Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 26e zondag door het jaar C

Overweging 26e zondag door het jaar C

De gelijkenis die Jezus vandaag vertelt is behoorlijk verontrustend.

29 september 2019

Schriftlezingen: Amos 6,1a.4-7 en Lc. 16,19-31(C) 
De gelijkenis die Jezus vandaag vertelt is behoorlijk verontrustend. Het gaat om de vraag of je eigenlijk nog wel feest kunt vieren zonder het gevoel te krijgen dat je dat later misschien lelijk zult bezuren? Je zou het bij eerste lezing van het evangelie misschien gaan denken. Want die rijkaard viert niet af en toe feest, omdat er iets te vieren valt, een verjaardag of bruiloft of zoiets, neen, ‘hij vierde elke dag uitbundig feest’. En gezien zijn kleding, ‘purper en fijn linnen’, was hij elke dag het stralend middelpunt van het feest. Hij baadt ook in luxe zonder ook maar één moment te denken aan andere mensen die gebrek lijden. Het was bij hem ook geen kwestie van genieten van de goede dingen van het leven, nee, het was een volledige overgave aan genot. Kortom, we zien een mens die denkt dat alles om hem zelf draait en dat het in het leven alleen maar gaat om bevrediging van eigen verlangens.

Is dat hetzelfde als iemand die een feestje geeft op belangrijke momenten in zijn leven terwijl hij weet dat er nog armen zijn in de wereld? Keurt Jezus dat nu af? Nee, absoluut niet. We zien Jezus zelf ook te gast zijn op de bruiloft te Kana waar Hij zelfs nog het feest redt als de wijn op is in een tijd dat er armen genoeg waren. Nee, het gaat er niet om dat wij niet zouden mogen genieten van de goede dingen in het leven. Het is goed dat we blij en dankbaar zijn om alles. Dat geeft energie. En wie dankbaar is om het goede dat hij geniet, wil ook graag dat anderen daarin delen.

Jezus vertelt bijvoorbeeld met genoegen over die herder die na veel moeite zijn verloren schaap heeft teruggevonden en die dat uitbundig viert met zijn vrienden. En Hij vertelt van die vader die zijn verloren zoon in de armen sluit, een feestmaal aanricht en het gemeste kalf slacht. Feestvieren als er iets te vieren valt en genieten van de goede dingen in het leven, is niet iets wat Jezus afkeurt. Hij beschouwt het als vanzelfsprekend bij het leven behorend en noodzakelijk om het vol te houden!

Maar er zit toch meer in dit verhaal. Waar Jezus voor waarschuwt is dat genot verslavend kan zijn en je blind en gevoelloos kan maken. Ik denk dat ik u niets hoef te vertellen over de talloze genotsmiddelen die hier zo makkelijk en zo goedkoop te koop zijn. Alcohol, tabak, XTC, cocaïne, etc. We noemen ze allemaal genotsmiddelen en velen gebruiken ze ook in een of andere vorm. En ze zijn allemaal verslavend en bij overmatig gebruik maken ze allemaal meer kapot dan ons lief is. Ze zijn uiteindelijk allemaal dodelijk. En ze zijn op praktisch elke straathoek te krijgen en via talloze webshops worden ze zo bij u of bij mij aan de deur afgeleverd. Als het zou kunnen zouden we ze allemaal moeten wensen dat ze er niet zouden zijn. Maar ze zijn er wel en wij zullen ermee moeten leren omgaan.

Kan het evangelie ons hierin nog een richting wijzen? Wat we in ieder geval uit het evangelie kunnen leren is dat genieten niet verkeerd is. Genieten is zelfs nodig om ons hart op te halen en om even stil te staan bij mooie of lieve of lekkere dingen. Het wordt pas verkeerd als we genieten zonder oog te hebben voor onze naaste of doelbewust onze ogen sluiten voor de ander die gebrek lijdt. Genieten is goed, maar alleen wanneer we ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid naar anderen toe.

Die twee hebben elkaar nodig. Genieten van het goede aan de ene kant én anderen daarin laten delen aan de andere kant. Want niets is erger voor de mensheid dan een zelfzuchtige mens. Een zelfzuchtige mens is harteloos, onbarmhartig, onmenselijk. Onbarmhartigheid is misbruik maken van het leven dat je ook maar geschonken is. En dat leven wordt ooit weer teruggenomen door de gever ervan, door God. Uit jezelf kun je het niet vasthouden, hoe rijk je ook bent. Rijk of arm, eens gaan we allemaal. En voor God zijn wij in feite allemaal arme bedelaars. En dat is het moment waarop God zijn ultieme barmhartigheid kan tonen aan iedere mens. We zien hoe Hij de arme Lazarus koestert, de arme mens die in zijn leven niemand had om op te hopen dan God alleen. En dat is ook precies de betekenis van de naam Lazarus: Lazarus, dat is Grieks voor het Hebreeuwse woord Eleazer: God is mijn hulp!

Het aardse huis van de rijkaard bleef al die ellendige jaren voor Lazarus gesloten. Maar nu tillen de engelen Lazarus het hemelse huis binnen. Die rijke bleef anoniem, naamloos, omdat hij onbarmhartig was. Een mens zonder hart is een mens zonder gezicht en zonder naam.

Hoe kan God barmhartigheid bewijzen aan een mens die zelf onbarmhartig is geweest? Hoe kan Hij zich ontfermen over een hart dat zelf gesloten bleef? Tegen onbarmhartigheid is geen kruid gewassen, houdt Jezus ons voor, zelfs als iemand uit de doden zou verrijzen om te waarschuwen. Laat daarom de onbarmhartigheid nooit toe in je hart, is de boodschap van de Heer. En als je als mens toch ooit onbarmhartig bent geweest tegen een medemens, wend je dan zelf als een arme smekeling tot God. Laat weten dat het je spijt. Vraag vergeving. Oefen je in barmhartigheid. En dan hoef je met al je menselijke fouten en tekortkomingen niet te twijfelen aan Gods barmhartigheid, nu tijdens dit leven niet via de sacramentele zondenvergeving, en ook niet als we zelf ooit als arme zondaars aankloppen aan de hemelpoort. Geniet van het leven, maar ga niet voorbij aan de nood van anderen. En zolang er nog armen zijn is er nog werk aan de winkel.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers