Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 19e zondag door het jaar C

Overweging 19e zondag door het jaar C

Zondagmorgen kan ik pas na twaalf uur komen

11 AUGUSTUS 2019
Lc. 12,35-40Schriftlezingen (Wijsh. 18,6-9 en Lc. 12,35-40)(C)
‘Zondagmorgen kan ik pas na twaalf uur komen, want eerst ga ik dan naar de kerk’ en ‘Op zondag moet de thuiszorg voor 10.30 uur komen en moeten mijn kinderen mij niet bellen voor half twaalf, want dan kijk ik naar de tv-mis’. Dit zijn van die uitspraken die ik zo nu en dan van parochianen hoor. Het geeft iets aan van hun persoonlijke overtuiging om de eucharistie te willen vieren in de kerk of die op de tv te willen zien. Behalve wat meewarige blikken kunnen gelovigen dat anno 2019 nog steeds zeggen.

Voor de Israëlieten was dat op de avond van de uittocht wel even anders. Het was inderdaad een spannend en gevaarlijk moment in hun leven om samen de Pesach-maaltijd te vieren en vervolgens Egypte te ontvluchten. De eerste lezing uit het boek Wijsheid sprak daarover: ‘Want de kinderen der vromen hadden in stilte het offermaal gebruikt, en zich met een heilige belofte verplicht dat ze gelijkelijk het goede zouden delen de gevaren trotseren’. Tot u zou ik willen zeggen: wees niet bevreesd. Eucharistie vieren is mooi en is niet zo gevaarlijk als toen in die nacht in Egypte. Wij mogen ons als gedoopten en gevormden al bewoners van het beloofde land weten. En als bewoners van dit beloofde land, van dit koninkrijk van God vieren we de eucharistie, het offermaal van Jezus Christus. Want Hij heeft ons gered. Hij heeft ons verlost en Hem mogen we ontmoeten in zijn Woord en ontvangen in de heilige communie. Eucharistie vieren kunnen we dan ook pas echt oprecht vieren als we dat doen met een gelovig en dankbaar hart voor onze verzoening met God door en in verbondenheid met onze Messias, Jezus Christus.

Maar door het doopsel en vormsel al christen zijn betekent niet zelfvoldaan achterover kunnen leunen! We hoorden het Jezus zojuist zelf zeggen: ‘Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend’. Aan ons wordt dus gevraagd om, zoals de Israëlieten, waakzaam te zijn, bereid om op weg te gaan, in actie te komen onderweg naar een beter vaderland, het hemelse. Dit vanuit de overtuiging dat het geloof een bijzonder talent is om je christen-zijn serieus invulling te geven. Je geloof zet je aan tot het doen van dingen, je geloof geeft je de innerlijke aandrang om vol te houden. Zo ging Abraham door het geloof op weg en door het geloof bleef Abraham ervan overtuigd dat hij op de goede weg leefde verbonden met God en de toekomst van het beloofde volk, talrijk als sterren aan de hemel en als de korrels op het strand.

Zo maakte Abraham al waar waartoe Jezus zijn leerlingen opriep: ‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’. Om dat uit te leggen even een mooi verhaal. Nu eens niet uit de actualiteit maar een verhaal over een heilige langgeleden. Vandaag (Gisteren) vieren wij zijn feestdag, de feestdag van de heilige diaken Laurentius. Wat is er gebeurd in zijn leven? In het jaar 258 wordt Laurentius samen met paus Sixtus II tijdens het vieren van de eucharistie gevangen genomen. Toen was eucharistie vieren nog gevaarlijk. Paus Sixtus werd dezelfde dag nog gedood, maar zijn diaken Laurentius die zorg droeg voor de kerkelijke administratie en de giften beheerde die aan de kerk geschonken waren voor de armen, kreeg drie dagen de tijd van de keizer om de ‘schatten van de kerk’ bijeen te brengen en aan de keizer te overhandigen. Laurentius verkocht inderdaad daarop de gouden en zilveren vaten en heilige boeken waarnaar de keizer op zoek was. En hij verdeelde de opbrengst onder de noodlijdenden. En hij vroeg aan de noodlijdenden, de kreupelen, blinden, bedelaars, stommen en weduwen en wezen om op de derde dag mee te komen naar de keizer. Toen Laurentius voor de keizer stond wees hij naar de groep armoedzaaiers die met hem meegekomen was en zei toen: ‘Dit zijn de echte schatten van de kerk’. De keizer voelde zich natuurlijk in de maling genomen en bracht deze waakzame dienaar van de kerk gruwelijk ter dood.

Laurentius heeft tijdens zijn laatste levensdagen dus volledig waargemaakt wat Jezus zijn leerlingen voorhield: ‘Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen, verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’.

De mensen in de marge van de samenleving, de nieuwkomers en asielzoekers zijn dus onze schatten anno 2019. En nu wij als katholieke gemeenschap opnieuw onze weg en plaats in de samenleving moeten zien te vinden, hoop ik dat onze inspanningen voor deze schatten zich mogen verdiepen door samen met anderen een bijdrage te leveren aan hun welzijn hier en door hen een hartelijke en gastvrije missionaire gemeenschap aan te bieden. Niet eenkennig en naar binnen gericht, maar oog hebbend voor de noden van onze tijd en de mensen die deze lasten moeten dragen. Want ‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers