Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 17e zondag door het jaar C

Overweging 17e zondag door het jaar C

‘Vraagt en je zult verkrijgen, zoekt en je zult vinden, klopt en er zal worden opengedaan’

Lc. 11,1-1328 juli 2019
Schriftlezingen: Gen. 18,20-32 en Lc. 11,1-13
Nou, als dat overal in het leven zo gaat, is het makkelijk. Maar we weten allemaal dat we een beperkt leven leiden, waarin wij hard moeten werken om dingen voor elkaar te krijgen. Maar God wil wat anders met ons. Hij verlangt naar ons en wil dat wij ook op zijn verlangen ingaan door een band met Hem aan te gaan. Door te converseren met God, door te bidden. Vandaar dat Jezus ons in het evangelie leert bidden. Bidden als middel om met God te praten als een noodzaak om het vol te houden in het leven. We hebben nog een hele tijd voor de boeg, daarom dat het gebed zo noodzakelijk is. Een volhardend en vertrouwvol gebed.

Er is een vertrouwvolle relatie gegroeid tussen Abraham en de Eeuwige. Vandaar dat de Eeuwige heeft besloten Abraham deelgenoot te maken van zijn plannen met betrekking tot Sodom. De inwoners van Sodom hadden veel kwaad bedreven en gezondigd tegen God. Maar Lot en zijn familie waren rechtvaardig en werden verdrukt en moesten gered worden. Zij zouden uiteindelijk ook gered worden uit het zondige Sodom. Maar zover is het nog niet. Wat we zojuist hoorden was een lang en volhardend pleidooi van Abraham ten gunste van Sodom. Abraham doet als een sjacherende koopman met oosterse welsprekendheid een beroep op Gods barmhartige liefde. En hij dingt telkens weer af. Van vijftig, naar vijfenveertig, veertig, dertig, twintig en tenslotte tien rechtvaardigen. God geeft telkens toe. Helaas zullen er uiteindelijk zelfs nog geen tien rechtvaardigen in Sodom te vinden zijn.

Deze zondag worden wij dus uitgenodigd tot een relatie met God en tot dat wat daarbij hoort: een volhardend en vertrouwvol gebed. Omdat God zo goed is! Zoveel groter dan de goedheid van mensen. En als mensen al ingaan op een aanhoudende vraag, vaak om erg menselijke motieven, namelijk om maar af te zijn van dat gezeur, hoeveel te meer dan God. En bij een vertrouwvolle relatie hoort ook een vertrouwvolle naam. Een naam die daarbij hoort. Wij mogen God volgens Jezus dan ook Vader noemen! Papa. Onze Vader!

En die Vader heeft genoeg om uit te delen, maar als je daarvan gebruik wilt maken, moet je wel bij Hem durven aankloppen, moet je er wel om bedelen als een kind. Jezus heeft er dus geen bezwaar tegen om vragers, zoekers en kloppers van ons te maken. Ongeremd als kinderen. Wat de Vader vervolgens te geven heeft vanuit zijn goedheid, zijn de gaven van de heilige Geest. De eerste gaven daarvan hebben wij al ontvangen bij ons doopsel. Door de heilige Geest wordt een mens dan opnieuw geboren, en wel op een geestelijke wijze. Eerst sterf je door het water van de doopvont en word je met Christus begraven, maar bij het opstijgen uit het water verrijs je ook met Hem en kom je tot nieuw leven, een leven dat oneindig is, dat zelfs niet door de natuurlijke dood kan worden afgebroken. Wij zijn dan ook niet langer kinderen van moeder natuur, maar kinderen van de Vader, van God, die een God is van levenden en niet van doden.

Als het goed is leidt dat bij ons tot een leven waarin we het goede doen en het kwade laten. Maar omdat wij ook zwakke mensen zijn en blijven, moeten we telkens weer om nieuwe kracht vragen. Telkens weer zoeken naar nieuwe energie om goede dingen te doen, telkens weer kloppen aan de deur van Gods barmhartigheid en liefde. Zoals Abraham in de eerste lezing: hij bleef aandringen op Gods barmhartigheid, hij bleef een voorspreker bij God voor de mensen. ‘Lieve Heer, ook als er maar een paar goede mensen zijn, kunt u dan die anderen niet sparen?’. ‘Ik zal Sodom en Gomorra niet verwoesten’, zegt God dan, ‘zelfs al zijn er maar tien’.

Het goede doen en het kwade laten. Daarmee laten we zien dat wij bij God horen, dat we leven uit een andere krachtbron, niet de geest van de wereld, oog om oog en tand om tand, maar de heilige Geest van God, die ons steeds weer opnieuw geschonken wordt als wij daar om vragen. En dat is ook de manier van bidden die Jezus ons leert: vragen om al het goede dat God te geven heeft. En daardoor een mens van God te zijn die niet alleen maar goed voor zichzelf zorgt maar ook voor anderen.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers