Home » Preekarchief » preken 2019 » Overweging 2e zondag van de Advent

Overweging 2e zondag van de Advent

Johannes de Doper komt vandaag het vuurtje flink opstoken

8 december 2019
Schriftlezingen: Jes. 11,1-10 en Mt. 3,1-12(A)

Wij krijgen op deze tweede zondag van de advent een echte adventsfiguur voorgeschoteld: Johannes de Doper. En Johannes de Doper komt vandaag het vuurtje flink opstoken. Dat blijkt uit zijn levenswijze, de radicale manier waarop hij zich kleedt en voedt, maar vooral uit de woorden die hij gebruikt. ‘Adderengebroed’, schreeuwt hij tegen de farizeeën en Sadduceeën. Het lijkt wel of hij met verbaal geweld de stof en as van het vuur blaast zodat het vuur weer lucht en ruimte kan krijgen.

Soms kunnen dingen inderdaad stikken onder een dikke laag stof en as, zoals een kolenhaard ’s morgens uitgedoofd leek door de as van de dag daarvoor, maar zodra de as werd verwijderd, zuurstof werd toegevoegd en de resten werden opgepord en voorzien van nieuwe kolen, dan kon het vuur weer helemaal oplaaien en warmte geven. Zo is dat misschien ook met ons vuur voor Jezus en zijn kerk. En dat is wat Johannes de Doper doet: hij port de boel op om de mensen klaar te maken voor Jezus. ‘Ik doop u met water’, zegt Johannes de Doper, ‘opdat gij u zoudt bekeren, maar Hij doopt u met heilige Geest en vuur’.

Maar die kolenhaard, of moderner die barbecue die bijna koud is, is er figuurlijk ook in uw en mijn leven. Je ziet geen vuur meer en het lijkt wel of het gedoofd is. Er is een overschot aan as die de frisse lucht belemmert, nare dingen uit het verleden die steeds opspelen, negatieve berichten of gebeurtenissen nu of sombere vooruitzichten voor de toekomst, al die dingen, al die as, verbergen en verstikken het vuur. Het vuur van de liefde tussen mensen, tussen ouders en kinderen of tussen collega’s betreffende het goed samenwerken op de werkvloer, de onuitgesproken conflicten of je liefde voor God en je geloof in Hem en in de Kerk. En zo kan ik nog wel even doorgaan met voorbeelden waar as het vuur kan verstikken.

En als we oppervlakkig kijken, lijkt het zelfs, dat er dan geen vuur meer is. Maar dat is niet waar, want als we dieper in onszelf kijken, achter allerlei teleurstellingen over vroeger en sombere prognoses, als we dat allemaal aan de kant weten te schuiven dan schuilt er diep in onze ziel wel degelijk nog een vuur, hoe klein ook. Wat er moet gebeuren is hetzelfde als met die kolenhaard: de asresten verwijderen, dus alles verwijderen die de lucht, de wind, de heilige Geest tegenhouden. En wat die as is? Dat is voor iedereen iets anders. Soms een ingebakken pessimisme, soms grote teleurstellingen, maar vaak ook oppervlakkigheid en ongeïnteresseerdheid of onverschilligheid. Maar ook vaak gemakzucht of slechte gewoontes.

Wat Johannes de Doper doet is eerst de asresten opruimen, ruimte maken, mensen aanmoedigen te breken met al die ingesleten verkeerde gewoontes, lauwheid, gemakzucht en onverschilligheid, zodat er weer ruimte ontstaat voor Jezus, want om Hem draait het! En Hij komt met heilige Geest en met vuur. Hij komt als een wind, als lucht die het vuur weer aanblaast.

Bij de apostelen kwam die heilige Geest na negen dagen, na een noveen van gebed, toen kwam Hij met wind en vuur in de Bovenzaal waar de apostelen samen waren op het feest van Pinksteren. En zo gaat het nu nog. Na gebed en jezelf innerlijk voorbereiden komt dat vuur ook nu nog in de harte van mensen. Daarom gaat er aan de grote feesten altijd een voorbereidingsperiode vooraf, zoals nu de adventstijd: als een tijd van gebed, om te bidden dat de Geest het vuur in ons hart en in onze Kerk mag aanblazen.

En wat is dat dan voor een vuur? Het is om te beginnen een vuur van de liefde. Niet een goedmoedige, zoetsappige liefde, van de lieve vrede, maar een vurige liefde, die letterlijk door het vuur gaat voor de ander, voor God, voor zijn Kerk en voor de naaste. Het is ook een vuur dat schroeit en pijn kan doen, als je ziet dat het slecht gaat met de Kerk waarvan je houdt, als je merkt dat God, waar voor jou alles om draait, door de samenleving en ja zelfs door de mensen om je heen wordt vergeten of verwaarloosd of erger nog wordt beledigd en bespot. Dan doet het vuur van de liefde voor God jou pijn. Maar het is ook een vuur dat knaagt en schrijnt in jezelf in je geweten als je diep van binnen weet dat je iets echt fout hebt gedaan. En het is een vuur dat pijn doet als een verlangen naar geluk en schoonheid of aandacht in jouw wereld niet vervuld wordt.

De heilige Geest probeert als het ware het vuur in onze ziel aan te blazen, door een verlangen te laten branden naar een wereld van vrede, een wereld van liefde, zoals die bijvoorbeeld door Jesaja wordt vertolkt: het is bijna niet voor te stellen en wereldvreemd dat koe en berin, wolf en lam, lam en rund, zuigeling en adder vriendschap sluiten. ‘Niemand doet meer kwaad op mijn heilige berg’, want geheel de aarde zal dan vervuld zijn met de liefde tot God, zoals de zeebodem wordt bedolven door het water. Maar die wereldvreemde en misschien onrealistische verlangens hebben mensen wel alle eeuwen door aangespoord en geïnspireerd om deze verlangens ook waar te maken en mensen doen blijven dromen. En zij hielden daarmee het vuurtje brandend. Blijven wij daarom dan ook bidden tot de heilige Geest dat deze het vuur van Gods liefde steeds weer in ons aanblaast, zowel in ons eigen hart, als in onze Kerk, die soms weg hebben van een door een laag as verstikt vuur.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers