Home » Preekarchief » Preken 2015 » 12 april 2015

12 april 2015

OVERWEGING TWEEDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 12 APRIL 2015
(Hand. 4,32-35 en Joh. 20,19-31)(B)

Christenen vieren met Pasen het meest mysterieuze feest dat er bestaat. We vieren dat Jezus uit de dood is opgestaan. Hij heeft als eerste mens de dood overwonnen. De fysieke dood bleek voor Hem niet het eindpunt, maar de noodzakelijke doorgang naar een ander leven. Een leven na de dood. Dit kunnen aannemen tart in feite elk begrip en elke menselijke logica. Dit kunnen aannemen kan in feite alleen door het te geloven. Wij hebben tenslotte niet meer het voorrecht om de verrezen Jezus in zijn persoon te ontmoeten.

Voor de leerlingen lag dat anders. Want tussen zijn verrijzenis en zijn hemelvaart verscheen Jezus diverse keren aan zijn leerlingen. Ofschoon er wel wat vreemds aan de hand was. De verrezen Heer werd soms in het begin niet eens herkend, maar pas later na het breken van het brood, zoals bij de Emmaüsgangers. En in het evangelie van vandaag staat Hij ineens temidden van zijn leerlingen, terwijl de deuren gesloten waren. Het is dan ook helemaal niet gek dat Tomas, die even afwezig was, dit verhaal bij zijn terugkomst niet kon geloven. Zou u zo’n verhaal meteen geloven? Maar toen Jezus een week later weer verscheen was Tomas wel van de partij en werd hij door de aanwezigheid van Jezus zó overweldigd dat hij tot de mooiste geloofsbelijdenis kwam die een mens ooit heeft uitgesproken: ‘Mijn Heer en mijn God’. Mooier, echter, dieper, geloviger kan niet.

Deze nuchtere man, die aanvankelijk bij de enthousiaste eerste reacties van zijn mede-apostelen op de verschijning van Jezus, met beide benen op de grond bleef staan, en niet zomaar de verhalen van zijn vrienden voor zoete koek wilde aannemen. Deze no nonsens man bleek bij de tweede verschijning van Jezus een voortreffelijk begrip te hebben over wie Jezus is: zijn Heer en zijn God! Dat is toch wel een indrukwekkende groei. Maar hij had nog de luxe om zijn vinger in de wonden van Jezus te kunnen steken en zijn hand in de zijde van Jezus te kunnen leggen. Voor ons wordt dat al veel moeilijker. Vandaar dat Jezus hem vermanend toesprak met de woorden: ‘Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben’.

Wij dus. Wij zijn enkel en alleen aangewezen op ons geloof. Met dat geloof, met die innerlijke kracht, moeten wij het doen. Wij zullen Jezus niet zien, zoals de leerlingen Hem zagen en ervaren hebben tijdens die periode van veertig dagen na de verrijzenis. Het enige wat wij hebben én nodig hebben is geloof. Maar geloof is helaas niet te koop, geloof is ook niet af te dwingen, te forceren of aan iemand cadeau te doen. Geloof is een van de drie goddelijke deugden. Naast hoop en liefde heb je geloof als goddelijke deugd. Zoals liefde voor een bepaalde persoon niet te commanderen is en je ook niet zomaar hoop aan een ander kunt geven, zo kun je ook geloof niet inprenten. Het is genade. Een cadeau van God uit. Je hebt het of je hebt het niet. Je ouders kunnen je het voordoen, er kan een leuke parochie zijn waar je misschien wat op kunt pikken, een inspirerende paus, het helpt allemaal wel, maar echt verder gaat het niet. Het is er of het is er niet. En het is ook nooit een verdienste. Zo van: Kijk mij eens gelovig zijn! Dat heb ik toch maar mooi voor elkaar. Neen, dat heeft niets met geloof te maken. Dat is borstklopperij. Neen, geloof maakt je juist bescheiden over je eigen kunnen, want door geloof leg je juist zoveel bij de Allerhoogste.

Het is daarom maar goed dat Pasen en Pinksteren in de Bijbel eigenlijk op een dag vallen. Want nadat Jezus verschenen was en zijn leerlingen begroet had, blies Hij over hen en schonk Hij hen de heilige Geest. En meteen zien we de eerste vruchten van de heilige Geest: liefde, vreugde en vrede. Precies de vruchten die we in de eerste christengemeente van Jeruzalem zagen in de eerste lezing. Daar zien we een jonge kerk waarin de rijken een deel van hun onroerend goed verkochten en de opbrengst daarvan aan de apostelen gaven die dan zorgden voor de uitdeling onder de armen.

Zij konden zoiets radicaals alleen maar doen vanuit hun geloof. Op het geloof komt het aan. Het geloof geeft kracht en inzicht om de verrezen Jezus ook werkelijk te ervaren. Nu op dit moment. Alleen maar door geloof kun je tot de erkenning komen dat Jezus inderdaad bij ons is tot aan het einde van de tijden. Dat Hij de Zoon Gods is en uit de dood is opgestaan en nu zowel mystiek aanwezig is als werkelijk aanwezig. Werkelijk aanwezig in zijn Woord en in de sacramenten. In Brood en Wijn kunnen wij Hem daadwerkelijk in den lijve ervaren. In symbolen komt Hij ons rakelings nabij. Zo onvoorstelbaar dichtbij. Door dit zo te beleven versterkt het ook ons geloof, stellen we Hem present, omdat wij met elkaar Lichaam van Christus zijn, Kerk zijn. En dan komt er een moment dat wij zelfs in staat zijn de Heer te herkennen in het geschonden gelaat van een medemens. Zo moeten wij wel barmhartige mensen worden. En dan spoort het geloof ons aan tot daden van liefde door barmhartig te zijn voor elke mens.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers