Home » Preekarchief » preken 2019 » 27 januari 2019

27 januari 2019

OVERWEGING DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Neh. 8,2-4a.5-6.8-10 en Lc. 1,1-4;4,14-21)(C) 

De faam was Jezus al een beetje vooruit gegaan. Toen Hij in Nazareth aankwam had Hij al verschillende tekenen verricht. De mensen hadden gehoord wat Hij allemaal gedaan had en nu waren ze toch wel een tikkeltje nieuwsgierig wat Hij hier in hun eigen synagoge zou gaan zeggen. ‘Het woord is aan Jou’, lieten ze Jezus weten. En Hij nam het woord. Hij las een stuk voor uit de joodse Bijbel en zei toen: ‘Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan’.

Zo viel Hij met de deur in huis. Wat vrome joden al honderden jaren lazen en wat naar hun heilige overtuiging letterlijk de woorden van de Allerhoogste waren. En dan komt er iemand die zegt dat die woorden op Hém betrekking hebben. Wat een brutaliteit, wat een lef! Stel je voor dat hier nu zomaar iemand naar voren zou komen, een stuk uit de Bijbel zou lezen en zou zeggen: ‘Beste mensen, deze tekst gaat over mij? Zouden wij zo iemand zomaar geloven? Zouden wij zomaar ja en amen zeggen? Ik dacht het niet. Het is eerder: die is niet goed snik. Die lijdt aan waanideeën. En ja, zo reageerde men ook in de synagoge van Nazareth.

Om maar te zeggen: Jezus en de blijde boodschap die Hij bracht waren al vanaf het allereerste begin een controversiële zaak. Vanaf het allereerste begin ontstond er tweespalt en onenigheid over. Je bent voor of tegen Hem, voor of tegen de boodschap die Hij bracht. Dat was in de synagoge van Nazareth, dat was in het Romeinse Rijk met zijn christenvervolgingen en dat is nu hier ook het geval bij een algemeen betwijfeld geloof en een zeer controversiële Kerk.

Maar het is door God zelf en door het geloof en het doorzettingsvermogen van zijn aanhangers dat er nog steeds over Hem en over zijn verhaal gesproken wordt. Want het ís een blijde boodschap! Het ís een blijde boodschap die iets goeds inhoudt voor de mensen! En vooral voor die mensen, die het minder goed getroffen hebben in deze wereld. En zij worden hier met name genoemd: armen, gevangenen, blinden en verdrukten. Die mogen er allemaal op hopen dat het goed gaat komen. Dat hetgeen waar zij dagelijks onder te lijden hebben, niet het laatste woord zal hebben. Maar zal uitlopen op iets anders, iets moois, iets dat in de Bijbel genoemd wordt het genadejaar van de Heer, dan gaat het over herverdeling en sociale gerechtigheid. En ja, dat lijkt mij hoopvol voor de armen en bedreigend voor de bezitters.

Met Kerstmis hebben we gevierd dat God in zijn Schepping is gekomen. De grote God, die alles gemaakt heeft en alles in zijn hand heeft, liet niet zijn almacht zien, maar zijn goedheid en liefde. Hij kwam ons aanzeggen dat wij mensen, voor het geluk geboren zijn. En ook al lijkt dat geluk voor velen vaak ver weg, toch mogen we erop rekenen, erop hopen. Hij biedt het ons aan en wij hoeven alleen maar onze hand op te houden en het in dankbaarheid aan te nemen. Precies zoals we de communie ontvangen: we houden onze hand op en God vult hem. Op zich een heel simpel gebaar, maar als je er zo over nadenkt en strakjes zelf letterlijk je hand ophoudt, vraagt het ook om geloof.

Want dat is wat God van ons vraagt: dat wij in Hem geloven. Dat wij durven geloven dat Hij het goed met ons voor heeft en dat Hij ook ons leven, zelfs tot over de dood heen, ten goede zal keren. Simpelweg omdat God dat graag doet. En dat is eigenlijk kort gezegd wat we elke keer doen als we Eucharistie vieren. Het woord ‘Eucharistie’ betekent letterlijk dankzeggen. Dat is de kern van de zaak: we weten dat we veilig zijn in Gods hand en daar zijn we dankbaar voor.

Daarom spreken we in onze traditie ook niet van een dienst, maar van een viering, want als we hier samenkomen, doen we dat om het leven te vieren. En dat horen we ook uit de mond van de profeet Ezra, in de eerste lezing. ‘Gaat lekker eten en drinkt er zoete wijn bij’. We mogen met andere woorden het leven vieren, het leven van het hier en nu, en het leven dat nog komen gaat. Een zondag mag iets feestelijks hebben.

Maar zo zegt de profeet Ezra ook: deelt ervan met wie niets heeft. We mogen feesten en blij zijn, maar het is niet de bedoeling dat we alles voor onszelf houden. De Heer wil graag dat we allemaal van het leven genieten, dat er niemand iets tekort komt. We gaan namelijk niet alleen door het leven. We moeten ook meewerken aan het geluk van die ander.

En zo hebben wij vandaag als parochie ook weer eens wat te vieren. Maar daar kunnen we niet genoeg van krijgen. We vieren vandaag het vijfentwintig jarig bestaan van de City Singers. In die vijfentwintig jaar hebben jullie een vaste positie verworven in ons parochieleven. En het mooie is dat jullie zo’n positieve en inspirerende bijdrage leveren aan het gezicht van onze parochie. Eigentijds en veelkleurig. Ik ben daar erg blij mee. En ik hoop van harte dat dat nog jaren zo mag blijven. Van harte gefeliciteerd.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers