Home » Preekarchief » preken 2018 » 30 december 2018

30 december 2018

OVERWEGING H. FAMILIE, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(1 Sam. 1,2—22.24-28 en Lc. 2,41-52)(C)
Een van mijn favoriete televisieprogramma’s is het programma Spoorloos. U kent het waarschijnlijk wel hoe mensen die op zoek zijn naar familieleden of bekenden die ze jaren geleden uit het oog zijn verloren met de hulp van Derk Bolt en zijn team na lang zoeken weer terugvinden en weer herenigd worden. Het is altijd een ontroerend moment. Een moment van blijdschap en emotie. Tranen biggelen over de wangen, van de betrokkenen en ik moet eerlijk zeggen: ook vaak van mij. Zo diep blijkt de biologische band te zijn. Zo sterk voelen mensen dat zij bij elkaar horen en in feite bij elkaar echt thuis zijn.

Zoiets dergelijks zal Jezus misschien ook gevoeld hebben toen Hij achter was gebleven in de tempel van Jeruzalem. Natuurlijk, Hij groeide als kind op in Nazareth bij Jozef en Maria. Maar Hij zal zich in de loop van de jaren ook steeds meer bewust zijn geworden van wie Hij was. En toen Hij een jaar of twaalf geworden was, zal Hij zich ook wel vragen zijn gaan stellen omtrent zijn afkomst. Maria was dan wel zijn moeder en Jozef zorgde voor Hem. Maar hoe zat het nu met zijn natuurlijke Vader? Hij ging op zoek. Niet naar een ver land, zoals in het programma Spoorloos, maar Hij ging zoeken, daar, waar zijn Vader te vinden was: in de tempel.

Het is veelzeggend dat Jezus juist naar de tempel ging om zijn hemelse Vader te zoeken. Had Hij Hem ook niet kunnen vinden in gebed of in de heilige Geschriften? Natuurlijk, maar die gang naar de tempel bleek toch onontbeerlijk te zijn om Hem werkelijk te kunnen vinden.

Vandaag viert de Kerk het feest van de heilige Familie: Maria, Jozef en het kind Jezus. Zoals we ze ook in de kerststal tegenkomen en zoals we ze vandaag twaalf jaar later tegenkomen. Heilig wordt dit gezin ten eerste genoemd vanwege het feit dat de Schepper van alle dingen, God zelf, in dit gezin geboren werd. Maar ook heilige vanwege Jozef en Maria die, beide op hun eigen specifieke wijze gehoor geven aan hetgeen God van hen vraagt.

En vandaar dat dit gezin een mooi voorbeeld vormt van een goed gezinsleven. De mensen die er wonen, die zijn niet rijk, hebben niet het mooiste huis van de stad, maar de sfeer die daar heerst is goed. Vader en moeder die zorg hebben voor elkaar en voor hun kind. Er is wederzijdse genegenheid en respect, men helpt elkaar.

Maar de term ‘heilige familie’ is ook nog breder op te vatten. Het is niet voor niets dat de Kerk juist het gezin ziet als plaats waar mensen het leven met elkaar in liefde leren delen, en als basis van waaruit kinderen dat kunnen leren en kunnen opgroeien tot evenwichtige volwassen mensen. Elk gezin heeft iets van heiligheid in zich. En die heiligheid schuilt in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Zo ook vandaag: Jozef en Maria zijn op weg om hun godsdienstige plichten te vervullen. Het was een hele reis, in die tijd, om van Nazareth naar Jeruzalem te gaan. Moeilijk en zwaar. En het doet vermoeden dat zij hun wekelijkse en dagelijkse godsdienstige oefeningen dan ook altijd trouw volbrachten, want die kostten minder moeite. Hoe dan ook ze gáán, ook dit jaar weer. Maar deze keer gebeurt er iets bijzonders: ze raken Jezus kwijt! Jezus die achterblijft in de tempel. De ouders de wanhoop nabij als ze dat merken. En als ze Hem na drie dagen gevonden hebben kon Maria niets anders zeggen dan: ‘Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?’.

Het antwoord van Jezus dat Hij in het huis van zijn Vader moest zijn, was ongetwijfeld verbijsterend. Jezus was natuurlijk wel een bijzondere jongen, maar dat Hij zoiets zou zeggen had zij niet voor mogelijk gehouden. Haar geloof in haar Zoon werd duidelijk op de proef gesteld. Geloven is niet altijd makkelijk, het kost moeite, pijn zelfs zo nu en dan. Maar zij liet Hem niet los. Gelovig aanvaardde zij zijn woorden en ging steeds meer ontdekken wie hij werkelijk was. En waar Hij werkelijk thuis was. In het huis van zijn Vader.

Tegenwoordig hoor je nogal vaak dat mensen zeggen: geloven kan ik thuis ook doen, daar heb ik de Kerk niet voor nodig. Ik doe het wel op mijn eigen manier. Op zich gelooft ieder mens inderdaad op zijn of haar manier. Maar als we niet naar de tempel, naar de kerk zouden gaan, dan missen we wel iets essentieels. Is de kerk niet het huis van God? Is de kerk niet bij uitstek de plaats waar we Hem kunnen vinden? En waar de medemensen kunnen ontmoeten die ook naar Hem zoeken? En als we kinderen van God willen zijn; wat voor kinderen zijn we dan als we onze Vader niet zo nu en dan komen opzoeken in zijn huis?

Een programma als Spoorloos toont ons hoe belangrijk het is om op de plek te zijn en bij de mensen te zijn waar je thuishoort. Daar voel je je pas echt thuis.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers