Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 18e zondag door het jaar C

Overweging 18e zondag door het jaar C

Ruzie om een erfenis.

4 augustus 2019

Lc. 12,13-21

Schriftlezingen: Pred. 1,2;2,21-23 en Lc. 12,13-21 
U moest eens weten hoe vaak dat voorkomt. Het is eerder regel dan uitzondering. Nu, anno 2019, maar ook toen, tweeduizend jaar geleden. De joodse wetten hadden in feite alles geregeld. De oudste zoon erfde al het onroerend goed, zoals het huis en het land. De andere kinderen deelden in het roerend goed: de inboedel. Maar ook daarvan kreeg de oudste zoon een dubbel deel. Zo was dat toen. En hoogstwaarschijnlijk is dat ook de achtergrond van wat zich in het evangelie voordoet: een jongere broer wil gewoon zijn deel opeisen bij zijn oudste broer. En dus ging hij naar de plaatselijke rabbi, naar Jezus.

Maar het verlossende woord krijgt hij niet van Jezus. Nee, hij waarschuwt nog wel tegen hebzucht, maar de jongere broer in zijn gelijk stellen is er niet bij. Jezus antwoordt zoals zo vaak met een verhaal. En in dit geval een verhaal dat zonder meer duidelijk maakt wat Hij bedoelt. Want als we het lezen of horen zien we het meteen: die rijke man van het verhaal is een zelfingenomen mannetje. Eentje die vindt dat hij het erg met zichzelf getroffen heeft en denkt dat hij het toch wel erg goed voor elkaar heeft. Zelfgenoegzaam meent de man over alles en iedereen te kunnen beschikken, zelfs over zijn leven. En alles vanuit zijn eigen redenering. Vandaar dat er meerdere keren zoiets staat als ‘hij overweegt bij zichzelf’ en ‘hij spreekt tot zichzelf’. Kennelijk had hij niets en niemand nodig en kon hij het allemaal wel alleen af.

Onze tijd, onze maatschappij en onze cultuur zit ook vol met dat soort types. Door bonussen en aandelenopties rijk geworden mannen, terwijl de bank die zij moeten leiden met staatssteun overeind gehouden moet worden. Deze graaicultuur stuit heel veel mensen tegen de borst. Nu is het niet zo dat Jezus in het evangelie het harde werken van die man of zijn goede inzicht afkeurt. De fout van de rijke uit onze parabel is dat hij totaal geen besef heeft dat het o zo succesvolle leven dat hij leidt, dat dat in feite hem ook zomaar gegeven is. Hij had wellicht geluk, hij nam toevallig de juiste beslissing op dat cruciale moment, hij werd met een gouden lepel in de mond geboren, en wat hij deed dat pakte zo goed uit omdat anderen pech hadden of op dat moment de verkeerde beslissing namen. De een zijn dood is de ander zijn brood. En het is dus niet alleen maar eigen verdienste. En het is allemaal heel betrekkelijk, en als je dan plotseling het loodje legt, ben je zomaar alles kwijt. Het laatste hemd dat je draagt heeft immers geen zakken.

De woorden van Prediker in de eerste lezing lijken wel over deze rijke, zelfgenoegzame man te gaan. Prediker noemt het allemaal vluchtig, betrekkelijk de dingen die wij najagen. Uiteindelijk houdt het geen stand. Je spant je in, je tobt je af en voor je het weet is je leven voorbij en moet je alles loslaten. Het is allemaal lucht en leegte, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling dat noemt.

Oké, dat weten we dus. Dat Jezus ons wil duidelijk maken dat het leven uiteindelijk een geschenk is en dat het uiteindelijk allemaal ook zo voorbij kan zijn. En dat alleen degene die het leven ook zo beleeft, er ook echt van kan genieten. En echt rijk is. Dat is de boodschap van Jezus en dat is de boodschap van Prediker. Want achter die wat sombere, cynische woorden van Prediker gaat in feite een constante oproep schuil om gewoon, simpelweg te leren genieten van de kleine, fijne dingen van het leven. Het spreekwoordelijke verse kopje thee in plaats van die dure champagne.
Echt geluk en echte rijkdom zit hem in dit soort kleine en vaak immateriële dingen. En denk niet dat dit soort genieten niets met God van doen heeft. Want elke keer brengt Prediker God ter sprake als hij het over genieten heeft.

Maar er gebeurt nog meer, want onmiddellijk na de parabel van de rijke dwaas, die wij zojuist gelezen hebben, lezen we woorden van Jezus over het onbezorgd zijn (‘Maak je toch niet zo bezorgd over wat je zult eten’) en dan voegt Hij er het element van delen aan toe. ‘Verkoop je bezit en geef aalmoezen; en zorg voor beurzen die niet verslijten, zorg voor een onuitputtelijke schat in de hemel!’. Delen dus. Wanneer wij beide verhalen dus samen bekijken dan leren we dat je het leven niet alleen als een geschenk van God moet ervaren en dat wij daar dankbaar voor moeten zijn, maar ook dat het allemaal heel betrekkelijk is en dat je ervan mag genieten, maar dat je je bezit ook moet leren delen met anderen. Want slechts wie dat doet, is echt ‘rijk bij God’. Hij is immers een goede mens, die naastenliefde beoefent en die bouwt aan een rechtvaardige wereld. En het is een mens die ook oog heeft voor de schepping.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers