Home » Preekarchief » Preken 2015 » 1 maart 2015

1 maart 2015

OVERWEGING TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 1 MAART 2015
(Gen. 22,1-2.9a.10-13.15-18 en Mc. 9,2-10)(B)

Op deze tweede zondag van de veertigdagentijd krijgen we twee schitterende verhalen voorgeschoteld. Verhalen die van belang zijn om te ontdekken wie God is. En het zijn natuurlijk verhalen van lang geleden. Maar ze zijn gekozen om ons, hoorders anno 2015, een juist beeld te geven van wie God is. Over dat juiste beeld van God bestaan tot op de dag van vandaag veel misverstanden. Een voorbeeld van zo’n misverstand over God.

Hebt u ze gezien? Die verschrikkelijke filmopnames van het vernietigen en kapotslaan van de eeuwenoude beelden en voorwerpen uit de musea in Ninive en Mosul in Irak? Standbeelden en kunstvoorwerpen die duizenden jaren oud zijn en afkomstig zijn van mensen die aan de bakermat van onze beschaving staan. Ik vond het weerzinwekkend om te zien. Mijn maag draaide om bij het zien van de beeldenstorm van de Eindtijdsekteleden van IS. Deze mensen geloven dat de eindtijd met het Laatste Oordeel aanstaande is en ze menen dat Laatste Oordeel een handje te moeten helpen door zelf maar vast als rechter op te treden. En alles kapot te slaan wat niet aan hun normen voldoet. Vreselijk. Maar hun beeld van God spoort hen aan om zo te handelen. En het allerergste daarbij is dat zij zich niet alleen vergrijpen aan kunst, maar ook aan kinderen, vrouwen en mannen. Iedereen die niet in hun straatje past kan slachtoffer worden van hun waanzin die gestoeld is op hun compleet foutieve godsbeeld.

Wat dat betreft zouden zij zich wat meer in Abraham moeten verdiepen en in de weg die hij is gegaan in de ontdekking van de ware God. Want de eerste lezing van vandaag beschrijft ons tot in detail het leerproces van Abraham. De heidense cultuur waarin Abraham leefde kende namelijk de gewoonte van kinder- en mensenoffers. Je kon God alleen maar behagen door je eigen nageslacht te offeren. Het was juist Abraham die ontdekte dat God helemaal geen kinderoffers eiste. Dat was nogal wat! Maar langzaamaan kwam Abraham tot het inzicht dat God zo helemaal niet in elkaar zat. God wil dat de mens leeft en toekomst heeft. Perspectief heeft. En Abraham groeide zo stapje voor stapje in de ontdekking van de ware God en in zijn vertrouwen in die God. Om te beginnen doordat hij nog op hoge leeftijd vader werd, maar ook doordat hij alles achter durfde te laten en zijn toekomst in Gods hand durfde te leggen. En daarin niet beschaamd werd! Steeds meer ontdekte Abraham, en later het volk Israël, dat God zijn volk niet in de steek laat, ook al lijkt dat soms het geval te zijn. Telkens weer voelden zij zich gedragen door God en vooral in de meest moeilijke momenten was er die hulp van God, niet als een verdienste of iets waar je recht op kon doen gelden, maar als een telkens ontvangen geschenk. En dan dat perspectief: dat de Heer zijn nakomelingen talrijk zal maken als de sterren aan de hemel en dat alle volken via Abraham zullen delen in die zegen. God moest wel gehoorzaamd worden, maar je kon Hem ook vertrouwen en daar moed uit putten. Dat was kort gezegd het leerresultaat van Abraham. En God spoort een mens dus helemaal niet aan tot dood en verderf, zoals de jihadisten van IS menen.

In dit oude en prachtige verhaal zien we de geloofsweg van Abraham én we zien het toekomstperspectief van Abraham. Zo’n geloofsweg en toekomstperspectief beschrijft Marcus ook in zijn verhaal van de verheerlijking van Jezus op de berg Tabor. Dat wil zeggen: hij begint met het beschrijven dat Jezus met zijn leerlingen op weg zal gaan naar Jeruzalem. En dan weet Jezus wat Hem daar te wachten staat: lijden en dood. De mens Jezus ziet daar begrijpelijkerwijs als een berg tegenop. Dan gaat Jezus met enkele dierbare leerlingen de berg op om te bidden. Daar verandert Hij van gedaante. En verschijnt Mozes, die op een berg de Wet van God ontving, en Elia, die op een berg de Baälpriesters aftroefde en wordt de stem van God gehoord. Voor de mens Jezus gaf deze topervaring de kracht om zijn weg van lijden en sterven te vervolgen en net als Isaak zelf zijn offerhout de berg op te dragen.

Wanneer wij eucharistie vieren, denken wij aan al die grote figuren uit het Oude Testament die de kracht om hun levenstaak te volbrengen ontleenden aan hun contact met de ware God. Dat beleefden zij niet zelden op een berg, want zo zei men in de tijd: op een berg ben je dichten bij God. Het altaar – dat offerplaats betekent – staat in deze kerk ook wat hoger. Die verhoogde plek symboliseert het opgaan naar God zoals Abraham, Isaak en Jezus, maar ook in het oefenen in loslaten. Wanneer het ons lukt de eucharistie echt zo te beleven, zullen ook wij een topervaring hebben. Wij verbinden ons dan intens met Jezus, met zijn weg omhoog en met zijn levensoffer en perspectief! Dan oefenen we ons in het loslaten, het alles achterlaten, en leggen ons leven in Gods hand, maar wij worden daarbij gesterkt door de hemel die heel even openging.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers