Home » Preekarchief » Preken 2015 » 26 april 2015

26 april 2015

OVERWEGING VIERDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 26 APRIL 2015
(Hand. 4,8-12 en Joh. 10,11-18)(B)

Wij vieren dit weekend roepingenzondag. De zondag waarin wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor roepingen tot ambt van priester en diaken en tot de functie van pastoraal werker in de katholieke Kerk. Dat deze roepingen nodig zijn zal niemand verbazen. Onze Kerk heeft professionele, inspirerende, gelovige voorgangers heel hard nodig. Mensen die bereid zijn heel veel op te geven omwille van het rijk Gods. Mensen die bereid zijn om het evangelie te verkondigen, mensen die bereid zijn de gelovigen voor te gaan in de uitleg van het Woord en in de viering van de sacramenten. Maar die ook niet terugdeinzen als de werkweek de vijftig uur overschrijdt. Mensen die dat willen en kunnen zijn heel hard nodig. Vandaar dit wereldwijde gebed om roepingen. Een gebed om roepingen voor mensen die ‘herder’ willen zijn.

In onze samenleving is het beroep ‘herder’ dat van een uitstervend ras. Wie van ons kent nog een echte herder? Er zijn er een paar op de Veluwe en in Drenthe, maar hun bestaan wordt alleen met veel subsidies mogelijk gemaakt. De landbouw en de schapenteelt is verregaand gemoderniseerd. En ik las deze week dat ons landschap binnenkort ‘ontschaapt’ wordt. Het loont haast niet meer de moeite om schapen te gaan houden. Dus die verdwijnen gewoon.

Toch is het beeld van herder ook een beeld dat velen tot de verbeelding spreekt, vanwege de romantiek, maar ook vanwege de toewijding en liefde die de herder omgeven. Want temidden van de wildernis is er alleen de herder die zijn weerloze kudde kan beschermen en naar veilige plaatsen kan leiden waar de kudde kan rusten of voedzame weides kan vinden. De herder staat dus voor de liefde-tot-het-uiterste. Hij geeft als het moet zijn leven voor zijn schapen.

Nu worden wij elke zondag van deze Paastijd geconfronteerd met de worsteling van de leerlingen en eerste christenen met de kruisdood van Jezus. Naar hun en onze maatstaven was dit een afschuwelijk, zinloos einde. Een mislukking, een schande. En het duurde dan ook enige tijd tot zij tot het inzicht kwamen dat deze smadelijke dood in Gods ogen helemaal niet zinloos was. Maar dat het een noodzakelijke weg was.

En het heeft inderdaad enige tijd geduurd voordat de leerlingen en eerste christenen zover kwamen. We zien dit weekend wederom hun groei in de twee lezingen van deze zondag. Met name laat het Johannesevangelie ons een diepere reflectie zien op het lijden, sterven en verrijzen van Jezus. Bij Johannes is er geen verbittering meer, zoals in het boek van de Handelingen, maar eerder ontgoocheling, teleurstelling om het onbegrip van ‘de wereld’. Maar Jezus’ kruisdood wordt door Johannes niet langer voorgesteld als iets dat Hem door mensen is aangedaan, maar dat Jezus uit vrije keuze zijn leven heeft gegeven. Vandaar zijn ‘Niemand neemt Mij het leven af, maar Ik geef het uit Mijzelf’.

De verbittering heeft plaatsgemaakt voor een positieve inhoud: de liefde. Jezus geeft zijn leven uit liefde. En we zien Gods liefde in zijn handelen naar voren komen. En die liefde-tot-het-uiterste wordt in de bijbel tot uitdrukking gebracht in het beeld van de herder, die zijn leven geeft voor zijn schapen. In het Oude Testament worden de leiders van het volk vaak herders genoemd, en sommigen zijn het ook letterlijk geweest. Abraham, de vader van het geloof, Mozes, die de schapen van zijn schoonvader hoedde toen hij door God geroepen werd en die later bereid was zijn leven voor zijn volk te geven. Maar ook David.
En in de psalmen en bij de profeten wordt God zelf de ware herder van zijn volk genoemd, in tegenstelling tot de wereldlijke leiders die slechte herders, huurlingen werden genoemd.
Wij allen, gedoopten en gevormden, zijn geroepen tot heiligheid, tot een leven dat steeds meer beantwoordt aan Gods wil. Maar binnen die universele roeping worden sommigen geroepen om Jezus van meer nabij te volgen en Hem te dienen en getuigen te zijn. Jezus riep zijn apostelen immers ‘met de bedoeling dat ze Hem zouden vergezellen, en uitgezonden zouden worden om te verkondigen, met de macht om demonen uit te drijven’. En de apostelen op hun beurt verzamelden weer andere leerlingen om zich heen als trouwe medewerkers in deze opdracht. Zo hebben talloze priesters en religieuzen zichzelf door de eeuwen heen in dienst van het evangelie gesteld. Tot op vandaag.

Onze taak is het nu om hier in parochies, gezinnen, verenigingen het gebed om roepingen levend te houden. Dat de Heer van de oogst niet ophoudt velen te vragen hun gehele bestaan vrijwillig in zijn dienst te stellen. Het antwoord van die mannen en vrouwen is dus een vrij antwoord, maar ook een kwetsbaar antwoord. Laten wij hen dus stimuleren en steunen en ook proberen een atmosfeer te creëren waarin dergelijke bijzondere roepingen kunnen groeien en tot wasdom kunnen komen.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers