Home » Preekarchief » Preken 2015 » 4 januari 2015

4 januari 2015

OVERWEGING OPENBARING DES HEREN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 4 JANUARI 2015
(Jes. 60,1-6 en Mt. 2,1-12)(B)

De afgelopen feestdagen hebben vooral de verhalen van de geboorte van Jezus uit het Lucasevangelie centraal gestaan. Daarin hoorden we over de herders die Jezus in zijn kribbe kwamen aanbidden. De herders staan symbool voor de armste mensen van het joodse volk, die in Jezus hun lang verwachte Messias erkenden.

Vandaag op Driekoningen, horen we een verhaal uit het evangelie van Matteüs. We horen over wijzen uit het Oosten, in het Grieks magiërs genoemd. De traditie heeft die wijzen later koningen genoemd, omdat men in hun komst de vervulling zag van de profetie van Jesaja die we hoorden in de eerste lezing. Want daar hoorden we dat koningen afkomen op de luister van de dageraad van God en dat volkeren afkomen op het licht van de Heer. Niet alleen de kinderen van Israël keren terug uit de ballingschap, de zonen en dochters van Vrouwe Sion, maar ook buitenstaanders komen op het nieuwe Jeruzalem af. Alle volkeren worden door dat licht dat opgaat over Jeruzalem aangetrokken.

En deze openstelling is eigenlijk het centrale thema van het feest van Driekoningen. Dat Jezus aanvaard wordt door mensen van overal op onze aardbol. Dat klinkt misschien achterhaald in de oren van sommige mensen. Maar feiten tonen aan dat dat zeker het geval is. Dat het geloof beduidend relevanter is dan verlichte westerlingen lang hebben gemeend of gehoopt. Tijdens de kerstdagen zaten de ruim 7000 gebedshuizen, waaronder ruim 1200 rooms-katholieke kerken, stampend vol. De drie DJ’s die hongerden in het Glazen Huis handelden – met enige goede wil – in de oer christelijke geest van vasten en onthouding. En is The Passion, de jaarlijkse televisieversie van het lijdensverhaal van Jezus, een hedendaagse variant van het oude Middeleeuwse Passiespel. Tenslotte waren er bij de nationale herdenking van rampvlucht MH17 ook tal van priesters en dominees betrokken. Of de getuigenissen of uitingsvormen gestoeld zijn op een innerlijke beleving van het geloof staat op voorhand niet helemaal vast, maar ze suggereren wel een zekere religiositeit en gehechtheid aan oude rituelen. En daarnaast zien we tot mijn grote vreugde een nieuwe ontwikkeling: dat is de aanwezigheid van tal van mensen van buiten West-Europa in onze kerken en parochies.

De inwoners van Almere hebben naast de Nederlandse nationaliteit meer dan 150 andere nationaliteiten. En velen van hen zijn christen en rooms-katholiek. En velen van hen hebben gelukkig ook de weg naar de Lichtboog gevonden. De vitaliteit van de Almeerse katholieke kerk wordt dus inmiddels voor een groot deel bepaald en positief beïnvloed door al die mensen afkomstig uit allerlei landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika, Noord-Amerika en Zuid- en Oost-Europa. En wat we dan zien is een oprecht en diepgeworteld zoeken naar de Verlosser en naar de Kerk.

Dit roept echter ook een indringende vraag op aan de Nederlandse katholieken: of zij ook nog een zoeken naar de Verlosser in zichzelf bespeuren? Afgaand op de zo-even genoemde drukbezochte kerstvieringen en de goed bekeken Passionuitvoeringen is dat zoeken zeker nog aanwezig. Maar dat zoeken kan alleen verantwoord geschieden door het lezen van de heilige Schrift, de Bijbel. Dat boek, dat de Openbaring van God in zich herbergt, hebben we nodig om verder te komen met onze zoektocht en om werkelijk bij de Verlosser uit te komen. Om Hem werkelijk te kunnen vinden.

Dat veronderstelt om te beginnen een bepaalde nederigheid: een erkenning dat de eigen kennis, dat het eigen inzicht op bepaalde punten tekort schiet en dat hulp gezocht moet worden. De wijzen uit het Oosten zochten die hulp in Jeruzalem, de hoofdstad van een volk met een voor hen vreemde religie. Hun geleerdheid zat hen niet in de weg: onbekommerd gingen zij te rade bij koning Herodes en zijn Schriftgeleerden. Die nederigheid maakte het mogelijk dat zij vooruitgang boekten. Dat zij zich door de heilige Schrift naar Jezus lieten leiden.

En dat werpt voor ons de vraag op of wij als christenen die leven in de Kerk met dat geschenk dat God zich aan ons in Christus geopenbaard heeft omgaan? Nemen wij dat voor zoete koek en geloven wij het allemaal wel of durven wij zoekers te blijven, geen zoekers die overal vergeefs ronddolen en het nergens kunnen vinden, maar net als de wijzen mensen zijn die steeds meer verlangen Christus beter te leren kennen en liefhebben. Want dan kan zijn licht ook steeds meer over ons leven schijnen en kan onze levensweg positieve wendingen krijgen, zoals bij de wijzen, die als andere, vernieuwde mensen langs een andere weg verder gingen.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers