Home » Preekarchief » preken 2019 » 24 maart 2019

24 maart 2019

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Ex. 3,1-8a.13-15 en Lc. 13,1-9)(C)
Afgelopen woensdag is Nederland flink opgeschud. De nieuwe partij Forum voor Democratie is vanuit het niets op zo’n 21% van de stemmen gekomen en is daarmee momenteel de grootste partij van Nederland. Heel wat mensen stelden dus hun vertrouwen in Baudet en kompanen. De toekomst zal uitwijzen of zij uw vertrouwen en het vertrouwen van andere Nederlanders waard zijn. Of dat Baudet uiteindelijk door de mand zal vallen als een bedrieger die er heimelijk hele andere ideeën op na houdt en die geen werkbare oplossingen aandraagt.
We zullen het moeten afwachten. En vertrouwen in de goede afloop.

Het gaat dit weekend over vertrouwen, maar je zou ook kunnen zeggen over geloven en over daar vervolg aan geven. ‘Hier ben ik, ik luister’, horen we Mozes in de eerste lezing uit Exodus zeggen. Een ogenschijnlijk onbeduidend zinnetje. En toch horen we dit zinnetje vaker in de Bijbel op hele cruciale momenten. Zo roept de Heer in het boek Genesis Abraham en deze antwoordde: ‘Hier ben ik’. Vervolgens wordt hem gevraagd zijn zoon Isaak de offeren. En Samuël hoorde de Heer in de tempel drie keer roepen en telkens zei hij tegen Elia: ‘Hier ben ik, U hebt mij toch geroepen’. Uiteindelijk begrijpt hij dat de Heer hem roept en dan antwoordt hij: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’. En vervolgens zegt de Heer dat het volk gevonnist zal worden om zijn wandaden. Een vreselijke boodschap om door te geven. En in het Nieuwe Testament horen we dat de blind geworden Saulus, de grote christenvervolger, naar Damascus gaat. God roept Ananias, leerling van de Heer, om Saulus op te zoeken en hem te genezen. Dé grote vijand van de christenen gaan genezen en in huis nemen. Wat een opdracht! Wat een vervolg!

Ja, in al deze voorbeelden wordt aan mensen het onmogelijke gevraagd: Abraham wordt gevraagd zijn zoon te offeren. Samuël mag een vernietigende boodschap overbrengen aan zijn volk, Mozes mag naar Farao toe om deze tiran te vragen het volk vrij te laten. En Ananias mag zijn grote vijand Saulus genezen van blindheid, hem gastvrijheid bieden en hem verdedigen tegen het onbegrip van zijn medechristenen. Wat een onmogelijke, onmenselijke opdracht.

En toch doen ze het. Tocht gaat Abraham met zijn zoon de berg op, en toch gaat Samuël erop uit om hun taak te vervullen en gaat Mozes naar de Farao om het volk vrij te krijgen en ontvangt Ananias Saulus als broeder.

Allen zeggen zij: ‘Hier ben ik!’. Ze zeggen dit niet omdat zij zichzelf in staat achten te doen wat hun gevraagd wordt. Ze zeggen niet: Hier ben ik, deze klus klaar ik wel even’. Zij zeggen dit niet vanuit een gevoel van ‘op hoop van zegen’ of ‘we hopen er maar het beste van’. Er was bij hen geen overwinningstoespraak vol grote woorden en theater zoals we afgelopen woensdagavond hebben kunnen horen, neen, er was bescheidenheid. Er was ‘geloof’. In het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, wordt vaak het woord ‘pisteuo’ gebruikt bij het woord ‘geloof’. En dat woord ‘pisteuo’ heeft een veel diepere betekenis. Het gaat dan over vertrouwen, vertrouwen ook dat wat er gaat gebeuren goed is. Dát is de Bijbelse betekenis van geloof, van vertrouwen. Als ons dus gevraagd wordt of we geloven, (verrrouwen), dan is de vraag niet hoeveel keer we per dag bidden of hoe vaak we naar de kerk gaan, maar de vraag of wij werkelijk ons leven in Gods hand durven leggen, of wij ons lot in zijn handen veilig weten omdat het goed is. Natuurlijk is gebed en naar de kerk gaan een uiting van geloof en vertrouwen, maar de echte, diepe betekenis gaat over loslaten en toevertrouwen.
En dan zijn we plotseling midden in ons eigen leven. Want daarin spelen vertrouwen en wantrouwen ook zo’n grote rol. Het is heerlijk als we erop mogen vertrouwen dat we mensen om ons heen hebben die er voor ons zijn, die ons over een dood punt heen helpen, een hand op onze schouder leggen of ons gewoon even vasthouden. Die mensen hebben wij allemaal nodig. Die hebben we vooral nodig als we zelf soms de regie eventjes kwijt zijn of even op een dood punt zitten. Dan zijn zulke mensen goud waard! Zij geven ons dan weer even een zetje in de goede richting.

Maar de mensen die daarnaast ook nog hun leven in vertrouwen in Gods hand durven leggen zijn misschien nog wel gelukkiger. Dat loslaten in Gods hand doet de eventuele lichamelijke pijn niet verdwijnen, maar geeft hen wel kracht om hun lijden te dragen. Het geeft hen inspiratie en uitzicht om boven zichzelf uit te stijgen. En maakt onmogelijke opdrachten tot haalbare opdrachten omdat zij op God vertrouwen en zich tot Hem keren.

En als wij Hem ontmoeten, vandaag, hier in bijzonder in de eucharistie, dan ontmoeten we Hem die Abraham, Mozes en Samuël en Ananias en al die ontelbare anderen kracht en inspiratie gaf. God heeft aan hen laten zien dat Hij er voor hen was en Hij heeft hun vertrouwen niet teleurgesteld, niet beschaamd. Maar Hij laat nu ook aan ons zien dat Hij er voor ons is en dat Hij vertrouwen in ons heeft, nog even de grond om ons heen wil omspitten en er wat mest op wil leggen, opdat wij tot bloei komen. Opnieuw. Durven wij daarom net als Abraham, Samuël, Mozes en Ananias te zeggen: ‘Hier ben ik!’?

Amen.
© 2019 Sandor Koppers