Home » Preekarchief » Preken 2015 » 1 februari 2015 Gezinsviering

1 februari 2015 Gezinsviering

KORT WOORD VOORSTELLINGSVIERING 1E COMMUNIE,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 1 FEBRUARI 2015

Zo, dus jullie gaan je nu echt voorbereiden op je 1e Communie. Dan gaat het nu toch echt beginnen. Maar wat is je voorbereiden op je 1e Communie eigenlijk? Het is het volgen van een aantal lessen. En tijdens die lessen krijg je van alles te horen over God. En over Jezus, de Zoon van God. Allerlei verhalen van lang geleden. Mooie verhalen, spannende verhalen, ontroerende verhalen. Noem maar op. En al die verhalen vertellen ons iets over God.
Heeft iemand ooit God gezien? Eigenlijk niemand, hè. Het enige dat wij van Hem weten, weten we uit de Bijbel en uit de verhalen van Jezus, en die staan ook in de Bijbel. Vandaar dat wij de Bijbel zo goed gaan proberen te lezen. Want die vertellen ons iets over Jezus en over God de Vader.

En dus hebben wij vandaag ook zo’n verhaal gelezen. Het waren eigenlijk twee verhalen. In het eerste verhaal ging iedereen vertellen wie hij was. En dat is natuurlijk een goede zaak. Als je ergens voor het eerst bent, op school of bij vreemde mensen op bezoek dan stel je je voor. Dat is wel zo netjes. En dat hebben wij zojuist ook gedaan. We hebben gezegd wie wij zijn. Maar het tweede verhaal dat wij zojuist hoorden was een heel ander verhaal. Dat ging over zout en over een olielamp. En dat is toch heel iets anders. Of niet? Jezus zei dat zijn leerlingen moeten zijn als zout. Nou wat zout is, weten we wel. We weten allemaal dat er echt een beetje zout op de patat moet, anders is het niet lekker. Er moet ook zout in de soep, anders is die soep flauw. En vroeger, toen er nog geen koelkasten en vrieskisten waren, gebruikte men zout om eten langer goed te houden. Dus wat doet zout? Het geeft smaak aan het eten en het houdt het eten langer goed. En nu zegt Jezus dat Hij vindt dat zijn leerlingen dus moeten zijn als zout: smaak geven en dingen langer goed houden. Smaak geven aan het leven van mensen door lief te zijn en geen ruzie te maken, door elkaar te vergeven en elkaar te helpen. Maar ook door op te komen voor kinderen en mensen die het niet zo goed hebben als wij. Ja, als je dat allemaal doet dan lijk je op zout. Dan maak je het leven beter en houd je de aarde langer goed. En dan ben je een echte leerling van Jezus.

Maar Jezus had het in het verhaal ook nog over een lamp. Een lamp is er om licht te geven. En als het donker is en je hebt een lamp maar je doet hem niet aan of je stopt hem onder je dekens of onder je bed, dan kan hij jouw kamer niet verlichten en dan heb je er dus niets aan en stoot je nog steeds je kleine teen aan die stoelpoot. Een lamp moet dus kunnen branden, hij moet dus licht kunnen verspreiden! En zo vindt Jezus dat zijn leerlingen ook licht moeten verspreiden zodat iedereen hen ziet en zodat je zelf ook ziet waar je loopt en nergens je voeten aan stoot.

Het gaat dus over leerling van Jezus worden. We weten inmiddels dat jullie dat ook wel willen. Maar leerling van Jezus worden is meer dan een kwestie van huiswerk uit je hoofd leren, dat je kunt bidden zoals Hij dat deed, maar het is vooral oefenen. Oefenen. Elke dag weer.

En waarin moet je oefenen? In het na-apen van Jezus. In het nadoen van Jezus. Zoals Hij het deed, moeten wij het ook doen. Nou en met dat navolgen en leerling worden van Jezus gaan wij nu vandaag officieel beginnen. En dat houdt eigenlijk nooit op. Ook grote mensen moeten constant oefenen. Maar dat maakt niet uit, want Jezus is een hele lieve Meester, die oneindig veel geduld heeft met zijn leerlingen, groot en klein. Ik wens jullie veel succes om goede leerlingen van Jezus te worden.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers