Home » Preekarchief » Preken 2015 » 22 maart 2015

22 maart 2015

OVERWEGING VIJFDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 22 MAART 2015
(Jer. 31,31-34 en Joh. 12,30-33)(B)

Ik geloof dat de grootste rage inmiddels alweer voorbij is: het verzamelen van de moestuinpotjes bij Albert Heijn. Maar ze waren de afgelopen weken geloof ik razend populair. En wie in deze tijd een basisschool bezoekt, loopt ook grote kans dat in de middenbouwlokalen allemaal jampotjes in de vensterbanken ziet staan. Potjes gevuld met watten of een laagje aarde. Daarop mosterdzaadjes, een boon of tuinkerszaadjes. Over een paar weken steken uit al die potjes groene sprietjes. Het wonder van de groeikracht. Uit harde, ogenschijnlijk dode zaadjes komt nieuw leven tevoorschijn. Het zaad zelf verdwijnt en wordt een nieuwe plant. Jezus betrekt dit beeld op zijn eigen dood en verrijzenis: de graankorrel moet in de aarde vallen en sterven, alleen zo brengt hij nieuwe vrucht voort.

Want Hij moet er doorheen, door lijden en dood heen. Op dat punt zijn wij nu zo’n beetje aangekomen op deze vijfde zondag van de veertigdagentijd. En het net zal zich steeds meer rond Jezus sluiten. Het zijn vandaag een paar Grieken die Filippus aanspreken met de vraag of zij Jezus kunnen spreken. Er gingen tenslotte allerlei wilde verhalen over Hem in het rond. En samen met Andreas legt Filippus deze vraag aan Jezus voor. En Jezus antwoordt dan niet ‘Laat maar komen’, maar dat ‘het uur is gekomen’. Het uur is gekomen, het beslissende moment in zijn leven.

Dat de religieuze leiders in Jeruzalem Hem uit de weg wilden ruimen, dat wist Hij wel. Zijn leerlingen hadden Hem daarvoor al gewaarschuwd: ‘Ga niet naar Jeruzalem, want ze zoeken U te doden’. Jezus staat dus voor een moeilijke keuze. Blijft Hij trouw aan zijn taak of kiest Hij het hazenpad. Daarover is Hij verward, angstig en in tweestrijd. De trouw aan de zaak van God kost Jezus dus met andere woorden strijd, net als het ons strijd kost. Maar zijn overgave in liefde tot het uiterste wordt ook bevestigd en bekrachtigd, want net als in het verhaal van de Gedaanteverandering klinkt er ook nu een stem uit de hemel: ‘Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken’. Hij is op de goede weg.

En wat is die weg? Dat is de weg van het kruis. De kruisweg. En het bizarre daarvan is dat je leven vinden, je leven geven is. Vandaar dat Jezus aan Filippus en Andreas voor de Grieken dit antwoord meegeeft: ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vruchten voort’.

Wie het echt snapt, mag het zeggen. Het wordt in ieder geval duidelijk dat voor Jezus om te beginnen geen rol weggelegd is als triomfator. Neen, lijdende dienstknecht zal Hij zijn. Vandaar het kruis. En daarom ook dat Jezus zich, toen het volk Hem in Jeruzalem wilde toejuichen, op een ezel had gehesen, en niet op een paard. En nu de Grieken zich melden, is zijn uur echt gekomen: zelfs de heidenen komen naar Hem toe. Het leven dat Hij straks zal geven, draagt nu al vrucht. Zijn levensgeheim wordt nu al verstaan, niet alleen door de allernaasten, maar ook door mensen van buiten de eigen kring.

Wat is de weg die wij moeten gaan? Naast een weg van geluk is het voor ons ook een weg van verlies, van lijden, een lijdensweg. En op die weg redden we het niet met alleen geboden en verboden, met woorden gebeiteld in steen of plechtig geschreven op perkament of papier, met dat alles komen wij er niet. Het gaat altijd ook en overal om de ongeschreven wet van het hart, de wet van de liefde. Hoor Jeremia, profeet van de eerste lezing: ‘Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart’. God zal zijn wet van liefde in het binnenste van de mens schrijven. In zijn hart. Daar zetelen de wil en het geweten van de mens. Hierdoor zal de mens niet meer aan God gehoorzamen omdat dit zo gevraagd wordt, maar omdat hij dat zelf wil, als van nature, van binnenuit. Er zullen dan geen barrières meer bestaan tussen God en zijn volk, Hij zal hun God, zij zullen zijn volk zijn. Deze profetie van Jeremia is nog lang niet overal en altijd gerealiseerd. Het blijft een visioen van hoop, ook voor ons vandaag.

Maar heel af en toe zie je dat mensen dat wel geleerd lijken te hebben. Door lijden en dood heen. Zoals een man die zijn vrouw door een auto-ongeluk verloor en beschreef hoe hij een jaar later met een gezamenlijke vriendin een bezoek bracht aan Rotterdam: We aten warm in ‘De Bazar’, een prachtig Marokkaans restaurant in de Wittte de Withstraat. We werden bediend door mooie donkere jongens en meiden die ons als gasten met groot respect behandelden. Toen belde onze jongste zoon, op vakantie in Madrid, ik zei waar ik zat en met wie. ‘Sterk’, zei hij, ‘daar heb ik anderhalf jaar geleden met mama gegeten’. Ik had dat niet eerder gehoord of ik was het vergeten, schreef de man. Hij werd er stil van. En in die stilte van zijn hart kwam zijn overleden vrouw binnen en ging dicht tegen hem aan zitten en voelde net zo levend als toen. Zou deze man dit niet zo geleerd kunnen hebben door wat hem was overkomen?

En Jezus moet er dus ook doorheen, door lijden en dood heen, zoals de graankorrel diep in de aarde moet sterven om opnieuw te gaan leven. Het is bijna te voelen. Maar het is dus niet het eindpunt, die weg, maar de doorgang. En wij kunnen daardoor nu al vergeving ontvangen. Want vergeving maakt nieuw leven, verder leven weer mogelijk.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers