Home » Preekarchief » preken 2019 » 17 februari 2019

17 februari 2019

OVERWEGING ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Jer. 17,5-8 en Lc. 6,17.20-26)(C)
Het zal u opgevallen zijn dat de woorden van de profeet Jeremia en de woorden van Jezus in het evangelie een bepaalde parallel hebben. Door God geïnspireerd vergelijkt Jeremia een mens met een boom. Een boom kan prachtig groeien en bloeien en vruchten dragen als hij op een goede plek staat waar zijn wortels voldoende water kunnen opzuigen. Zelfs als de zon aan de hemel brandt, blijft hij fris en krachtig. Maar staat een boom op een plek waar het zelden regent en waar de wortels geen water kunnen vinden, dan leidt hij een armetierig bestaan.

Jezus verrast zijn leerlingen en allen die het horen door alle mensen te feliciteren die eenvoudig en onopgemerkt leven, de mensen die niets te verliezen hebben en tot hun schaamte overal hun handje voor moeten ophouden, maar ook de mensen die treuren omdat ze helaas weet hebben van de klappen van het leven. In zijn ogen zijn zij de mannen en vrouwen die deel hebben aan het échte leven van mensen. En, zij zullen niet met lege handen staan. Zij zullen niet bedrogen uitkomen zoals die boom die op de goede plek staat en met zijn wortels gevoed wordt door het water in de grond.

Maar Jezus schudt ook het hoofd om al die mensen die zelfvoldaan zijn, die mensen die zich in de handen wrijven en verkneuteren, de mensen die zichzelf steeds een schouderklopje geven omdat ze vinden dat ze alles vooral aan zichzelf te danken hebben. Tegen hen zegt Hij: ‘Wee u, rijken, want wat u vertroost, hebt ge al ontvangen!’. Met andere woorden: nu lijkt het heel wat, maar uiteindelijk trek je aan het kortste end, want wat blijft ervan je over als mens als je al die rijkdom uit handen moet geven? Sta je dan eigenlijk ook niet met lege handen? In de ogen van Jezus zijn de mensen die vinden dat ze het gemaakt hebben en die vinden dat zij alles aan zichzelf te danken hebben, als een boom die op een plek staat waar geen water in de grond is, dorre woestijngrond.

Betekent dit dat Jezus vindt dat rijkdom verkeerd is, dat rijkdom een vies woord is? Nee, rijkdom niet, maar zelfvoldaanheid en huichelachtigheid wel. Rijkdom is op zich niet verkeerd. Het kan je zomaar in de schoot vallen. Dan heb je alle reden om verwonderd en dankbaar te zijn. En je hebt gelegenheid om veel andere mensen daarmee te helpen door mensen een goed salaris te geven en door eerlijk belasting te betalen en geld aan goede doelen te geven.

Tegelijkertijd verheerlijkt Jezus de armoede ook niet. Want niet alleen armoede is hard. Ze kan arme mensen ook hard en agressief maken. Zo’n mens kan dan het recht in eigen hand nemen. Dan lijkt hij eigenlijk op die zelfvoldane rijke die ook in wezen vindt dat hij aan niemand verantwoording verschuldigd is dan alleen aan zichzelf. Nee, Jezus prijst de armen van geest zalig. Dat zijn allen die omdat ze het gevoel hebben met lege handen te staan, zelf het kleinste weten te waarderen als een geschenk uit de hemel.

Waarom het uiteindelijk om draait, is de vraag: wat is echt leven? Leef je op jezelf gericht, ben je vooral bezig met je eigen belangen, dan kun je inderdaad een heel eind komen, maar uiteindelijk heb je geen deel aan het echte leven. Je bent veel te berekenend bezig. Je ontloopt dan, omdat je het bijvoorbeeld kunt betalen, zoveel mogelijk de lastige dingen van het leven. Je onttrekt je daaraan en koopt omdat je het kunt betalen voor veel geld een donornier van een arme sloeber en omzeilt de lange wachtlijsten. Of je trekt je terug achter hoge schuttingen zover mogelijk verwijderd van alle ellende die je als je je ogen opent overal om je heen ziet.

Maar het leven is een geschenk. Het grootste en mooiste geschenk dat je ooit hebt gekregen. Een geschenk van God. En dan gaat het erom je daaraan over te geven. Ervan te genieten als het kan en te waarderen wat er te waarderen valt, maar ook aanvaarden dat het soms ook moeilijk is. Moeilijk is voor jezelf maar ook voor een ander. Misschien gaat het jou op dit moment voor de wind, maar gaat het jouw buurman of buurvrouw niet voor de wind: leef met hem of haar mee. Wees mild ten opzichte van de fouten van anderen en gul in jouw vergevingsgezindheid. Durf ook weerloos te zijn en niet meteen terug te slaan als iemand jou aanspreekt, dus niet meteen in de verdediging schieten, maar eerst luisteren. En troost en bemoedig de mensen die troost en bemoediging nodig hebben. Op zo’n manier leven is echt leven zoals God het bedoeld heeft. Ja, als je op zo’n manier in het leven staat dan onderga je alle aspecten van het leven: de goede en leuke, maar ook de minder goede en minder leuke. Je leeft dan echt. Je bent als de boom die geplant is vlakbij een rivier die altijd gevoed wordt en er fris bijstaat en vruchten draagt.

Jezus houdt ons dit levensprogram voor: niet berekenend in het leven staan en de risico’s inschatten en koste wat kost zoveel mogelijk zien te vermijden, maar jezelf op wat voor manier dan ook toevertrouwen aan het leven zelf, aan God zelf, gelovend dat jouw leven veilig is in zijn hand. En Hij is zelf het volmaakte voorbeeld van de boom die aan de rivier staat en altijd fris erbij staat en iedereen laat genieten van zijn vruchten. En wij mogen zelf vruchten aan zijn boom zijn door het te wagen met zijn woorden.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers