Home » Preekarchief » preken 2019 » 17 maart 2019

17 maart 2019

OVERWEGING TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Gen. 15,5-12.17-18 en Lc. 9,28b-36)(C)
Ieder leven kent onzekerheden. We beginnen ergens aan, aan een reis, aan een onderneming of aan een huwelijk of relatie, maar we weten nooit of het allemaal goed zal aflopen. En hoe onzekerder de onderneming, hoe belangrijker de belofte. De belofte, de handdruk, de handtekening, zij zijn allemaal garanties dat het goed afloopt. Maar ondanks de mooie woorden en de warme intenties, kan er toch onzekerheid groeien. Twijfel.

Wij zijn vandaag getuigen van de twijfel van Abraham. Abraham is oud geworden. Hij heeft zo goed en zo kwaad als hij kon naar God geluisterd. Hij heeft altijd vertrouwen gehad in Gods beloften en is uiteindelijk ook vertrokken naar het land dat God hem geven zou. En dat heeft hem geen windeieren gelegd: Abraham is een rijk man geworden. Wat dat betreft geen klagen en geen twijfel. Maar nu hij oud is, beseft hij dat hij het ooit allemaal zal moeten loslaten. Maar loslaten aan wie? Er was bij hem nog geen geloof in een eeuwig leven, de enige manier van voortbestaan na je eigen dood was het hebben van kinderen en kleinkinderen. En die had hij niet! Terwijl God hem die wel beloofd had. Hij zou een nageslacht krijgen talrijk als de sterren aan de hemel.

Maar God is een God van trouw. God is een God van belofte. God geeft Abraham dus een teken, een garantie. En wel op een speciale oosterse manier. Toen gebruikte men geen contracten of handtekeningen, maar kadavers van dieren die door midden werden gehakt en waarbij elk van de verbondspartners tussen de stukken door moesten lopen, met de woorden: als ik mij niet aan het verbond zal houden, dan mag het nog slechter met mij aflopen als met deze gruwelijk geslachte dieren. Men sprak dan ook niet van een verbond sluiten, maar van een verbond slachten.

En dat doet Abraham dus ook. Hij legde de geslachte beesten klaar en wachtte op God. Maar God kwam maar niet. Het duurde en duurde uren lang. En God liet maar niets van zich horen. We kunnen ons voorstellen dat de twijfel omtrent de goede bedoelingen van God bij Abraham met de minuut erger werd. Wel kwamen er roofvogels, symbolen van de twijfel en de ontmoediging die maken dat je je afvraagt of het wel zin heeft om te bidden en te vertrouwen op God. Die joeg Abraham weg. En pas als Abraham van vermoeidheid en emotie in slaap is gevallen, ziet hij een rokende oven en een vurige fakkel tussen de stukken dier doorgaan. Dat is heel opvallend: als Abraham er klaar voor is, lijkt God er niet te zijn en als Abraham het laat afweten, dan komt God.

Wellicht kent u dat ook: dat je ergens vurig op hoopt en voor bidt, het desondanks toch niet lijkt te gebeuren, maar dat er later, op de een of andere manier toch iets gebeurd is en het ten goede is gekeerd. En hier is opvallend dat God zijn verbondstrouw aanbiedt, ook als de mens, als Abraham het laat afweten. God gaat hier tussen de dieren door en niet Abraham om daarmee te zeggen: het moge Mij nog slechter vergaan als die dode dieren, als Ik Mij niet aan het verbond houd.

God biedt dus als garantie aan dat Hij geslacht mag worden als een dier, als Hij zich niet zou houden aan het verbond met Abraham om een land te geven en nakomelingschap. Maar God is geen dier en kan als zodanig niet geslacht worden. Maar God is wel mens geworden en zo kon Hij wel gedood worden en zo is Hij ook gedood aan het kruis. Hij is echter niet gedood omdat Hij zich niet aan het verbond gehouden had, maar omdat juist de mensen Hem vergeten waren. Door zijn bereidheid te sterven, erger dan de geslachte dieren van Abraham, betaalt God niet voor zijn ontrouw, maar voor de onze, om onze gedachten op Hem te richten, om ons vertrouwen op zijn belofte, dat Hij ook aan ons een land zal geven, te versterken. Niet meer een land in deze wereld, zoals aan Abraham het land Israël, maar een hemels vaderland. Daarom wordt aan ons niet zoals aan Abraham een nakomelingschap beloofd om voort te leven in kinderen en kleinkinderen, neen, aan ons wordt de belofte van eeuwig leven gedaan.

En als garantie, als teken en onderpand van die belofte heeft Christus zijn leven aan ons uitgeleverd. Maar toen Jezus tijdens zijn aardse leven met zijn leerlingen door Galilea trok en ook deze leerlingen onzeker waren en vol twijfel, toen moesten ook zij een teken, een garantie hebben dat zij met Jezus op de goede weg waren. En dan zijn we in het evangelie van vandaag aanbeland. Daarin zien we dat Jezus in alles laat zien dat Hij niet zomaar een profeet is, maar door zijn glanzende verschijning, door zijn ontmoeting met Mozes en Elia en door de stem uit de wolk duidelijk en onweerlegbaar Gods Zoon was, die het verbond tussen God en mensen kwam vernieuwen. Maar zij moesten daar wel op voorbereid worden dat het lijden en de dood van Jezus niet een roemloze ondergang zou worden, maar een nieuwe verbondsslachting, waardoor God zijn liefde voor de mensen laat zien, dwars door menselijke wreedheid en onverschilligheid heen. Daarom mogen zij, mogen wij, alvast een glimp van Gods heerlijkheid in Jezus zien. Als een teken van zijn oneindige trouw. Je kunt je voorstellen dat dat heel belangrijk is geweest voor die leerlingen. Deze ervaring is een garantie, een geruststelling geweest, dat zij door Jezus te volgen, op de goede weg waren, de juiste trein hadden genomen, het juiste verbond waren aangegaan. En laat het voor ons ook een garantie en teken zijn van Gods liefde en trouw aan ons.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers