Home » Preekarchief » Preken 2015 » 2 november 2015

2 november 2015

OVERWEGING ALLERZIELEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 2 NOVEMBER 2015
(Daniël 12,1-3 en Lc. 23,44-46.50.52.53;24,1-6a)

‘Al degenen van uw volk, die in het boek staan opgetekend, zullen gered worden’. We hebben deze troostrijke woorden zojuist gehoord. Ik denk dat veel mensen niet veel weten van het bestaan van Daniël behalve dan misschien het mooie verhaal dat hij op wonderbare wijze niet opgegeten wordt door de leeuwen in de leeuwenkuil. ‘Hij had geen letsel opgelopen omdat hij op zijn God vertrouwd had’, staat er dan zo mooi. En dus werd Daniël uit de kuil getrokken en groeide Daniël in aanzien. Maar dat niet alleen, hij wist de mensen ook moed in te spreken dat alles weer goed zal worden. En dat is het fragment wat wij zojuist gehoord hebben.

Alles zal goed worden, al degenen die in het boek staan opgetekend zullen gered worden. Dat zijn nogal boute uitspraken op deze avond van Allerzielen. Want wij zijn hier samen omdat we korte of langere tijd geleden afscheid hebben moeten nemen van een dierbare. En naarmate de jaren verstreken zijn er steeds meer dierbaren uit ons leven weggevallen. Onze ouders, onze broers, zusters, neven en nichten, maar ook onze liefste vrienden en vriendinnen. Onze kinderen. Soms nog zo ontzettend klein en jong. En toen waren ze er op een gegeven moment niet meer. Soms ging daar een lange, nare tijd aan vooraf. Soms ook heel plotseling, volkomen onverwacht.

En toen was er die lege stoel, die koude kant in het bed, het lege kinderbedje of dat telefoontje dat nooit meer plaats zal vinden. En was er die leegte, de pijn. Het niet meer samen vakantie vieren. Op allerlei manieren heeft het overlijden van onze dierbaren verschrikkelijk ingegrepen in ons leven. Alles is compleet veranderd. En alles is uit balans.

En dan duurt het een tijd om weer een beetje balans in je leven te krijgen. Dan duurt het een tijd om de draad weer een beetje op te pakken en weer verder te gaan. Maar het moet. Het kan niet anders. En samen met anderen zullen wij dan weer onze weg moeten vinden. En geloof me, dat lukt. Maar we moeten wel eerst echt rouwen. We moeten wel eerst echt de pijn voelen en tot ons door laten dringen. Pas als we dat doen en vooral als wij dat samen doen, kunnen woorden van troost ook daadwerkelijk woorden van troost worden. Pas als we zover zijn gaan de woorden van Daniël tot leven komen ‘dat degenen die in het boek staan opgetekend gered zullen worden’. En dat ‘zij die slapen in het stof ontwaken zullen’. Die hoop, die troost houdt je dan op de been. Maar er is meer. Er is meer dat een mens kan troosten. Dat is de vriendschap en liefde van de mensen om je heen. Het er-voor-elkaar-zijn.

En wij kunnen het niet laten om hier ook het verhaal te vertellen van Jezus. En dan met name hoe het met Hem afliep. Want dat verhaal is onze grootste troost. Dat verhaal geeft ons de diepste zin aan lijden en sterven. Dat lijden en sterven niet het laatste is wat een mensenleven betreft. Maar dat lijden en sterven de geboorteweeën zijn van een nieuw en ander bestaan. Een bestaan waarvan wij ons geen voorstelling van kunnen maken, maar waarvan wij gelovig weten dat het er is. Hoe we dat weten? Dat weten we uit het verhaal van die Jezus van Nazareth. Hoe Hij al tijdens zijn aardse leven allerlei tekenen liet zien die duiden op een toekomst achter de horizon. En die verhalen, en dan met name het verhaal dat wij zojuist gehoord hebben over zijn opstanding uit de dood, gaven en geven onnoemlijk veel mensen troost en kracht. En ik hoop van harte dat zij u ook troost en kracht mogen geven en dat zij u mogen helpen om de drastische verandering in uw leven te aanvaarden en zin en betekenis te kunnen geven. Ook al zal dat laatste pas echt door ons mensen begrepen worden als wij er zelf zijn: in het koninkrijk van God.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers