Home » Preekarchief » Preken 2015 » 26 juli 2015

26 juli 2015

OVERWEGING ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE ALMERE, 26 JULI 2015
(2 Kon. 4,42-44 en Joh. 6,1-15)(B)

Stelt u zich eens de situatie voor op die late middag aan de overkant van het meer van Galilea. De mensen waren Jezus achterna gegaan omdat ze Jezus allerlei dingen hadden zien doen die ze nauwelijks konden bevatten. Ze waren gebiologeerd van Jezus. Ze hingen allemaal aan zijn lippen omdat Hij zulke andere, mooie dingen zei over God, over het Rijk van God, over hoe mensen samen gelukkig kunnen zijn. Hij maakte ook zieken beter en Hij wekte doden op. Het moge duidelijk zijn dat veel mensen die erbij waren, het super vonden. Ze vergaten de tijd. Ze vergaten dat ze honger kregen. Ze wilden er niets van missen. En ja, dan is het opeens al erg laat, maar ach, ze waren ook allemaal vol van Jezus.

Zoals ik al vaker in min of meer soortgelijke bewoordingen heb gezegd, staan wij als katholiek christenen anno 2015 voor de uitdaging om de wereld waarin wij leven ook vol te laten zijn van Jezus. Want Jezus is volheid. Bij Jezus is geen honger en geen gebrek, maar overvloed en gelukzaligheid. Hij is helemaal één met God en dan is er voor iedereen genoeg. Dan is er genoeg brood voor iedereen. In feite is dit de kernboodschap die wij in deze, in wat dan genoemd wordt, nieuwe evangelisatie aan de man moeten brengen. Dit geloof, deze hoop en deze liefde aan de wereld verkondigen.

En Jezus gebruikt datgene wat zich afspeelde aan het einde van die middag zo vlak voor het joodse Paasfeest om zijn boodschap van overvloed en welzijn in de harten van de mensen te doen dalen. En dat Hij de profeet is die in de wereld moet komen. Het kan niet anders. Alleen Jezus kan dat en alleen Hij kan die profeet zijn! Vandaar dat Jezus enigszins plagerig aan Filippus vraagt: ‘Hoe moeten wij brood kopen om al deze mensen te eten te geven?’. De goedige Filippus wist het ook niet. Ze hadden veel te weinig geld in de beurs. Gelukkig was er Andreas die zoals al vaker degene was die op cruciale momenten de mensen naar Jezus bracht. Dat deed Andreas nu ook. Hij schuift een jongen naar voren met vijf broden en twee vissen. Absoluut niet voldoende natuurlijk.

En dan geeft Jezus de leerlingen opdracht om ze te laten zitten. Er moet geen run op de broden en de vissen ontstaan. Dan lopen de mensen elkaar maar onder de voet en de sterksten winnen het dan. De mensen moeten rustig gaan zitten. Dan dankt Jezus God en breekt het brood in brokken. De leerlingen delen het uit. En aan het eind zijn er nog twaalf manden over. In de handen van Jezus blijkt het weinige brood genoeg voor iedereen!

In de handen van Jezus is er genoeg voor iedereen! Is er overvloed en zelfs nog twaalf manden over aan brokken. Weg zijn honger, tekort, pijn, uitzichtloosheid. Er is hoop, er is niet alleen aan jezelf denken, maar delen met elkaar. Er ontstaan lichtpuntjes.

Dat is dus eigenlijk de kernboodschap die wij op de kruispunten van de wegen moeten gaan vertellen en dan als Andreas de mensen naar Jezus moeten gaan brengen. Wij worden in de nieuwe evangelisatie dus opgeroepen het leven van Jezus te gaan delen met onze medemensen. Want Hij heeft zichzelf voor ons gegeven aan het kruis, zo geloven wij toch. Op de avond vóór Hij zijn leven uit liefde voor God en de mensen gaf, nam Hij toch een brood, brak het toch in stukken, en deelde het toch uit en zei toen toch: ‘Neemt en eet, dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt!’. En dit brood mogen wij in de Eucharistie ontvangen. Daarin geeft Jezus zichzelf aan ons, nu op dit moment. Op dit moment deelt Hij zijn goddelijk leven aan ons uit. Goddelijk leven is eeuwig leven. En wij ontvangen dat. Met de mond, maar we eten het met ons (gelovig) hart.
En dan denken we misschien: ach, wat stel ik nu voor? Wat kan ik nu toch betekenen met mijn schamele mogelijkheden of beperkte talenten? Denk dan aan dat arme ventje die slechts vijf broden en twee vissen bij zich had. Op het eerste gezicht natuurlijk veel te weinig om zoveel monden en harten te voeden. Maar u weet hoe dat verhaal afliep. En hoe iedereen verzadigd werd want Jezus betekent overvloed.

In Jezus’ handen wordt wat wij Hem geven, dus al ons geloof, al onze hoop en al onze liefde, als brood en wijn naar het altaar gedragen en het wordt daar tot voedsel dat genoeg is voor iedereen. En wij mogen ons dan ook gelukkig prijzen dat wij met Jezus in ons hart nu al van zijn leven, zijn overvloed en gelukzaligheid, mogen genieten en anderen op de kruispunten van onze wegen liefde mogen schenken en blij en gelukkig mogen maken. Dat wij anderen zoals Andreas deed naar Jezus mogen brengen. Dat is op zich een hele eer, een hele uitdaging ook. Maar met Jezus in je hart, geloof je altijd in God die als een Vader van je houdt, dan heb je altijd hoop op overvloed en gelukzaligheid en heb je een hart vol liefde waarin er genoeg is voor iedereen. Maar waar de wereld anno 2015 een grote behoefte aan heeft.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers