Home » Preekarchief » preken 2018 » 6 mei 2018

6 mei 2018

OVERWEGING ZESDE ZONDAG VAN PASEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Hand. 10,25-26.34-35.44-48 en Joh. 4,7-10)(B)

Als je kijkt naar ontwikkelingen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika dan zie je dat religie, en dan vooral het christendom, groeit en bloeit. China zou wel eens aan het einde van deze eeuw het land kunnen zijn met de meeste christenen. En hoe komt dat? Dat komt door de unieke boodschap van het christendom. De Duitse filosoof en socioloog Jürgen Habermas zegt het zo: ‘Het christendom en niets anders is uiteindelijk de grondslag van de vrijheid, het geweten, de mensenrechten en de democratie, de criteria waaraan de westerse beschaving valt af te lezen’. Maar als het christendom nu zo geweldig is, is de vraag wat nu de kern van dat christendom is. We krijgen vandaag op twee manier antwoord. Het eerste antwoord is een antwoord uit de praktijk van de prille kerk en het tweede antwoord is het antwoord van de stichter van die kerk, van die gemeenschap, van Jezus zelf.

Het antwoord uit de praktijk is hoe de leider van die prille kerk, die beginnende gemeenschap, die gemeenschap van de mensen van de Weg, omging met buitenstaanders, met mensen die niet tot de etnische of religieuze groep behoorden. Aanvankelijk, en in zijn optiek ook heel logisch, richtte Petrus zich tot de eigen groep, tot zijn eigen soort mensen. Dat gaf rust en was vertrouwd. Dat waren de volgelingen van Jezus, allemaal afkomstig uit het jodendom. Dat was zijn wereld, de veilige wereld van ‘het ons kent ons’. Petrus had zich wel eens verbaasd dat zijn Meester een gesprek had gevoerd met een Samaritaanse vrouw, ergens aan een waterput. Hij had zich toen afgevraagd waarom Jezus in godsnaam in gesprek kon gaan met die vrouw en dan nog wel een Samaritaanse. Een buitenstaander. Eentje die er niet bij hoorde, die als onrein moest worden beschouwd.

Die redenatie volgt Petrus vandaag niet. Hij heeft ondertussen beter leren kijken en was daardoor in staat om te zien dat die heidense militair het meende, dat hij authentiek was en echt geloofde in Jezus. En dat hij ook een man van het gebed was. Hij zag dat Cornelius inderdaad God vreesde en een goed mens was. En juist die twee dingen, van God houden en van de mensen houden, maakten hem zo geschikt. En dat gaf hem, ook al was hij niet besneden, recht op het water van de doop. Voor het eerst kijkt Petrus dus verder dan zijn neus lang is, verder dan zijn eigen etnische groep en juist dat verruimt zijn mogelijkheden. Bij God bestaat geen aanzien des persoons, gelovigen uit alle volken zijn welkom.

En dan het antwoord van Jezus, wat dus in feite het eerste en belangrijkste antwoord is, dat antwoord is het antwoord van de liefde. En liefde is natuurlijk een heel lastig woord. Het kan al snel gaan lijken op sociale controle: allemaal hetzelfde zijn en ingrijpen als er iemand afwijkt. En het lijkt te stammen uit de tijd waarin elk volk op zichzelf leefde. En zijn eigen zaakjes zelf regelde. En wat niet klopte, werd met de mantel der liefde bedekt. Maar als de grenzen opengaan, mensen op de maatschappelijke ladder stijgen en daardoor uit elkaar groeien, mensen door elkaar heen gaan wonen en de sociale media in een mum van tijd je reputatie kapot kunnen maken, ja, dan wordt het met de liefde pas echt lastig. Want dan komt het op de echte, ware betekenis van het woord liefde aan: namelijk trouw, elke dag erbij blijven wat er ook gebeurt. Dan komt het aan op geduld en volharding en vergeving. Dan komt het aan op verbonden blijven ook al is dat niet makkelijk, verbonden blijven zoals de ranken aan de wijnstok verbonden moeten blijven willen zij überhaupt vruchten voortbrengen.

Het woord liefde is misschien lastig, het woord vrienden eveneens. Want ook dat kan al snel gaan over vrienden onder elkaar, de ene dienst is de andere dienst waard, het old boys network. Ik help jou, jij helpt mij. Maar dat is niet het soort vriendschap waar Jezus het over heeft. Hij heeft het meer over het soort vriendschap ten aanzien van mensen die niets terug kunnen doen, die geen cent te makken hebben, die verloren lopen. Daarom dat Jezus vandaag zegt: ‘Jullie zijn mijn vrienden als je die mensen langs de kant van de weg, al die verloren zonen en dochters, als jouw vrienden beschouwt en behandelt’.

Religie brengt mensen samen, zonder aanzien des persoons, in een beschermende gemeenschap waarin gelijkheid en tijdloze waarden geldig zijn. En wie je ook bent, we hebben allemaal een behoefte om ergens bij te horen. En de gemeenschap die Jezus heeft gesticht, is een gemeenschap waarin het gezin centraal staat, maar waarin ook het besef bestaat dat mensen fouten maken, mogen maken, maar ook gelijkwaardig zijn, een gemeenschap die gedragen wordt door een romantische kijk op de liefde. En inderdaad, het is lastig om dat allemaal te realiseren, er zijn voorbeelden genoeg met mislukkingen, maar het is ook groots en meeslepend om in zo’n gemeenschap te leven en daar je steentje aan bij te kunnen dragen.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers