Home » Preekarchief » Preken 2015 » 13 december 2015

13 december 2015

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 13 DECEMBER 2015
(Sef. 3,14-18a en Lc. 3,10-18)(C)

Het is dit weekend ‘zondag Gaudete’, Gaudete is het Latijns voor verheugt u, jubelt, juicht. Er wordt dus een oproep gedaan dat wij blij moeten zijn, want er komt een andere tijd. Dat zult u misschien niet zeggen nu, maar weest gerust: dit houdt een keer op, de ellende waarin mensen zoals u misschien in leeft. Daarom klinkt de oproep: opstaan en het hoofd omhoog, kijk en luister en dan zie je, midden in het verdriet, dat God nabij is en dat je, hoe gek dat misschien ook klinkt, zorgeloos moet zijn. ‘Weest onbezorgd’, noemt Paulus dat.

De afgelopen maanden zijn we keihard met de neus op de feiten gedrukt dat er op amper vier uur vliegen al vijf jaar lang een bloedige burgeroorlog woedt. En we zijn geconfronteerd met de aanslagen in Parijs. Nou niet bepaald onderwerpen waarbij je rustig kunt gaan slapen. Het gaat vooral om waakzaamheid momenteel. Daarnaast hebt u in uw nabije omgeving misschien te maken gehad met verdriet, met grote problemen of met grote zorgen. Dat zijn allemaal dingen die zich in uw en mijn leven afspelen. Nu is de liturgie van de Kerk in principe tijdloos. En de boeken die wij lezen zijn duizenden jaren oud, dus wat kunnen die ons nog zeggen? Het is dan ook altijd de uitdaging aan de predikant om deze oude teksten een actueel tintje te geven door ze in deze tijd te lezen en te interpreteren zodat wij er wat aan hebben!

Nou er is om te beginnen absoluut behoefte aan veiligheid, aan zekerheid en aan een lichtpuntje in het leven van veel mensen. Want die ontbreken heel vaak. Afleiding, je gedachten even op wat anders zetten, wie wil dat niet zo nu en dan? Depressiviteit, uitzichtloosheid kan mensen compleet verlamd maken. En om te beginnen blijken de lezingen wat dit betreft dus razend actueel. Want de situatie van bijvoorbeeld de inwoners van Sion uit de eerste lezing was ook troosteloos, uitzichtloos. Ze leden onder de situatie. En nu, nu worden ze eindelijk getroost, want de Ene, God, is zelf in Jeruzalem aanwezig als koning en als reddende held. En dat is nog niet alles, want ze horen ook dat God de stad liefheeft, hen liefheeft. God heeft Jeruzalem lief zoals een man zijn vrouw liefheeft, nou dat is duidelijke taal lijkt mij. Het blijkt dus te gaan om een hele intieme liefde van God voor Jeruzalem. Nou, dat is natuurlijk prachtig. Vandaar de oproep om blij te zijn. De reden voor die blijheid is nabijheid! De reden is dat God zijn volk nabij wil zijn. De profeet Sefanja noemt God in de eerste lezing dan ook Koning en Redder. Want Hij is en komt fysiek aanwezig binnen de poorten van Sion. En juist die aanwezigheid van God is de bron van vreugde voor het volk. Want als God aanwezig is, is het goed en is onze Redder en Koning aanwezig!

Het zijn allemaal prachtige, troostrijke woorden die op deze derde adventszondag ten gehore worden gebracht. En deze woorden moeten niet ver van ons af blijven staan, neen we zouden ons door die woorden, die troostrijke woorden moeten laten verwarmen en ons moeten laten overtuigen dat we daarom ook al onze zorgen bij God kunnen neerleggen. De zorgen van het leven, ze zijn er en ze zullen er altijd zijn, maar we hoeven ze niet alleen te dragen, we kunnen ze in ons gebed ook aan God toevertrouwen. Je mag ze bij God neerleggen, want Hij zal er ons van bevrijden. Want de Heer is nabij!

De adventstijd is bij uitstek de tijd om ons te verwarmen door de vreugde om Gods nabijheid. Verwarmen en innerlijk toelaten door ons hart te openen voor Immanuël, God-met-ons, en ons leven in zijn hand te leggen.

En dat is voor ons 21e eeuwse mensen niet eenvoudig, je leven in de handen van een onzichtbare vriend leggen. Dat vraagt oefening. Oefening in het loslaten, oefening in het vertrouwen. Het vertrouwen op God dat Hij daadwerkelijk zal redden. Dat Hij mij opvangt als ik val. En dat maakt mij, als het goed is, blij.

Maar met alleen verinnerlijking van de vreugde om de komst van Christus Immanuël zijn we er nog niet. Er is nog een tweede beweging nodig. Die beweging klinkt in het evangelie door in de vraag van de soldaten, de tollenaars en het volk: wat moeten wij doen? Wat moeten wij doen als ons hart vervuld raakt van vreugde? Het lekker voor onszelf houden? Het antwoord van Johannes de Doper is glashelder: wees rechtvaardig, wees barmhartig, wees bereid te delen wat je hebt.

De verinnerlijkte vreugde moet dus in ons zijn weg weer naar buiten vinden. In ons hart geland, ons hart verwarmd, mogen en moeten we die vreugde delen met elkaar en in het bijzonder met hen die dat nodig hebben. Dan kun je denken aan de mensen die helemaal niet uitkijken naar het kerstfeest. Omdat dit voor hen een tijd van eenzaamheid is. Van onzekerheid vanwege ziekte of werkloosheid. Je kunt ook denken aan hen die voor de eerste keer het kerstfeest tegemoet gaan zonder hun geliefde. En aan armen die slechts bezig zijn te overleven en geen kerstfeest kunnen vieren. Aan gevangenen in hun cel zonder familie én vanzelfsprekend aan de vele vluchtelingen die aan onze deuren kloppen. Aan ons de opdracht naar vermogen onze vreugde met hen te delen. Door ons gebed én door onze daadwerkelijke actie.

Ik wens u een goede voorbereiding op het kerstfeest toe.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers.