Home » Preekarchief » preken 2018 » 4 november 2018

4 november 2018

OVERWEGING EENENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Deut. 6,2-6 en Mc. 12,28b-34)(B)

 Afgelopen vrijdag werd wereldwijd Allerzielen gevierd. Ik had net als andere jaren de nabestaanden van de overledenen van het afgelopen jaar uitgenodigd. De kerk zat dus vol met mensen die ieder op hun eigen manier bezig waren met hun dierbare overledenen. Allerzielen vieren we altijd op 2 november. Een tijd waarin we echt merken dat de dagen korter worden. En vaak is het ook een periode van grote najaarsstormen. Menigmaal hebben die in onze geschiedenis rond 1 en 2 november onze kusten geteisterd. Storm en kou horen echt bij dit jaargetijde. Maar wat mij tijdens en na de Allerzielenviering toch ook nu weer opviel was de warmte, de aandacht, de solidariteit en vooral lotsverbondenheid tussen de mensen. We waren allemaal één in ons verdriet, één in onze lotsverbondenheid, één in onze liefde voor elkaar.

Met de novembermaand komt het eind van het kerkelijk jaar in zicht. De verhalen worden elke zondag indringender en grauwer. Dit weekend horen we over Jezus’ laatste confrontatie met zijn tegenstanders voor Hij door hen wordt gearresteerd en ter dood veroordeeld wordt. De vraag die Hem gesteld wordt is essentieel. ‘Jezus, wat is het voornaamste gebod?’. Waar draait het nu allemaal om in het leven? Het antwoord van Jezus is eenvoudig en verbluffend. Het gaat in het leven om de liefde, de rest is allemaal bijzaak!

Er was eens een klein meisje dat op haar buik in de zandbak lag. Dikke tranen rolden over haar wangen. Waarschijnlijk had ze net op haar kop gekregen van haar moeder. Ze was naar buiten gelopen en lag daar languit te snikken. Plotseling voelde ze een hete adem in haar nek. Ze draaide zich in één slag om en zag dat het Floris was, de hond. Ze sloeg haar kleine armpjes om de nek van Floris en zei: ’k ben wel lief hè, Floris, ik ben wel lief!’. Een klein kind, nee, elke mens heeft behoefte aan een arm om je schouder. Iemand die je laat merken dat jij nog steeds de moeite waard bent.

Liefde is de grootste drijfkracht in het leven. Voor Jezus zelfs het voornaamste gebod. Maar voordat Jezus antwoord geeft, zegt Hij iets anders. Hij zegt: ‘Hoor, Israël!’. De voornaamste eigenschap van liefde is dat je weet te luisteren. Je weet dat er van liefde geen sprake is, als de ogen van een ander tijdens een gesprek verveeld de andere kant opkijken of er misschien even verderop interessantere mensen staan. Liefde is naar elkaar luisteren, elkaar aandacht geven. Geliefden hoor je het vaak zeggen, als ze voelen dat hun liefde bedreigd wordt: ‘je luistert nooit naar me!’. Je weet dat er liefde is, als iemand met zo’n aandacht naar je luistert dat je voelt dat de ander écht in je geïnteresseerd is.

In die tijd trad een Schriftgeleerde op Jezus toe, en legde Hem de vraag voor: ‘Wat is het allereerste gebod? Jezus antwoordde: ‘Luister!’. Luister naar God, naar je naaste en naar jezelf’. Luister naar de bron van het leven. Luister naar het leven. Er is geen enkel belangrijker gebod. De Schriftgeleerde is het daarmee eens weet Marcus ons te vertellen. Hij versterkt Jezus’ argument zelfs door dat luisteren en die liefde belangrijker te verklaren dan de offers in de tempel. Jezus noemt dat antwoord wijs, maar nodigt de man niet uit Hem te volgen. Want wijs zijn en inzicht hebben is toch wat anders dan het ook nog eens te doen! Het Rijk God vraagt niet alleen om inzicht. Het is geloven met je hart en met je handen, met je doen en je laten.

Op een keer stond ik voor een stoplicht. Op de hoek waren ze een huis aan het bouwen. Een grote transportband liep naar boven. Maar er lag niets op. De band liep maar door, de werknemers waren blijkbaar aan het schaften. Een lege transportband gaat omhoog. En ik dacht: dat is eigenlijk een beeld van het leven. Ons leven loopt door (hoe lang nog?) en onze transportband loopt tot in de hemel. Maar ligt er wel wat op? Of gaat er niks omhoog? Waar blijf je met je daden van goedheid en liefde die tot de hemel mogen gaan? Sommigen lijken hun transportband naar de hemel nooit leeg te hebben. Zoals Moeder Teresa van Calcutta. Zij plukte met haar medezusters de stervenden van de straat. De liefde is groot in de gewone dingen. De liefde maak je niet op één moment waar in klinkende zinnen of daverende preken. Het zijn de kleine stapjes die je zet. Stap voor stap groei je in de liefde – door te luisteren – door van de ander en van God evenveel te houden als van jezelf.

Het leven gaat voorbij als een transportband. Alleen de liefde is de moeite waard om op die band te worden gezet. Maar waar blijven de mensen die de band bedienen? Die mensen dat zijn wij! Maar arbeiders die voor een grote vrachtauto staan weten dat je die grote bak niet in één keer kunt laden. De band loopt, de wagen wordt beetje bij beetje gevuld. Niet door geweldige krachttoeren of grote hoeveelheden, maar door kleine stapjes, kleine beetjes. Zo laat ook de wet van God zich vervullen: stap voor stap en beetje bij beetje. Ook de liefde kunnen we leren: stap voor stap en beetje bij beetje. Door te leren luisteren naar God, naar elkaar en naar onszelf, met heel ons hart, met heel ons verstand. Dat gaat boven alle brand- en slachtoffers!

Amen.
© 2018 Sandor Koppers