd is een tijd van gebed en reiniging. De liturgie voorziet vandaag dan ook een antwoordpsalm die wonderwel aansluit bij de profetie van Jeremia. Het is psalm 51. Hij is een van de zeven boetepsalmen. Daarin staat dit mooie vers: “Schep in mij een zuiver hart mijn God, geef mij weer een vastberaden geest” (ps. 51).

Bidden wij daarom: Stort in ons hart een nieuwe geest. Maak die draai in ons hart mogelijk en geef ons een hart dat niet meer angstig zijn eigen leven vasthoudt, maar dat bereid is om zich te geven, zich weg te schenken en daardoor vruchtbaar te worden. Zuiver ons hart, goede God, en schenk ons vergeving. Amen.

Met een gereinigd en een nieuw hart staan we dan klaar om met Jezus naar Jeruzalem te gaan. Hij gaat er als een graankorrel in de aarde en Hij vertrouwt zich toe aan zijn Vader. Deze doet Hem opstijgen uit het graf zodat Jezus als verrezen Heer naar ons toekomt.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers