Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 25e zondag door het jaar C

Overweging 25e zondag door het jaar C

Wij dromen allemaal wel eens dat we de Staatsloterij winnen.

22 september 2019 

Schriftlezingen (Amos 8,4-8 en Lc. 16,1-13)(C)
Wij dromen allemaal wel eens dat we de Staatsloterij winnen of de hoofdprijs hebben in de Postcode Loterij. Stel je eens voor dat je die 10 miljoen wint. Wat voor mogelijkheden heb je dan wel niet. In mijn gedachten heb ik die prijs al vele keren verdeeld. Wat is er dan allemaal niet mogelijk? Geld geeft macht en mogelijkheden, luxe en comfort. Die fascinatie voor geld is van alle tijden. Zo vertelt Jezus in het evangelie over een rentmeester. Rijke mensen stelden vaak een rentmeester aan als beheerder van hun bezittingen en hun kapitaal. Een soort financieel manager dus. Zo’n manager heeft twee eigenschappen nodig: hij moet betrouwbaar zijn en creatief zijn. Betrouwbaar: het geld is immers niet van hem. En creatief: hij moet ervoor zorgen dat het kapitaal groeit.

De rentmeester in het verhaal van Jezus is wel creatief, maar niet betrouwbaar. Ja, we kunnen ons allemaal een voorstelling maken hoe zoiets toen ging en nu gaat. Er ligt ontzettend veel geld onder handbereik, dan ligt de verleiding op de loer dingen te doen in eigenbelang. Zijn baas zit toch in het buitenland. Niemand heeft iets in de gaten. En dan begint het in het klein, maar voor je het weet wordt het groter en groter en uiteindelijk gaat het helemaal mis. Ooit komt de waarheid aan het licht. Het staat bijna dagelijks in de krant. En dan vertelt het verhaal komt de baas terug, ontdekt de praktijken die zijn rentmeester in zijn afwezigheid heeft uitgehaald en wil hem op staande voet ontslaan. Voor die rentmeester betekent dit ook dat hij dakloos wordt omdat hij in een dienstwoning woonde. En werken met zijn handjes kon hij niet of wilde hij niet en bedelen vond hij te vernederend. Dus gaat hij doen waar hij altijd zo goed in was: hij gaat creatief boekhouden om te zorgen dat hij vriendjes maakt onder degenen die bij zijn baas in het krijt stonden. Hij vervalste dus hun schuldbewijzen! Die jongens natuurlijk blij en de ontslagen rentmeester had zijn toekomstige kostje alweer gekocht.

En wat doet dan de baas in het verhaal? Het tegendeel van wat wij zouden verwachten: hij prijst hem omdat hij zo slim heeft gehandeld! Hij kon die creativiteit wel waarderen. Hoogstwaarschijnlijk waren die praktijken die baas ook niet vreemd. Maar daarna? Daarna zal hij die rentmeester ongetwijfeld toch hebben ontslagen.

Het merkwaardige aan dit verhaal is dat Jezus ons deze fraudeur, deze oplichter, ten voorbeeld stelt. Hij zegt: ‘Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon’, dat is dus met geld. Hoe moeten we dat begrijpen? Het valt toch niet te rijmen met de Jezus die ons uit de andere evangelieverhalen naar voren komt. En het wordt helemaal verwarrend als Jezus ons aan het eind van dit evangelie waarschuwt voor diezelfde mammon met de woorden ‘Gij kunt niet God dienen en de mammon’. Hij moet dus wel iets anders bedoelen.

Om te beginnen lijkt het erop dat Jezus ons ertoe aanspoort om creatief te zijn. Kijk eens hoe creatief sommige mensen zijn met geld, indrukwekkend gewoon, wezen jullie als christenen nu ook eens zo creatief met de dingen van God. En ja, als je zelf met geld omgaat, gebruik dan je creativiteit voor goede doelen. Want als christenen zijn wij niet alleen kinderen van het licht, maar ook van de wereld, dat wil zeggen: de wereld waarin geld een grote rol speelt. We hebben er allemaal mee te maken, of we willen of niet. De vraag voor elke christen is dus: hoe wil ik ermee omgaan? Ik word ook blootgesteld aan de verleidingen en verlokkingen van geld. Net als elke andere mens is er een verlangen naar geld en rijkdom. En ja, als ik ietsjes rijker kan worden door het een of ander niet op te geven aan de belastingdienst of juist wel extra onterechte posten opvoer, ja dan word ik ietsjes rijker. Maar ach, dat stelt toch niet zoveel voor. Dat is toch niet zó erg?

Dat deze verleidingen van alle tijden zijn, blijkt ook uit de eerste lezing. De profeet Amos stelt als een echte klokkenluider de wanpraktijken uit zijn tijd aan de kaak. Gesjoemel, bedrog, winstbejag en geldzucht. Rijken die steeds rijker worden ten koste van de armen. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon.

Voor ons christenen draait het dus om de volgende vraag: kan ik wel christen zijn en geld hebben? Onthoud dat het een lastige combinatie is. Jezus lijkt nergens bezit af te keuren, maar Hij vraagt ons wel alles wat we hebben aan talenten en bezit, in dienst van zijn Rijk te stellen. Wat wil je ermee, wiens belang dien je ermee? Dien je God en de Kerk of dien je de mammon? Kies je voor God en zijn Kerk en de armen of voor het eigenbelang. Of, om het nog weer even iets anders te zeggen: gaat het in het leven alleen om geld, geld en nog eens geld, of voel je meer voor een leven dat in het kader staat van het welzijn van iedere mens, en van vrede en gerechtigheid? Kortom: gebruiken wij geld ten nadele van anderen en dan vooral de armen of ten voordele?

Amen.
© 2019 Sandor Koppers