Home » Preekarchief » preken 2019 » 5 mei 2019

5 mei 2019

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN PASEN, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Hand. 5,27b-32.40b-41 en Joh. 21,1-14)(C)
Nog maar een paar weken geleden vierden we met elkaar de Goede Week. In de liturgie leefden we van dag tot dag mee met de Heer Jezus. We zagen Hem op palmzondag als een koning, een held Jeruzalem binnenkomen. We waren er getuige van hoe Hij in de bovenzaal de voeten van de leerlingen waste en hen zo het gebod van de naastenliefde gaf. We hoorden toen ook hoe Hij brood brak en wijn nam en zei: ‘Dit is mijn Lichaam en Bloed’. En uiteindelijk belandden we op Goede Vrijdag en lazen we hoe Hij na een schijnproces aan het kruis stierf. Het was een week vol dramatiek. Dramatische gebeurtenissen uit het leven van Jezus en misschien wel uit de wereldgeschiedenis.

Maar het verhaal ging verder. Want vandaag vieren wij de derde zondag van Pasen, de derde zondag nadat de Heer Jezus de dood versloeg en uit de dood opstond. Want dat was wat de leerlingen sindsdien bezighield. Hoe moet dat voor die leerlingen geweest zijn? Welke gevoelens moeten door hen heen zijn gegaan?

Hun hoop, hun meester, hun vriend, hun Messias die voor hun ogen vertrapt werd, vernederd en gedood. Beschimpt, bespuugd en geschopt en geslagen. En hun eigen rol daarin? Hoe ze allemaal de benen hadden genomen. Hoe Petrus tot driemaal bij hoog en laag ontkende Jezus te kennen! Dat getuigde toch wel van een gigantische lafheid aan de kant van Petrus. En toen kwamen die vrouwen met dat verhaal over dat lege graf. Ongelooflijk en te absurd voor woorden. En al stonden ze er nu met hun neus bovenop, het drong niet tot hen door. De schaamte was te groot. Het mysterie was te groot, te overweldigend en te veelomvattend.

En dat is het anno 2019 nog steeds en misschien nog wel meer dan vroeger. Hoe kun je zoiets als opstanding uit de dood ooit omvatten, begrijpen? Dat was toen bijna onmogelijk, maar nu in de tijd van de wetenschap en vooruitgang helemaal niet meer te doen. Althans als je er op een bepaalde manier naar kijkt. De catechese van Jezus houdt daarom rekening met het leervermogen van de mens. Vandaar dat Hij veertig dagen lang met grote regelmaat aan zijn leerlingen verschijnt. En niet alleen verschijnt, maar ook met hen eet en drinkt. Vandaag horen we in het evangelie over de apostel Petrus.

Petrus, het model van de meest gewone, meest doorsnee leerling. Geen hoogvlieger of hardloper. Opportunistisch, maar ook vol passie. Jantje lacht, jantje huilt. Hoe zal hij zich gevoeld hebben? Het kan volgens mij niet anders dan dat hij zich zeer schuldig moet hebben gevoeld en dat hij zich intens moet hebben geschaamd. Teleurgesteld in zichzelf. Maar ook daarna in verwarring gebracht. Hij snapte er niets meer van.

En wat doet hij dan? Hij gaat maar terug naar z’n oude kost. Terug naar zijn oude bestaan. Zijn oude bestaan dat uiteindelijk altijd vruchteloos bleek te zijn geweest! En nu ook weer vruchteloos is. Want wat hij vangt? Niets. Zelfs niet na een hele nacht vissen. Het oude bestaan bleek een doodlopende weg te zijn. Maar dan hoort hij Jezus zeggen dat hij het net aan de andere kant van de boot moet uitgooien. Zo onlogisch, zo tegen de gangbare rede en wetenschap in. En dan heeft hij een enorme vangst! Zijn oude leven bleek vruchteloos, maar de aanwezigheid van Jezus in zijn leven nu maakt dat het vol vrucht is. En van vreugde en doldwaas enthousiasme springt Petrus in het water en gaat op Jezus af. Ze eten met elkaar.

Het kwam voor Petrus dus neer op de vraag of hij zijn oude leventje zonder Jezus weer zou oppakken of dat hij op weg wilde gaan met Jezus. Een nieuw leven wilde leiden. En bij een nieuw leven hoort ook willen luisteren naar Jezus, je door Hem willen laten leiden. En leiden betekent ook je door Hem willen laten zenden. En dat is zeker niet een zending op basis van een geweldige staat van dienst, neen, kijk naar Petrus, het is gelukkig vooral een zending op basis van de liefde en trouw van Jezus voor ons. Petrus geeft uiteindelijk antwoord en zijn liefde, hoe onvolkomen ook, zijn verbondenheid met Jezus maakt dat Petrus die zending ook krijgt. En dat wij die zending krijgen. Want Hij roept ons vandaag ook om getuigen van zijn liefde te zijn: van God houden en van de naaste als van jezelf.

En dan wordt het meest ongelooflijke toch te geloven. Dan overstijg je wetenschap en rede en kom je tot ontmoeting met de verrezen Christus als je naar zijn woorden luistert en Hem ontvangt in de eucharistie en dat is Hij net zo werkelijk aanwezig als toen bij Petrus op het strand en kun je met Hem door het leven gaan.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers