Home » Preekarchief » preken 2018 » 25 november 2018

25 november 2018

OVERWEGING CHRISTUS KONINGFEEST, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Dan. 7,13-14 en Joh. 18,33b-37)(B)

Voor het joodse volk was koning David het grote voorbeeld van een goede koning. Een koning die om te beginnen letterlijk herder was toen hij geroepen werd door de profeet Samuël. Maar vooral omdat door hem duidelijk werd dat een koning hoe dan ook een soort ‘herder’ moest zijn. Wij kunnen ons afvragen of er in onze tijd nog leiders zijn, die op die manier ‘herder’ zijn van hun volk. Op dit moment lijkt het wel of we leven in de tijd van de grote mannen, de grote leiders, Trump, Erdogan, Poetin. Dat zijn de ‘Machers’ van deze tijd. Ze hebben liever niet te veel inspraak, laat staan tegenspraak, en stropen liever de mouwen op om even wat te fiksen. De toekomst zal uitwijzen wat er werkelijk van hun krachtpatserij van blijvende waarde is. Is er dan helemaal niemand die op een zachte manier bekwaam is om onze wereld vooruit te helpen? Die zijn er gelukkig ook. Maar zij hebben het misschien wel moeilijker dan een aantal jaren geleden. Leiderschap is dus altijd een strijd tussen krachtpatserij en zachte krachten.

We zien die strijd in feite ook in de Bijbel. In het begin van de Bijbel overheerst aanvankelijk het beeld van een almachtige, wrekende, straffende God die met vernietiging en ondergang dreigt en die soms ook ten uitvoer brengt. Maar langzamerhand ontdekt het volk Israël dat God daar helemaal niet is, maar juist vooral in een zachte bries schuilt en in kwetsbare mensen. God krijgt in de loop van de tijd steeds meer het uiterlijk van een goede herder. Herders waren natuurlijk bekend voor hen. Zij moesten zorgen voor hun kwetsbare schapen. Hen naar drinkbaar water brengen en naar groen gras en naar veiligheid. Vandaar dat de psalmist van psalm 23 ook zegt: ‘God, de Heer is mijn herder. Niets kom ik tekort’. Hier wordt een soort geborgenheid uitgedrukt die wij bij God mogen voelen. Ons leven is gevaarlijk – ook wij moeten soms wandelen door donkere kloven en hebben te maken met grote problemen…, maar de Heer is bij ons. Hij laat ons niet in de steek: ‘Uw stok en uw staf geven mij moed en vertrouwen’. En ook het laatste boek van de Bijbel, de Apocalyps is duidelijk als ze het heeft over Hem: God is de Alfa en de Omega, de Albeheerser, die ons liefheeft en ons heeft verlost door zijn Zoon Jezus Christus.

Psalm 23 wordt vaak bij uitvaarten gebeden of gezongen. Logisch ook, want in de overgang naar het leven na de dood zijn wij hulpeloos en klein, we zijn machteloos en zoeken steun en troost bij elkaar, maar ook bij Jezus die ons op die weg is voorgegaan en ons daarom vasthoudt. Als christenen zien wij Hem als de Goede Herder die ons naar het hemels Vaderhuis leidt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, zegt Hij. Wie deze weg op gaat, wie zo christen probeert te zijn zoals Hij dat heeft voorgedaan, die raakt niet verloren. Want hij wordt via duistere kloven, via moeilijke en pijnlijke momenten in zijn leven, naar het hemels gastmaal geleid: ‘Gij nodigt mij aan uw tafel…mijn beker is overvol’, zegt psalm 23 ons.

Deze prachtige psalm leert ons dat het koningschap van God geen koningschap op afstand is. Het is even nabij als een herder zijn schapen nabij is. ‘Hij roept zijn schapen bij hun naam’, zegt Jezus ons. Zij kennen zijn stem. Hoe komt het dat zij zijn stem kennen? Omdat ze dagelijks met Hem omgaan, ze horen dagelijks zijn stem – Hij is nabij. Zijn stem is hun vertrouwd. In Jezus hebben wij die nabije stem van God van heel nabij mogen leren kennen. In de prachtige parabels en gelijkenissen die Hij ons heeft verteld en in het prachtige gebed dat Hij ons heeft gegeven en in de prachtige sacramenten die Hij ons heeft toevertrouwd. Langs al die wegen spreekt God, spreekt Jezus dagelijks tot ons en kunnen wij van dag tot dag omgang met Hem hebben. En toont Hij ons zodoende de weg naar de ‘grazige weiden’, de verzoening in het sacrament van de biecht, de genezing in het sacrament van de zieken en het voedsel in het sacrament van de eucharistie. Beelden van het gastmaal waartoe wij zijn uitgenodigd. Als Jezus tegen Pilatus zegt dat Hij koning is dan bedoelt Hij dat soort herder-zijn.

En wij? Wij zijn als schapen: we hoeven en kunnen niet alles begrijpen wat de Goede Herder zegt – als wij zijn stem maar herkennen. Als wij ons maar door Hem laten raken in de Schrift en in de Kerk. We leven ondertussen in het geloof – dat betekent dat wij God niet zien. Maar we hebben wel de stem van de Goede Herder. We hebben Jezus, die tot ons spreekt. En we weten: Hij bemint ons. We kunnen ons aan Hem toevertrouwen. Want niet het begrijpen is voor het schaap het meest belangrijke, maar het vertrouwen, het zich toevertrouwen aan iemand die groter is, die wijzer is, die een grotere kennis heeft.

Jezus is waarlijk die Goede Herder: Hij blijft in de waarheid ook al wordt Hij door Pilatus veroordeeld tot het kruis. Maar ook dan laat Hij de schapen, de verloren mensheid, niet in de steek. Hij gaat tot het uiterste in zijn koninklijke, herderlijke taak om de schapen weer naar huis te leiden. Zijn liefde is sterker, is groter dan alles. Hij geeft zijn leven voor zijn schapen, want Hij wil dat wij het leven bezitten. Hij wil als koning een dienaar van het leven zijn. Hij wil ons leven schenken in overvloed.
Amen.
© 2018 Sandor Koppers