Home » Preekarchief » preken 2018 » 9 september 2018

9 september 2018

OVERWEGING DRIEENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Jes. 35,4-7a en Mc. 7,31-37)(B)

Een Russische boer vroeg ooit aan zijn vriend: ‘Zeg, Iwan, hou je van mij?’. De andere antwoordde: ‘Natuurlijk hou ik van je!’. Waarop de boer vroeg: ‘Weet je dan ook wat mij pijn doet?’. Waarop zijn vriend antwoordde: ‘Hoe kan ik nou weten wat jou pijn doet?’. En daarop zei de boer: ‘Als jij niet weet wat mij pijn doet, waar ik mee bezig ben, waar ik mij blij om maak, of waar ik mij zorgen om maak of wat mij verdriet doet, als je dat allemaal niet weet, dan kun je ook niet zeggen dat je van mij houdt’.

 

 

 


Dit verhaaltje leert ons dat je niet van echte liefde kunt spreken als je niet kunt of wilt aanvoelen wat er in het hart van de ander omgaat, als je geen weet hebt of interesse hebt wat een ander aan leed, aan angst of zorgen met zich meedraagt. Liefde en het aanvoelen van pijn en leed, vreugde en verdriet. Die twee dingen horen samen. En we zien het Jezus doen, hoe Hij de doofstomme in het evangelie van vandaag tegemoet treedt zoals de Russische boer het van zijn vriend wenst. De doofstomme vraagt Hem niet om medelijden of verzorging. Wat hij nodig heeft is iemand die hem begrijpt, die in hem geïnteresseerd is, die hem er weer bij laat horen, die het leven weer voor hem opent.

Want wie niet kan horen en niet kan spreken, bevindt zich in een totaal isolement. Als je blind bent of verlamd, dan kun je nog behoorlijk met mensen in contact komen. Een doofstomme is letterlijk van de wereld afgesloten. Hij ziet de mensen lachen, maar hij weet niet waarom. Hij ziet de mensen huilen en hij weet niet waarom. Hij ziet dat instrumenten bespeeld worden, maar hij hoort niet de muziek. Het is voor hem praktisch onmogelijk te delen in de vreugde en de pijn van mensen om hem heen.

Jezus zucht als Hij de doofstomme ziet. Hij wil niet dat mensen opgesloten zitten in zichzelf. Hij wil dat mensen zich openen voor elkaar. ‘Effata’, zegt Jezus daarom. ‘Ga open’. En ‘terstond gingen zijn oren open en werd de band van zijn tong losgemaakt zodat hij normaal sprak’. Het moet een geweldige, bevrijdende ervaring voor de man zijn geweest.

Maar dan gebeurt er iets heel merkwaardigs, iets tegenstrijdigs. Onmiddellijk nadat Jezus de stomme het spreekvermogen heeft gegeven, legt Hij hem en alle omstanders een spreekverbod op. ‘Hij verbood het aan iemand te zeggen’, zo kunnen we lezen in het evangelie. Je zou kunnen zeggen: hier kun je mooi mee aan de weg timmeren, voor de dag komen en het van de daken schreeuwen. Maar dat wil Jezus niet. Integendeel. Hij zegt: vertel het aan niemand; houd het stil. Wat kan toch de reden zijn van dat vreemde verbod? Waarom geeft Jezus een doofstomme zijn zintuigen weer terug, en zegt Hij vervolgens dat iedereen zijn mond daarover moet houden?

Misschien heeft dat te maken met de vraag die die Russische boer aan zijn vriend stelde of hij wel echt in hem geïnteresseerd was. Of dat het die vriend alleen maar ging om het lekkere eten en de heerlijke wijn die hij toch altijd bij die boer kon krijgen. Misschien legde Jezus hun wel dat zwijggebod op omdat Hij aanvoelde dat de mensen wel voor de stunts en de sensaties naar Hem toe kwamen, maar verder geen enkele interesse hadden voor wat daar achter zat. Dat ze helemaal geen zin hadden om anders te worden. Terwijl het daar wel om gaat. Jezus wilde leerlingen met een hart hebben die open zouden staan voor het lijden om hen heen. En die ook de tegenwerking, het lijden en sterven van Jezus zelf zouden kunnen dragen

Want eerst moesten ze de woorden van de profeet Jesaja, die ze van kindsbeen af hadden gehoord in hun eigen synagogen, beter leren begrijpen. Profetieën waarin Jesaja zegt dat ‘God hen komt redden. Dat de ogen van de blinden geopend worden, de oren van de doven geopend’. Eerst moesten zij het verband gaan zien tussen de gebeurtenissen waarvan zij nu getuigen zijn, namelijk de genezing van die doofstomme die vanuit een doodstille wereld naar een wereld van muziek en geluid overging, en de gebeurtenissen uit het verleden zoals die door Jesaja was geprofeteerd. Dat die woorden dus in Jezus waar worden. Dat met Hem het rijk Gods is aangebroken.

Maar niet alleen de toeschouwers kregen een spreekverbod opgelegd, ook ons legt Jezus in feite een spreekverbod op totdat ook wij anders worden. Ook ons wordt het zwijgen opgelegd totdat ook wij gaan inzien voor wat er omgaat aan leed in het hart van de ander. Heel veel mensen die wij ontmoeten zijn doof en stom, maar met hun ogen vragen zij: ‘Hou je van mij? Ben jij degene bij wie ik gewoon mag zijn wie ik ben? Hopelijk kun je dan als christenmens zeggen: ‘Ja, ik hou van je, want ik heb de nood en het leed in je hart gezien’. ‘Ga open’, zegt Jezus. Spreek de mensen aan, toon hen je hart, leef met hen mee, opdat zij ook van hun kant de moed kunnen opbrengen om zich uit hun eigen isolement te bevrijden. Als we zo tegenover elkaar staan, als we zo aanvoelen wat er in het hart van de ander omgaat, zullen we het allemaal gaan zien, zullen we het allemaal gaan begrijpen. En zal het ook allemaal in vervulling gaan. Dan zal de tong van de stomme jubelen, de beken ontspringen in de steppen, rivieren in de woestijn. De dorre vlakte wordt een vijver, het dorstige land een waterbron. Moge het zo zijn.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers