Home » Preekarchief » preken 2018 » 22 april 2018

22 april 2018

OVERWEGING VIERDE ZONDAG VAN PASEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Hand. 13,14.43-52 (C) en )(B)

Het is dit weekend roepingenzondag, de zondag bedoeld om te bidden om roepingen: dat mensen jong of oud de roepstem van God mogen horen en de weg willen gaan Hem achterna. En waar zij dan achteraan gaan is op een het eerste gezicht nu niet bepaald een figuur met macht en aanzien.

Kijken we naar andere stichters van godsdiensten met veel volgelingen dan valt op dat deze stichters allemaal een riant of luxe leven hebben geleid en aan anderen hun wil konden opleggen omdat zij ook over veel macht beschikten. Zoiets allemaal niet bij Jezus. Kijken we naar Jezus en naar de groei van de Kerk dan is het een wonder dat er überhaupt iets is gegroeid. Vanaf het begin was er vervolging, we hoorden het in de eerste lezing hoe het nog zeer geringe succes door jaloerse mensen direct de kop werd ingedrukt. En kijken we specifiek naar Jezus dan zien we een figuur die niet vanuit macht opereert of een positie heeft waarin Hij zijn wil op kon leggen, maar vanuit dienstbaarheid en afhankelijkheid. Hij was zo dienstbaar aan de mensen die aan zijn zorg waren toevertrouwd dat Hij er zelf aan onderdoor ging.

En toch, toch heeft het vele mensen er niet van weerhouden Hem toch achterna te gaan. Sterker nog: in steeds grotere getale kwamen de mensen op Hem af. Juist omdat Hij geen heerser was, maar een dienaar. Iemand die je, zo voelden velen dat aan, naar echt geluk kon leiden. Als een herder leidt Hij ons daarheen, waar het goed is.

Deze goede herder wordt in het evangelie afgezet tegen een huurling. Iemand die het voor het geld doet, voor zijn eigen belang. Dat is iemand die ook calculeert hoeveel het kost en oplevert. Denk maar niet dat hij zijn leven voor jou op het spel zet. Neen, alles is best, maar we zijn niet gek! En als er een wolf aankomt, zal hij eerst aan zijn eigen hachje denken. Hij heeft geen hart voor de schapen.

Maar wat kunnen wij daar nu zelf mee anno 2018? Ten eerste mogen wij ons als christenen realiseren dat we bij onze Lieve Heer goed zitten. Hij heeft absoluut het beste met ons voor. Anders had Hij zich nooit voor ons laten kruisigen. Het komt dus wel goed met ons, mits wij ons door Hem willen laten gezeggen. Wij zouden onze schroom ten opzichte van Jezus dus moeten laten varen en Hem met heel ons wezen als goede herder zien. Geloof me dat is een solide basis. Jezus kent als goede herder immers zijn schapen en Hij weet wie ze zijn met al hun zorgen en problemen. Het gaat uiteindelijk voor elke christen om de vraag of hij in de voetsporen van Jezus wil treden en ook een goede herder wil zijn.

Welke kudde is ons bijvoorbeeld toevertrouwd? En hoe stel ik mij daar op? In mijn gezin bijvoorbeeld ten opzichte van mijn partner en kinderen? In mijn werk ten opzichte van collega’s en bazen? Als kille manager die alleen zijn eigen doelen nastreeft of als bruggenbouwer? Wil je de mensen met wie je werkt beter maken, tot hun recht laten komen of ga je ook hier ten koste van anderen te werk? Het heeft alles met spiritualiteit te maken. Wat is je houding ten aanzien van andere mensen? Gebruik je mensen voor je eigen doelen of klopt mijn hart inderdaad ook voor mijn medemens?

De figuur van Jezus Christus blijft een ontzettend boeiende figuur. Hij is het prototype van de goede herder. Aan de ene kant geeft ons dat vertrouwen dat Hij als het erop aankomt inderdaad zachtaardig en rechtvaardig is. Daar mogen we op vertrouwen. En misschien komt dan ook de vraag op om ook zo te zijn. Want ja, is zo’n figuur ook niet een heel interessante figuur om net als Hem te worden? Om ook een goede herder te worden?

Vanouds en dat is natuurlijk ook terecht ging de aandacht vooral naar de priesters uit die als de goede herder moesten zijn en de eenheid en verbinding tussen mensen tot stand moesten brengen. Dat klopt natuurlijk nog steeds, maar het is ook te mager. Want goede herder zijn geldt voor iedereen en voor alle terreinen van onze maatschappij. In de zorg, in het onderwijs, in de wetenschap, ja zelfs in het leger. We zijn allemaal maar mensen die bij tijd en wijle een schouderklopje of complimentje nodig hebben en niemand kan een geldig excuus vinden om dat te weigeren of over te slaan. Goede herder zijn is een zaak van het hart en waar je vol van bent. U kent het spreekwoord: ‘Waar het hart vol van is, loopt de mond van over!’. Ik zou zeggen, laat hem maar lekker vol zitten, dat geeft ons de tijd om ons hart te laten spreken en eenheid en verbinding tot stand te brengen in onze zo dorre en anonieme wereld. Dat kunt u, dan kan jij en dat kan ik. Dat kunnen wij allemaal.

 Amen.
© 2018 Sandor Koppers