Home » Preekarchief » preken 2019 » 30 juni 2019

30 juni 2019

OVERWEGING DERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR. ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(1 Kon. 19,16b.19-21 en Lc. 9,51-62)(C)
Ik ben momenteel een boek aan het lezen met de titel ‘Als God renoveert. De parochie van onderhoud naar bloei’. Het is een boek geschreven door een Canadese priester James Mallon. Het is een heel interessant boek, want de problematiek die de priester beschrijft is ook onze problematiek. Ook Canada en de rest van Noord-Amerika heeft te maken met een sterk veranderend christendom. Een sterk veranderende kerk ook.

Zoals bekend is ook de Nederlandse katholieke kerk in een zwaar veranderingsproces. En dat geldt ook voor onze eigen Almeerse St. Bonifatiusparochie. Wij gaan het volgende jaar na meer dan veertig jaar afscheid nemen van onze kerkgebouwen de Goede Rede en de Lichtboog. Een paar jaar terug hebben we al afscheid genomen van de Drieklank. Als alles volgens planning verloopt zullen we na de zomer van 2020 daadwerkelijk gaan verhuizen. We gaan verhuizen, laten de twee nog overgebleven kerkgebouwen achter en betrekken, als het goed is met iedereen, het nieuwe gebouw. Al met al zeer ingrijpende veranderingen. Velen zullen pijn voelen als zij hun vertrouwde kerk los moeten laten. Maar anderzijds biedt deze verhuizing ook nieuwe kansen.

Namelijk nieuwe kansen op bezinning van wie wij als katholieke gelovigen zijn. Mallon beschrijft in zijn boek dat onze kerk in een identiteitscrisis zit. Dat onze kerk haar missionaire roeping uit het oog heeft verloren. Terwijl wij geschapen zijn om missionair te zijn, terwijl wij gezonden zijn om degenen die in doodsnood verkeren op te zoeken en te redden, zijn veel katholieken en katholieke parochies meer begaan met eigen behoeften en eigen overleven dan met het grotere geheel, aldus Mallon. We treuren om de tragedie van geloofsverlies, secularisatie en kerksluitingen, maar het komt niet in ons op om de riemen van onze reddingsboten te grijpen en het op een roeien te zetten. Want was is de missie van de kerk? Daarvoor lezen we uit de ‘grote opdracht’ van Matteüs: ‘Ga en maak alle volkeren tot leerling, doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles te onderhouden wat Ik jullie geboden heb’. Het gaat dus over: gaat, maakt, doopt en leert. En welke is daarvan het belangrijkste? Maak, tot leerlingen maken. Daar draait het om. Dat is de kerntaak van de kerk waaruit de andere elementen volgen: het gaan, het dopen en het leren.

Tot leerlingen maken. En we mogen vaststellen dat de Katholieke Kerk zich de afgelopen eeuw onderscheidde als een geweldige missionaire kerk. We gingen naar alle uithoeken van de aarde. We hebben befaamde scholen en universiteiten opgericht. We onderrichten. We weten heel goed hoe we moeten dopen en alle andere sacramenten moeten vieren, maar onze enige pastorale zwakte, de opgave waar we het meest mee worstelen, is nu juist dat wat de absolute kern vormt van de opdracht van Christus aan de kerk: leerlingen maken.

Leerlingen maken. Leerling zijn betekent lerende zijn, bezig te leren. Een leerling van Jezus Christus zijn betekent: je verbinden aan een levenslang proces van leren van en over Jezus de meester, Jezus de leraar. En juist hieraan heeft het de afgelopen jaren geschort, aldus Mallon. Om het kort te zeggen: terwijl alle leden van onze kerk geroepen zijn om leerlingen te maken, zijn de meesten van hen zelf nog niet eens leerlingen. Natuurlijk vinden wij leren belangrijk voor onze kinderen en tieners, maar dat volwassenen ook moeten leren, groeien en geestelijk volwassen worden is bij velen onbekend.

Mallon geeft in zijn boek een uitgebreide analyse van onze huidige situatie. Hij schetst een beeld waarin velen zich zullen herkennen. Maar hij geeft ook oplossingsrichtingen. Het lijkt mij goed als wij dit boek het komende jaar als uitgangspunt nemen, als kader nemen in ons veranderingsproces. Na de zomervakantie hoort u daar meer over.

De lezingen van deze dertiende zondag door het jaar sluiten hier wonderwel bij aan. Leerling zijn betekent ons kruis op ons nemen en Hem volgen, alles achter laten. Aan het begin van het evangelie komt Jezus naar de mensen toe met grote barmhartigheid. Hij geneest de zieken en bevrijdt hen van het kwaad en wekt zelfs doden op. Zelfs heidenen mogen bij Hem komen en ook hun gebeden worden verhoord. ‘Komt allen tot Mij’, zegt Jezus tot ons allen, jullie allen ‘die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken’. Maar nu komt een moment waarop Jezus veel vraagt van zijn leerlingen. Hij wil dat zij zijn ‘volgelingen’ worden. En deze navolging vraagt onthechting: geen plaats waar je je hoofd op kan laten rusten, geen tijd om terug te kijken naar wat je dierbaar is. Want anders kun je de vastberaden weg van Jezus naar Jeruzalem niet meegaan. Als wij bezig blijven met onze eigen beslommeringen, terwijl Jezus ons roept, dan ‘missen we de boot’. We zien dat ook in de eerste lezing bij de roeping van Elisa die nog even afscheid lijkt te willen nemen van zijn gezin. Elia maakt hem duidelijk dat hij zo niet zijn opvolging als profeet aan kan gaan. En dan verbrandt hij letterlijk alles wat achter hem ligt en organiseert een afscheidsmaal.

De eerste leerlingen lieten aan het begin onmiddellijk alles achter en volgden Jezus. Maar op de Witte Donderdag toonden zij helaas een ander gezicht en er was er maar een van hen die onder het kruis stond. En er was de moeder van Jezus en enkele andere vrouwen. Toen de leerlingen met Jezus door de Samaritaanse dorpen liepen was Johannes nog bezig met bijzaken en Jezus moest hem terecht wijzen. Het feit dat Johannes wel onder het kruis stond als enige leerling, laat zien, dat hij uiteindelijk zijn les geleerd had. We mogen hem vragen om daarin onze voorspreker te zijn om ook – zoals hij – trouwe leerlingen en volgelingen te mogen zijn die het goede nieuws van het koninkrijk van God willen verspreiden en anderen ook tot leerling maken.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers