Home » Preekarchief » Preken 2020 » Overweging Tweede Zondag van de Advent

Overweging Tweede Zondag van de Advent

De blijde boodschap! De boodschap die Jezus aan ons brengt is er één die ons wil opbeuren.

5 en 6 december 2020
Schriftlezingen: Jes. 40,1-5.9-11; 2 Petr. 3,8-14 en Mc. 1,1-8)(B)

Vandaag horen we bij monde van de evangelist Marcus het begin van de blijde boodschap van Jezus Christus. De blijde boodschap! De boodschap die Jezus aan ons brengt is er één die ons wil opbeuren: het gaat goed komen met ons, wat er ook gebeurt, in wat voor situatie wij ook zitten: het komt goed!

Maar deze woorden zijn nog niet uitgesproken of er komt al een zonderling op het toneel: Johannes de Doper, een onaangepaste figuur gekleed in kameelhaar en die zich in leven houdt met sprinkhanen en wilde honing. Hij staat kritisch tegenover de maatschappij om hem heen. Maar hij roept ons ook op tot een kritische houding. Bekeer u, kom tot inkeer! Johannes wordt hier vergeleken met een wegbereider, een bode die voor een koning werd uitgezonden om de weg te controleren waar die met zijn koets overheen moest: de ergste kuilen moesten worden gedicht, rotsblokken en grote stenen moesten worden weggehaald, zodat de koning kon komen. In geestelijke zin wordt dat dus van ieder van ons gevraagd in deze adventstijd. Waar stuit de koets van koning Christus bij ons, bij u en mij op een rotsblok of kuil, waardoor Hij niet binnen kan rijden?

Die rotsblokken en kuilen voelen we als we de woorden, de boodschap van Jezus in ons hart proberen binnen te laten komen. Als Jezus zegt: ‘Vergeeft elkander!’, bij wie heb je moeite om te vergeven? Daar ligt dan een rotsblok op je weg. Als Jezus zegt: ‘Oordeelt niet, opdat je niet geoordeeld wordt’, over wie heb jij scherpe oordelen en je mening klaar? Daar ligt een valkuil op je route! Als Jezus zegt dat het voor een rijke moeilijk is om het rijk der hemelen binnen te gaan: zitten wij soms ook vast aan ons geld en ons goed? Daar ligt een struikelblok op ons parcours. En als Jezus zegt dat we van het huis van God geen rovershol moeten maken: hoe is het met onze eerbied voor God, zijn gebod en het doen van de wil van de Vader? En als Jezus de Farizeeër berispt die zo vol is van zichzelf, maar de nederigheid en de bescheidenheid van de tollenaar prijst, hoe is het dan met ons gesteld, hoe bescheiden en nederig waren wij zelf?

Kortom: maak de kuilen dicht, haal de stenen weg, dat is de oproep van Johannes de Doper, die dus zelf duidelijk afstand neemt van de maatschappij van zijn tijd, levend in de woestijn met een raar dieet en vreemde kleding. Ook daarmee zegt hij iets: als de maatschappij ons referentiekader is, als we vinden wat ze zeggen in de media, als we doen wat de influencers zeggen dat we moeten doen, dan zijn de media, de influencers onze bijbel, en niet het woord van de Heer, niet de boodschap van het evangelie.

Johannes roept ons op deze tweede zondag van de advent op tot inkeer te komen door afstand te nemen van wat mén denkt, van wat mén vindt en van wat mén doet. Het is een oproep om zélf na te denken, maar dan wel gelóvig na te denken, geïnspireerd door het woord van de Heer, door de boodschap van het evangelie.

Die oproep van Johannes de Doper in zijn kameelharen pij stelt ons de vraag of we misschien verburgerlijkt zijn, geen zout der aarde meer zijn, maar aarde geworden en aards. Inderdaad komt in Nederland uit onderzoeken en enquêtes steevast naar voren dat de standpunten en visies van katholieken in onze maatschappij nauwelijks verschillen van die van andere mensen, dus het meest overeen komen met het algemeen gemiddelde, met wat men denkt en vindt. Waar is dus de katholieke godsdienstige identiteit gebleven? Zijn wij niet te veel aangepast aan de rest en daardoor niet meer onderscheidend?

De doop zien wij in de christelijke traditie als een teken van een nieuw begin. Een nieuw begin dat God altijd weer bereid is met ons te maken. Dat is het cadeau dat Hij als Sinterklaas zomaar voor niets aan ons geeft. En aan ons vraagt Hij slechts of wij dit willen ontvangen en of wij willen inzien dat onze manier van leven misschien toch een beetje aan vernieuwing toe is, steeds weer opnieuw. Johannes noemde dat een doopsel van bekering. Maar hij wilde niet het laatste woord hebben: de bekering die hij predikte was slechts een weg om uit te komen bij waar het werkelijk om gaat. Hij maakte zichzelf daarbij klein, hij achtte zichzelf niet eens waardig om de sandalen van Jezus los te maken. Daarmee gaf hij ook een hint van wie Jezus eigenlijk is. Jezus zal jullie dopen met de heilige Geest, zo zegt Johannes van Jezus. En wie alleen kan die Geest van God schenken, dan God zelf? Zo doet Johannes bij ons toehoorders de gedachte groeien dat het niet zomaar een mens is die wij te verwachten hebben met Kerstmis, maar de Eeuwige God. Met Kerstmis mogen we verwachten dat God opnieuw in ons geboren gaat worden. Een groot goed, maar ook iets dat een opdracht inhoudt om kuilen en obstakels uit ons midden weg te halen.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers