Home » Preekarchief » preken 2019 » 12 mei 2019

12 mei 2019

OVERWEGING VIERDE ZONDAG VAN PASEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Hand. 13,14.43-52 en Joh. 10,27-30)(C)
In de paastijd volgen we van week tot week de jonge kerk in haar kinderschoenen. We zijn getuigen hoe in die eerste jaren de apostelen overal de blijde boodschap brachten van Jezus die gestorven was, maar nu voor iedereen die in Hem geloofde, bron was van eeuwig leven. We kunnen ons die begintijd van de kerk nauwelijks voorstellen. Er waren trouwens nog helemaal geen kerken. Er waren nog geen bibliotheken met christelijke boeken en de Bijbel in de huidige vorm was er ook nog niet. Er was ook geen priesteropleiding, geen wereldkerk met Rome als centrum. Dat was er allemaal nog niet! Er was alleen een handjevol bevlogen mannen en vrouwen die de toenmalige wereld introkken. Die zich ook door niets lieten afschrikken omdat ze vol waren van hun geloof in Jezus.

Maar toch is het verbazingwekkend hoe snel het geloof in Jezus Christus zich verspreidde. En dat gebeurde zonder dwang. Het was zelfs eerder een gevaarlijke onderneming voor de apostelen en hun volgelingen. Ze moesten vaak vrezen voor hun leven en werden keer op keer gevangen genomen. En de meesten van hen stierven uiteindelijk als martelaar. Toch was hun boodschap niet te stuiten. Overal waar zij kwamen kregen ze gehoor. Wat zat daar nou achter? Een interessante vraag ook voor onze tijd waarin veel mensen denken dat het een aflopende zaak is met de kerk.

Aan een kant is het antwoord simpel: door de heilige Geest natuurlijk! Maar de heilige Geest gebruikt ook de menselijke geest. De menselijke geest is zeker niet buiten beschouwing gebleven. Hoewel de heilige Geest het verstand van de apostelen verlichtte, bleef het toch het verstand en het inzicht van de apostelen dat zijn werk deed. En wat deden de apostelen om het geloof te verkondigen?

Zij gingen naar de plaatsen die zij om te beginnen het beste kenden: de synagogen waar zij als joodse gelovigen ook altijd kwamen. Er waren overal in het Middellandse Zeegebied grote en kleine synagogen. Daar gingen zij het eerst naartoe, omdat zij zelf joods waren. En daar legden zij de aanwezigen uit dat hun oude joodse geloof was vervuld door de komst van Jezus Christus en dat Hij de langverwachte Messias was en dat de bevestiging en het bewijs daarvan in de verrijzenis van Jezus ligt.

Waren die synagogen altijd druk bezocht? Dat was heel wisselend, maar er waren naast de joodse aanwezigen ook altijd niet-joodse mannen en vrouwen aanwezig. En dat waren mensen die teleurgesteld waren in de heidense godsdiensten van die tijd, in de verering van natuurelementen en van beelden. En het waren vaak mensen die moeite hadden met het grote morele verval in de samenleving van die tijd. Zij voelden zich aangetrokken en geboeid door de moreel hoogstaande joodse levenswijze. Deze mensen werden ‘godvrezenden’ genoemd. De joodse wet, de reinheidsgeboden en de koosjere keuken waren onhaalbaar voor hen, maar ze deelden met de joden in de synagogen het geloof in de onzienlijke God en de Bijbelse waarden van gerechtigheid en naastenliefde.

En het was nu juist precies deze groep godvrezenden die door de verkondiging van de apostelen geraakt werden door het evangelie van Jezus als de Christus. En zij zagen als relatieve buitenstaanders beter dan veel joden hoe Jezus Christus de lang verwachte verlosser moest zijn. Zij stonden open voor het geloof dat Jezus degene was die door zijn lijden, sterven en verrijzen een nieuwe tempel voor God had opgericht en dat de tempel van de joden had afgedaan. De nieuwe tempel was niet van steen en hout, maar een tempel van de heilige Geest, bestaande uit menselijke stenen. En zij konden ook die menselijke stenen zijn!

We weten dus nu hoe die jonge kerk tegen alle tekenen in zo kon groeien. Kunnen wij iets leren van die ervaring van de jonge kerk? In feite staan wij voor dezelfde vraag: de verbreiding van het evangelie. Maar onze grootste valkuil is nu dat wij alleen maar bezig zijn met terugkijken naar hoe het vroeger was toen de kerken nog vol zaten. Dat we alleen maar bezig zijn met achterom kijken en dat wij daardoor de kansen missen die er nu voor het oprapen liggen. (Als we alleen maar krampachtig vasthouden aan wat we nog hebben, uit angst ook dat nog te verliezen, dan gaat alle energie daarin zitten. En dat maakt ons moe en moedeloos én onaantrekkelijk.)

Wij zullen dus net als de apostelen ons verstand en inzicht moeten gebruiken. Waar liggen nu de kansen voor de verbreiding van het geloof? Welke middelen staan ons nu ter beschikking? Bij welke mensen of bij welke laag van de bevolking of bij welke leeftijdsgroep mogen we op sympathie rekenen voor het evangelie? Waar sluimert onder mensen van onze tijd een verlangen naar God? Hebben we daar oog voor? Praten we daarover met elkaar? Of zijn we alleen met onszelf bezig? En waar worden wij zelf enthousiast van?

Als we oog hebben voor de kansen en mogelijkheden die er nu zijn en als wij zelf enthousiast en trots zijn, dan zal de heilige Geest ook in onze tijd de harten van velen openen voor Jezus Christus, de goede Herder, en voor de levende God. Angst en ongeloof, boosheid en irritatie leveren slechts steeds meer ongeloof en boosheid op. Maar geloof en blijdschap oogsten uiteindelijk vroeg of laat geloof. Dat leert ons de geschiedenis van de jonge kerk.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers