Home » Preekarchief » preken 2019 » 20 januari 2019

20 januari 2019

OVERWEGING TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Jes. 62,1-5; 1 Kor. 12,4-11 en Joh. 2,1-12)(C)

 

Ik kom graag op bruiloften. Over het algemeen vind ik bruiloften erg leuk en gezellig. Er is doorgaans genoeg te eten en te drinken. En met de muziek kan ik mij ook in de regel wel vermaken. En mijn gedachten en de gedachten van de andere aanwezigen? Die zijn bij rozengeur en maneschijn. Er is geen mens die denkt dat het misschien maar een kort huwelijk zal zijn of dat de afloop wel eens heel treurig zou kunnen zijn. Nee, daar denk je gewoon helemaal niet aan. Dat komt niet bij je op. Toch is het natuurlijk wel een realiteit van het leven. Dat mensen ook ooit zullen sterven en dat dat stervensproces wel eens heel zwaar zou kunnen zijn en dat dan de feestvreugde voorbij is. Dat een leven samen zwaar kan zijn en door het niet meer van elkaar houden of ongeluk of ziekte kan worden bedorven.

Vandaag leek de feestvreugde snel voorbij op die bruiloft te Kana. ‘Ze hebben geen wijn meer’, zei Maria tegen haar Zoon Jezus. Wat is dat nou voor een waardeloos feest! Geen wijn meer?! Hoe is dat nou mogelijk? Wijn als symbool voor het absoluut noodzakelijke om vrolijk te worden en het feest mogelijk te maken was op. Er kwam meteen een gebrek, een mankement aan de oppervlakte. Een gebrek, een mankement dat de mens niet op kan lossen. Er is nood. Het is Maria die die nood als eerste ziet, er ontbreekt iets aan het feest merkt ze: ‘Ze hebben geen wijn meer!’, zegt ze dan.

En dan is er aanvankelijk die weigering van Jezus om er wat aan te doen en daarna toch dat wonder. Dat hinken op twee gedachten zien we vaker bij Johannes: alles staat volgens hem in het teken van gehoorzaamheid van Jezus aan zijn hemelse Vader. En het moment, ‘het uur’ waarop Hij zo’n teken van zijn goddelijkheid geeft wordt alleen door de Vader bepaald. Het wonder van Kana is door Jezus niet verricht om een menselijke nood of gebrek aan organisatietalent op te lossen zodat de voetjes toch nog van de vloer kunnen gaan, maar om een teken te geven van wie Hij is: de Zoon van God. En met dit wonder geeft Hij daarvan het eerste teken.

En dan gaat het niet om een uiterlijk gebeuren, water dat in wijn is veranderd en het feest gaat vrolijk verder, neen, het gaat om het zien met de ogen van het geloof. Wat is dat bijvoorbeeld voor wijn? Wijn waar je vrolijk en dronken van wordt? Of staat die wijn hier toch ook nog voor wat anders? En wie durft die wijn te drinken? We hoorden dat de tafelmeester ervan proeft. Of ook de anderen ervan proeven, weten we niet. Een ding is helder: de wijn proeven is weten dat Christus zijn heerlijkheid openbaart aan degene die ervan drinkt. We willen allemaal wel de heerlijkheid van het Rijk Gods zien, daar niet van, maar wie durft Christus te volgen tot onder het kruis? Wie heeft er zin om die nare weg van lijden en pijn te volgen? Veel van de leerlingen van Jezus deinsden daar voor terug. Daar hadden zij geen zin in. Dat wilden zij liever vermijden, voor zichzelf en voor de Meester waar zij zo tegenop keken. Vandaar dat er uiteindelijk maar twee bij Jezus waren toen Hij gekruisigd werd: Maria en Johannes, de ideale leerlingen en schrijver van dit evangelie. Zij hadden Jezus gevolgd tot het bittere eind. Zij hadden, net als Jezus, de beker met wijn helemaal leeggedronken.

De bruiloft waar Jezus bij aanwezig was, is dus een teken, een garantie dat je met Hem wel goed zit. Jezus is nodig om het leven tot een feest te maken. Maar de weg naar dat feest, dat dus eigenlijk een voorafspiegeling is van het eeuwig leven, die weg daar naartoe is niet altijd een makkelijke weg. Dat is ook een kruisweg. Maar wel een kruisweg met uiteindelijk een goede afloop, namelijk een hemels bruiloftsfeest.

En wij, wij worden elke dag uitgenodigd om ons leven in te zetten voor dat evangelie. Wij lezen (kennen) wat Paulus zegt over de gaven van de Geest die worden uitgedeeld aan alle gelovigen. En wel tot welzijn van allen. Alle mensen dus. En jongeren zijn nog bezig te ontdekken welke gave zij in het bijzonder van de Heer ontvangen hebben. Op dit moment komen vele duizenden jongeren samen met de paus bijeen in Panama. Die jongeren, ook een behoorlijke groep jongeren uit Nederland, ontmoeten elkaar daar en proberen daar energie en inspiratie op te doen om te bouwen aan een wereld vol barmhartigheid en vrede. Paus Franciscus zal hun het evangelie verkondigen en hen inprenten om ambassadeurs te zijn van Christus overal waar zij wonen en werken. Zij vormen de toekomst van Kerk en wereld.

Maar je hoeft natuurlijk niet per se 9000 kilometer te vliegen om dit te weten of te ontdekken. Ik wil het hen ook wel zeggen. Iedere gedoopte (en gevormde) draagt de gaven van de heilige Geest in zich. Maar wie durft dat toe te geven? En wie durft zich in te zetten tot opbouw van onze parochie? Er zijn er gelukkig die dat doen, maar we komen natuurlijk nog steeds handen te kort voor het vele werk dat gedaan moet worden om het evangelie waar te maken. Vooral die handen die de woorden van het evangelie omzetten in daden van geloof en van christelijke liefde.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers