Home » Preekarchief » Preken 2015 » 18 januari 2015

18 januari 2015

OVERWEGING TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 18 JANUARI 2015
(1 Sam. 3,3b-10.19 en Joh. 1,35-42)(B)

Hoe zou u onze tijd karakteriseren? Chaotisch? Onrustig? De laatste weken razen we van aanslag naar aanslag. Vorige week Parijs, afgelopen donderdag België. Het is bijna wachten op het volgende incident. Kolommen staan vol over moslimfundamentalisme, over jihadstrijders, over de vrijheid van meningsuiting en over het al of niet kunnen beledigen om het beledigen. Facebook en Twitter zijn stortplaatsen van alles wat mensen maar kunnen bedenken en kunnen uitkramen. En iedereen praat door elkaar. En iedereen praat langs elkaar heen. Niemand luistert echt naar wat de ander zegt.

Dus hoe zouden wij onze tijd kunnen karakteriseren? Als dor en droog op geestelijk gebied? Dor en droog was het in ieder geval de tijd waarin het verhaal van de kleine Samuël zich afspeelde. Een tijd van chaos en verval. Een tijd ook van spirituele leegte. De zonen van de oude Eli hadden er een potje van gemaakt nota bene in het heiligdom waar de ark van het verbond werd bewaard. Iedereen deed wat hem goed leek. Het was crisis. Tegen die achtergrond speelt de roeping van de jonge Samuël. De mensen hadden lang niets van God gehoord. Ze hadden hoogstwaarschijnlijk andere dingen aan hun hoofd en leefden voor heel iets anders. En visioenen kwamen niet meer voor. En juist dat was een veeg teken volgens het boek der Spreuken, want ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’.

‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’. Dus waar geen uitzicht, geen perspectief is op wat dan ook, daar heeft de toekomst niets te bieden. Dit geldt misschien voor de teruggekeerde Syriëgangers die economisch en maatschappelijk geen toekomst voor zichzelf zien behalve in het gewelddadige fundamentalisme. Dit geldt misschien op een vreemde manier ook voor de cartoonisten van Charlie Hebdo. Daar heerst immers tot op de dag van vandaag het idee om rücksichtlos tegen alles en iedereen aan te kunnen schoppen en het moeten kunnen kwetsen om te kunnen kwetsen. Misschien ook een variant van een soort uitzichtloosheid. Hoe dan ook. Het leidt tot verwildering en verloedering. Tot respectloosheid. En uiteindelijk zonneklaar tot dodelijk geweld.

Maar soms. Soms gebeurt er zomaar iets onverwachts. Terwijl niemand er rekening mee houdt, vindt er een wending plaats. In de eerste lezing zien we daarvan een voorbeeld. Midden in de nacht (letterlijk en figuurlijk) laat God van zich horen. Terwijl Hij de grote afwezige leek! God roept Samuël bij zijn naam. De jongen denkt dat zijn mentor hem roept en gaat naar hem toe. ´Ga maar slapen, jongen´, zegt de mentor Eli. En dit herhaalt zich drie keer. En dan realiseert mentor Eli zich dat het de Heer God moet zijn en hij zegt tot Samuël: ´Je moet zeggen: spreek Heer, uw dienaar luistert´.

Zoals ik al zei het was een en al dorheid en chaos, verwildering en verloedering. Maar ook een oorverdovend lawaai. En er was een complete sprakeloosheid aangaande het hogere en spirituele. Tot dat ene moment van inzicht van Eli.

We mogen wensen dat er nu ook mensen zijn die zo’n moment van inzicht hebben en dat willen delen met anderen. Vaak is de reactie in de trant van ‘Ga maar slapen, er is niets aan de hand’. Maar als christenen geloven we toch in een persoonlijke God die van ons houdt en ons kent. Zijn liefde voor ons is toch zo groot dat Hij ons niet zal laten vallen en ons niet zal roepen tot iets wat buiten ons vermogen ligt. Sterker nog. Hij heeft ons geschapen en kent onze diepste identiteit. Dit betekent dus ook dat de weg die Hij ons wijst een weg is die naar onze bestemming leidt. En een mens die zijn bestemming in het leven bereikt, is een gelukkig mens.

Onze levensweg wordt ons zelden rechtstreeks door God, door zijn persoonlijk ingrijpen gewezen. Zo van: God zei mij zus, of God toonde mij zo. Neen, meestal gaat het via een soort Eli of via een soort Johannes de Doper die Jezus aanwees waardoor Andreas Hem achterna ging. Of via volgeling Andreas zelf die zijn broer Petrus erop attendeerde dat zij ‘De Messias hadden gevonden’.

En zo kan het ook in het dorre en droge klimaat van onze dagen gaan. Dat een van ons, u of ik, een ander aanspreekt en zeg: ‘Is dat niet iets voor jou, lid worden van ons koor of van onze werkgroep of zitting nemen in het bestuur?’. Of: ‘Is dat niet iets voor jou, diaken, priester of kloosterling worden?’. Het oproepen en beantwoorden van dit soort vragen is uiteindelijk alleen maar mogelijk als er in een parochie of in een gezin een sfeer is van gebed en geloof, van liefde tot God en tot de Kerk. Waar alles wordt afgekraakt of belachelijk gemaakt, of waar alles in twijfel wordt getrokken of over één kam wordt geschoren daar kan niet veel positiefs groeien. Dat tonen ons de recente gebeurtenissen.

Maar in feite zijn wij allemaal geroepen steeds meer mens te worden, zoals God ons geschapen heeft. Bidden wij dat wij een gelovige luisterbereidheid ontwikkelen voor Gods tekens in onze tijd, bidden wij om gelovige gezinnen, waarin jonge mensen een liefhebbende God leren kennen die van hen houdt en graag wil dat zij gelukkig zijn. En bidden wij om gelovige, spirituele parochies waar de vraag naar wat doe je met je leven, word je arts, leraar of boekhouder, even normaal wordt gevonden als de vraag of je soms priester, diaken of kloosterling wilt worden. Want met name daaraan heeft de Kerk zo’n behoefte: aan mensen zoals Eli, zoals de Johannes de Doper of als Andreas die vol enthousiasme getuigen van hun geloof in God. God als het grote toekomstperspectief voor u en mij.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers