Home » Preekarchief » preken 2019 » 21 juli 2019

21 juli 2019

OVERWEGING ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Gen. 18,1-10a en Lc. 10,38-42)(C)
Wij zijn hier fijn samen gekomen. En ik hoop dat u ook zonder dwang of angst hier naartoe bent gekomen. We hebben zojuist de woorden van de heilige Schrift gehoord. En als wij dat doen en nu luisteren naar de preek dan mogen we als het ware aan de voeten van de Heer luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft. In dankbaarheid ook, mede omdat we weten en vertrouwen dat Hij onze fouten vergeeft. We zijn deze viering dan ook begonnen met de schuldbelijdenis. En elk woord van het evangelie dat we mochten horen is als puur goud en zelfs waardevoller dan goud! We mogen aanstonds ook zijn sacrament ontvangen. En dat is helemaal een genade. Want net als Maria staan wij hier eigenlijk met lege handen. We kunnen ons nergens op beroepen. We leven zomaar en we krijgen hier goddelijk leven aangereikt. Zomaar. Voor niets.

Zomaar verschijnt de Heer Jezus in ons leven. Zomaar verschijnt God in ons leven. Dat horen we ook in zowel de evangelielezing als in de eerste lezing. In de eerste lezing horen we van drie mannen die ineens voor Abraham staan. ‘Abraham sloeg zijn ogen op en plotseling zag hij drie mannen voor zich staan’. Is het er één of zijn het er drie? Een verwijzing naar de heilige Drieëenheid? Hoe dan ook is het voornaam bezoek. Abraham doet alles om het Hem naar de zin te maken. In het evangelie komt Jezus bij Marta en Maria op bezoek. Ook zij zijn er zich van bewust dat ze een wel heel bijzondere gast in hun huis mogen ontvangen. En ook daar wordt de Heer met alle eer ontvangen. En de dames hebben allebei een eigen specifieke rol te vervullen. Marta die zorgt dat het de Heer aan niets ontbreekt en Maria die aan de voeten van de Heer eigenlijk alleen maar luistert naar wat Hij te zeggen heeft.

Sara is degene die de handen uit de mouwen steekt en ervoor zorgt dat het bezoek gastvrij ontvangen wordt. En Abraham die ziet het allemaal vol bewondering aan. Sara zegt helemaal niets en doet gehoorzaam wat er van haar gevraagd wordt. En ze wordt beloond voor haar inzet: de drie gasten is het niet ontgaan dat zij zich uitgesloofd heeft voor hen. En over een jaar zal ze een zoon hebben! Iets waar Abraham en Sara vanwege hun hoge leeftijd nooit meer op hadden durven rekenen. Het is een gift van de Allerhoogste!

En ook Marta mag er gerust op zijn: ook zij zal worden beloond voor al het goede werk dat zij doet. En dat geldt ook voor ons: elk goed werk dat wij doen; elke goede daad die wij verrichten: het wordt in de hemel allemaal gezien. En ook al krijgen wij hier op aarde zeker niet altijd loon naar werken: God ziet alles! En Hij zal ons uiteindelijk vergelden naar onze werken. Ook daar mogen wij op vertrouwen.

Toch irriteert het evangelie ons, wanneer Jezus zegt: ‘Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig, Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden’. Dat is toch merkwaardig: Marta loopt haar benen uit haar lijd om voor Jezus te zorgen; en toch heeft Maria kennelijk het betere deel gekozen.

Wat is er dan beter in hetgeen Maria doet, is de prangende vraag. Natuurlijk waardeert de Heer Jezus de goede wil van Marta en haar inzet. En zij zal er vast en zeker voor beloond worden. Maar haar zus Maria, die daar als aan de grond vastgenageld zit, wordt de hemel in geprezen. Wat is dat? Hoe komt dat?

Omdat Maria wist wie zij op bezoek had. Om te beginnen was zij de Heer Jezus oneindig dankbaar voor het uitdrijven van zeven duivels bij haar. Die kwijtschelding, die uitdrijving maakte haar onzegbaar dankbaar. En ten gevolge daarvan was ze ook helemaal sprakeloos toen de Heer van hemel en aarde nota bene bij haar op bezoek kwam. Sprakeloos want hier schoten menselijke woorden tekort. Hier hoorde alleen een eerbiedig zwijgen en luisteren. Er was ook met geen mogelijkheid iets aan zijn woorden of daden toe te voegen. Zo groot is Hij. Ze stond in feite, om het simpel te zeggen, met lege handen.

Ze hield ontzettend van Hem en als je ontzettend van iemand houdt dan wil je toch eigenlijk alleen maar bij hem of haar zijn. Naast hem of haar zitten is dan al vaak genoeg. En dus was het de eerste ingeving, van de van duivels bevrijde Maria, om maar iets te proberen te begrijpen van Jezus, want elk woord uit zijn mond was voor haar van onschatbare waarde. Ze kon feitelijk niet anders dan aan zijn lippen hangen. Ze wilde geen woord missen van wat Hij te zeggen had.

En Jezus? Die zat op zich niet te wachten op haar inspanning of op haar al of niet grote talenten. Wat Maria Jezus gaf was dan ook niet haar inzet of haar capaciteiten, maar haar hart. Haar gebroken hart! Ze stond open voor Hem en voor alles wat Hij zei, elk woord van Hem nam zij aan. In dankbaarheid! Als een oneindig kostbaar geschenk. Als pure genade. Zomaar. Voor niets ontving zij dat. En juist dat wist zij op waarde te schatten. En dus heeft zij het beste deel gekozen.

Misschien dat u nu u dit zo hoort bij uzelf denkt: ja, daar zit wel wat in. Ik besef dat ik God niets te geven heb, dan alleen maar mijn hart en mijn bereidheid om te luisteren. Misschien denkt u dat nu wel. En ja, dan is het geen schande om je hand op te houden opdat hij door God gevuld kan worden in de eucharistie.

Maar hoe kan het weerbarstige hart dat in ons huist bereikt worden. Het hart dat niet doordrongen is van de grootsheid en majesteitelijkheid van wat hier gebeurt? Dat hart woont misschien ook in ons, maar vast en zeker ook in de wereld buiten. Het wordt de grote uitdaging om succesvol te kunnen evangeliseren. De kerk heeft nauwelijks nog middelen om mensen aan zich te binden. We hebben geen scholen meer of ziekenhuizen en er is ook geen geld meer om aan te armen te geven. De koehandel uit het verleden, de koppelverkoop is niet meer mogelijk.

Wat we hebben of beter gezegd wie we hebben is alleen maar Jezus. Door Hem en met Hem en in Hem zullen wij het moeten doen.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers