Home » Preekarchief » preken 2018 » allerzielen 2018

allerzielen 2018

OVERWEGING ALLERZIELEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE

(Jes. 25,6a.7-9 en Lc. 23,44-46.50.52-53;24,1-6a)

Gisteren vierden we Allerheiligen, vandaag is het Allerzielen. En waar we gisteren dachten aan hen die door hun leven en doen en laten mogen genieten van Gods eeuwige liefde en vrede, gedenken we vandaag de overledenen van onze familie, onze vrienden en kennissen, onze buren, onze parochiegemeenschap. En we bidden dat ook zij mogen rusten in vrede en mogen genieten van zijn barmhartige liefde.

Dat is Allerzielen, en dat gedenken we in stilte en gebed. We denken aan onze lieve doden, en misschien missen we hen meer dan op andere dagen. We missen hun liefde, hun inzet, hun aanwezigheid, hun woorden. We gedenken hen op een sobere wijze, zoals de sfeer van Allerzielen ook is: sober en beheerst. Maar dat is niet overal zo. Misschien hebben we wel eens filmpjes op de tv gezien, over volkeren voor wie Allerzielen een feestdag is die ze bij hun overledenen vieren. Ze eten en drinken op het kerkhof, helemaal in de nabijheid van hun overledenen, ze spelen muziek, ze zingen en neuriën. Hun doden horen daarbij, het is of ze echt aanwezig zijn, of ze deelnemen aan de gesprekken en meevieren met het feest. Want dat feest is aan hen gewijd.

Wij echter voelen Allerzielen niet aan als een feest, wel als een herinnering aan de enige absolute zekerheid die we hebben in ons leven: dat we eens zullen sterven en dat de dood deel uitmaakt van het leven. We weten dat de dood veel verdriet veroorzaakt. Net zoals we weten dat de dood voor velen het absolute einde is. Ze geloven niet in het leven na de dood, nee, zij geloven in het niets. Dood is dood, en het leven is dan voorgoed voorbij.

Maar in de eerste lezing horen we dat God de dood juist zal vernietigen en de tranen van alle gezichten zal afwissen en dat Hij redding zal brengen. En in het evangelie zijn we getuigen van de verrijzenis van Jezus. Het zijn allemaal sterke woorden, maar we kunnen ze geloven, ze worden al meer dan tweeduizend jaar doorverteld. En vaak klinken ze bij de begrafenis van mensen. Misschien hebben ze ook geklonken bij de begrafenis of crematie van uw dierbare. Op het moment van het definitieve afscheid, het onherroepelijke loslaten, worden deze woorden vaak gelezen. Als troost en als hoop. We stonden verder machteloos ten opzichte van de dood. Soms was de dood een verlossing na lang lijden, soms kwam het totaal onverwacht, maar machteloos waren we. Wij wel!

Maar God niet! Want als rode draad in al die verhalen herkennen wij God als Degene voor wie niets onmogelijk is. ‘Hij kan zelfs uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken’, lezen we in de Bijbel. Daarom noemen wij Hem ook Schepper en is Hij, hoe ongelooflijk dat ook klinkt, mens geworden in Jezus van Nazareth. Hij nam het mensenleven aan. En als mens is Hij een weg gegaan die wij allemaal moeten gaan: een weg van lijden en sterven. Dus zelfs in de moeilijkste periode van een mensenleven is Hij ons nabij, in goede en vooral ook kwade dagen. En toen Hij zelf de marteldood gestorven was en begraven was, toen heeft zijn Vader, toen heeft God, Hem uit de dood doen opstaan. Dit geloofsverhaal heeft ook bij het afscheid van uw dierbare geklonken. Niet om het verdriet weg te redeneren, maar om u troost en kracht te geven. Dat we nooit alleen zijn en zeker niet in het verdriet om een overleden dierbare want God is bij u en bij mij. En Hij maakt ook voor ons die poort naar een eeuwig leven open. En dat geeft mensen hoop op een nieuw en eeuwig leven na de dood.
Moge die gelovige zekerheid op een leven na de dood ons Allerzielen zijn. Voor ons, en voor allen die we liefhebben en ons in de dood zijn voorgegaan.

Amen.
© 2018 Sandor Koppers