Home » Preekarchief » Preken 2015 » 8 februari 2015

8 februari 2015

OVERWEGING VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 8 FEBRUARI 2015
(Job 7,1-4.6-7 en Mc. 1,29-39)

Aanstaande woensdag, 11 februari, vieren wij de gedachtenis van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. We gedenken dat op deze datum de eerste verschijning van Maria aan de kleine Bernadette Soubirous plaatsvond. Het was het begin van een nieuw bedevaartsoord. Jaar na jaar komen miljoenen pelgrims, gezonde en vooral ook veel zieke pelgrims, naar het kleine Zuid-Franse plaatsje in de Pyreneeën. Waarom komen zoveel mensen daar? Omdat Lourdes bij uitstek de plaats is waar we Christus als genezer mogen ontmoeten. Op deze plaats waar voor velen hemel en aarde elkaar raken, wil Christus ons aanraken en genezen, op voorspraak van zijn Moeder Maria, hulp van de zieken, troosteres der bedroefden. Maar zij gaan daar ook heen omdat zij daar lieve medemensen ontmoeten die zich belangeloos inzetten voor de vele zieken die daar hun toevlucht zoeken. En dat is misschien wel de reden dat deze 11e februari sinds 1992 door de heilige paus Johannes Paulus II is uitgroepen tot Wereldziekendag.

Ziek zijn. Wie heeft er niet mee te maken? Allemaal toch. Zo ook onze Job. De man die door God op de proef werd gesteld, die have en goed en gezondheid verloor maar over wiens lippen geen onvertogen woord kwam. Althans helemaal aan het eind van zijn verhaal, nadat hij zijn leerproces had doorgemaakt. Want net als in onze tijd mensen opstandig kunnen zijn, was Job dat natuurlijk ook. Toen drie vrienden hem kwamen ‘troosten’, dat wil zeggen toen ze hem probeerden duidelijk te maken dat het lijden dat Job overkwam een straf was voor de zonde die hij gedaan had en dat hij maar het beste zo snel mogelijk zijn schuld moest bekennen. Ja, toen werd Job inderdaad opstandig. Dat ging er bij hem niet in! Waar halen zij de moed vandaan om hem dat proberen wijs te maken.

O, hij had inderdaad alle reden tot klagen, daar niet van. Alles was hij immers kwijt geraakt: zijn bezittingen, zijn vrouw, zijn kinderen. En hij werd tot overmaat van ramp ook nog eens getroffen door een huidziekte. Maar hij was niet de enige die dat overkwam. Job zag overal om hem heen talloze mensen die te maken hadden met zware tegenslag. Waar hadden al die mensen dat dan aan verdiend? Nergens aan natuurlijk. Maar ondanks alle narigheid, ondanks alle ellende en ondanks zijn klagen, vond Job na een lange innerlijke strijd op een gegeven moment toch kracht. Niet buiten hemzelf, maar in zichzelf. Ergens diep in zijn hart was er een vlammetje blijven branden dat hem het vertrouwen gaf dat God met hem zou zijn. Dat God hem niet zou loslaten, maar hem weer zou oprichten uit zijn ellende. Ergens diep in zijn hart was er het geloof dat God genezing zou brengen.

Geloof dat er genezing zal komen. Over genezing gaat het ook in het evangelie van vandaag. Het is de schoonmoeder van Petrus die ziek te bed ligt. En Jezus geneest haar door haar handen in zijn handen te nemen. En dit is het begin van tal van genezingen, want uit heel de omgeving komen zieken en bezetenen naar Jezus om genezen te worden. Hij, de Christus, de Zoon van God, richt iedereen die zich tot Hem keert op uit ziekte en vertwijfeling. Hij wijst niemand af. Dat is wat het evangelie ons wil vertellen.

En hoe vindt die genezing dan plaats? Door zijn boodschap van liefde en vergeving. Deze boodschap zal voor degene die dat wil horen de donkerste nacht verlichten en het ergste lijden dragelijk maken. Een boodschap met een perspectief in tijden waarin we juist geen perspectief meer zien doordat artsen uitbehandeld zijn en het opgegeven hebben. Juist dan klinkt het evangelie waardoor je opgericht wordt uit ziekte en wanhoop.

En juist dan klinkt het Onzevader en het wees gegroet, juist dan zijn die eeuwenoude gebeden troostrijk en ontroerend. Want genezing is bij Jezus heel sterk verbonden met het gebed. En welke pelgrim wordt in Lourdes niet tot tranen toe bewogen of krijgt een brok in de keel wanneer hij samen met duizenden anderen het Ave, Ave zingt tijdens de Lichtprocessie? Want er vindt genezing plaats als al die mensen uit al die landen met al die verschillende soms verschrikkelijke kwalen verenigd zijn in gebed! Zij trekken zich aan elkaar op! Zij bidden samen en weten zich in gebed verbonden met elkaar, met Maria, met Jezus. Dat is het wonder van Lourdes. En dan wordt zichtbaar gemaakt wat de Heer in het evangelie van ons vraagt: er in zijn Naam zijn voor elkaar. Zorg hebben voor elkaar. Uiterlijk door te zorgen voor onze zieken en zwakken. Maar ook innerlijk, hier door te bidden voor al die intenties die hier week in week uit aan het gemeenschappelijk gebed worden toevertrouwd. Het noemen van een naam of alleen al weten dat jouw naam genoemd wordt en dat anderen voor jou bidden en aan jou denken, dat geeft al genezing, dat geeft al nieuwe kracht.

Wij raken elkaar dan aan en leggen onze handen in elkaars handen en in zijn handen. En zoals Job zich in vertrouwen overgeeft aan God, zo mogen ook wij onszelf aan Christus toevertrouwen. In tijden van voorspoed en in tijden van ziekte en uitzichtloosheid. We mogen erop vertrouwen dat Christus ons niet zal afwijzen, maar ons liefdevol opneemt als zijn broeders en zusters.

Amen.
© 2015 Sandor Koppers