Home » Preekarchief » preken 2019 » 7 juli 2019

7 juli 2019

OVERWEGING VEERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(Jes. 66,10-14c en Lc. 10,1-12.17-20)(C)
‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig’, zegt Jezus, dus zendt Hij 72 leerlingen twee aan twee uit naar alle steden en dorpen die Hijzelf ooit wil bezoeken. Waarom 72? Omdat dit het aantal volkeren symboliseert dat toen bekend was. Met die zending maakt Jezus dus duidelijk dat zijn Vader Hem niet alleen naar het joodse volk, maar naar alle volkeren heeft gezonden om het Koninkrijk van God te openbaren.

Maar die 72 leerlingen maken nog iets anders duidelijk, namelijk dat Jezus zijn zendelingen niet beperkt tot zijn apostelen. Die heeft Hij daarvoor al uitgezonden, en ze kregen precies dezelfde opdracht als de 72, namelijk het Koninkrijk van God verkondigen, duivels uitdrijven en zieken genezen. Ook zij mochten niets meenemen voor onderweg, ze moesten blijven waar ze onderdak kregen, en ze moesten het stof van hun voeten vegen als ze niet welkom waren. Daarmee zien we dat Jezus niet stopt bij zijn twaalf apostelen, maar dat Hij beroep doet op anderen als de nood hoog is. Wat moesten die 72 verkondigen? Het Rijk van God. Maar om dat Rijk van God te kunnen realiseren moesten ze alle volken tot zijn leerlingen maken.

Ik ben momenteel het boek ‘Als God renoveert. De parochie van onderhoud naar bloei’ aan het lezen. Het is een boek geschreven door de Canadese priester James Mallon. Een interessant boek. Wat mij betreft gaan we dat boek de komende maanden met belangstellende parochianen lezen. Mallon geeft een analyse van de situatie waarin de Canadese kerk, maar zeker ook de Nederlandse katholieke kerk zich in bevindt. Hij schrijft over een identiteitscrisis in de katholieke kerk. De kerk in Noord-Amerika en Europa heeft haar roeping uit het oog verloren. Missie is uitgegroeid tot iets voor missionarissen en in verre landen, terwijl de meeste parochies de laatste jaren vooral met zichzelf bezig zijn, gericht op eigen onderhoud of instandhouding. ‘Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb’. Jezus geeft in deze ‘grote opdracht’ zijn jonge kerk vier taken: gaat, maakt, doopt en leert. Welke van die vier is het belangrijkste: gaan, maken, dopen of leren? Het antwoord is: maken. Tot leerlingen maken! Deze taak is de echte kern van de grote opdracht, waar de andere drie aspecten omheen cirkelen. Tot leerling maken. Lerende zijn, bezig te leren. Een leerling van Jezus zijn betekent: je verbinden aan een levenslang proces van leren van en over Jezus de meester, Jezus de leraar.

Hoeveel van de parochianen en priesters voldoen aan dit signalement? Ik vrees een kleine minderheid. Catechese voor kinderen en tieners vinden we allemaal belangrijk, maar voor volwassenen komt het maar moeilijk van de grond.

Hoe gaan wij die leerlingen maken? Als u het tenminste eens bent met deze opdracht. Als een leerling iemand is die leert, die naar groei snakt, die hongert naar kennis, hoe gaat dit dan in zijn werk? We weten dat het feit dat iemand die zegt in Jezus te geloven of die naar de kerk gaat, nog niet per se betekent dat hij of zij deze honger ook heeft. Er moet iets gebeuren om die honger wakker te schudden: dat iets is evangelisatie. Letterlijk betekent evangeliseren het verkondigen van goed nieuws. Maar wat is dit goede nieuws? En geloven wij daar zelf ook in? U ziet elke keer gaat het ook over ons, vandaar dat een deel van ons zich daar misschien zal tegen verzetten, anderen willen het misschien nodeloos ingewikkeld maken. Het evangelie van vandaag spreekt over Gods Koninkrijk, Gods vrede, Gods genade, zijn onvoorwaardelijke liefde, over vergeving van zonden, over bevrijding van het kwaad. Maar ook over hoe Gods liefde aan het kruis wordt geopenbaard en over hoe Jezus de dood heeft overwonnen. We kunnen op allerlei manieren en in allerlei bewoordingen erover spreken, maar uiteindelijk kan en moet de boodschap tot één woord worden teruggebracht: Jezus!

In Jezus beschikken we over de belichaming zelf van Gods verlossende aanwezigheid, liefde, genade en leven. En dit goede nieuws ontvangen, geëvangeliseerd worden, betekent niet alleen deze schitterende waarheden horen en van hun bestaan weten, maar Hem ook leren kennen – niet alleen in Hem geloven, maar Hem liefhebben en verliefd op Hem zijn. Alleen dan zullen onze harten zingen en zal ons lied ook gehoord worden. Mallon stelt dat velen van de priesters en gelovigen Jezus nooit persoonlijk hebben leren kennen en ook niet naar Hem hunkeren. En omdat er geen sprake meer is van plicht, schuldgevoel of angst lopen de kerken ook leeg. En wat er in die kerken en parochies verteld is of verteld wordt is leeg of nietszeggend, ‘als je maar niet zo lang preekt’, of een holle versie van het echte verhaal.

Wat kunnen we daaraan doen? Vanaf paus Paulus VI tot en met paus Franciscus wordt er een ding voorgehouden: er moet een nieuwe evangelisatie komen. Jezus Christus moet opnieuw voorgesteld worden. We moeten door het onzichtbare harnas, de gène heen breken, ruimtes creëren waar mensen Jezus kunnen leren kennen als de Levende Heer, die de honger bij hen wakker schudden en hen dan beginnen te vormen en tot leerlingen te maken. We moeten met andere woorden onze identiteit herontdekken en de kern van het mandaat van de Heer voor deze Kerk centraal zetten in alles wat we doen, zodat er in het hart van elke parochie een gemeenschap van groeiende, volwassen gelovigen komt die toegewijd zijn aan een levenslang proces van gedisciplineerd leren, die hun van God gegeven talenten ontdekken en die bereid zijn om te dienen en uiteindelijk apostelen te worden. We moeten ons inspannen om een Kerk van leerlingen te creëren die uiteindelijk, op een dag, als normaal zal worden beschouwd.

Het is u bekend dat wij als Almeerse katholieken ook voor grote veranderingen staan. Veranderingen waar u ook mee geconfronteerd wordt. Ik besef heel goed dat deze veranderingen pijn doen, want loslaten van wat of wie dan ook doet pijn. Maar christenen laten als het goed is in ieder geval één ding nooit los: de hoop. De hoop dat het verhaal door gaat. Anders waarschijnlijk. Maar laten we ons ook proberen open te stellen voor wat er komen gaat.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers