Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging eerste zondag van de veertigdagentijd

Overweging eerste zondag van de veertigdagentijd

Gods onvoorwaardelijke ‘ja’ tegen de wereld en tegen de mens. Dat is eigenlijk de kernboodschap van deze veertigdagentijd.

20 en 21 februari 2021 

Schriftlezingen: Gen. 9,8-15,1 Petr. 3,18-22 en Mc. 1,12-15)(B)

Gods onvoorwaardelijke ‘ja’ tegen de wereld en tegen de mens. Dat is eigenlijk de kernboodschap van deze veertigdagentijd. En het is misschien ook wel de kernboodschap van de gehele Schrift. En dat onvoorwaardelijke ‘ja’ komen we vandaag tegen in het eenzijdige verbond van God met Noach, met zijn familie en met de dieren. Het is een plechtige toezegging aan Noach en aan alle levende wezens die met hem in de ark waren, dat er nooit meer een vernietigende zondvloed komt. De regenboog in de wolken is het teken van dit verbond. Het besef aan allerlei bedreigingen tijdens je leven bloot te staan is algemeen menselijk. Gods onvoorwaardelijke ‘ja’ aan zijn eigen schepping, zijn grenzenloze liefde en trouw is dan ook de enige gelovige zekerheid die een catastrofe of misstap dragelijk maakt.

Want laten we eerlijk zijn. Het leven van veel mensen is zwaar en moeilijk. Hoeveel mensen zitten niet financieel volledig aan de grond. Kleine winkeliers en bareigenaren: van alles geprobeerd, nu al bijna een jaar lang, maar er lijkt maar geen licht in de tunnel te komen. Het is om moedeloos van te worden. En een ander echtpaar probeerde zich afgelopen dagen voor te bereiden op de spoedige dood van de echtgenoot. En dan maar vast afscheid nemen. De man vertelde dat hij gewoon niet wist wat hij moest zeggen toen zijn beste vriend bij hem op bezoek was. Ja, wat moet je in godsnaam zeggen? En wat is dan afscheid nemen? Het is ongelofelijk moeilijk. Rampspoed en catastrofe, vele mensen hebben daar mee te maken. En u en ik misschien morgen ook.

En wat maakt rampspoed en catastrofe dragelijk? Dat is de liefde. Het samen dragen van het leed. Ik kon dat heel treffend vaststellen bij dat echtpaar dat zich voorbereidde op de dood van de man. Het ene moment was de een weer sterk en kon de ander troosten en het andere moment andersom. Zo wisselden zij elkaar steeds af. En vervolgens kon de vrouw op een bepaald moment zelfs zeggen: ‘Omdat ik zoveel van je hou, kan ik je laten gaan. En wil ik je deze pijn niet aandoen’. Liefde. Maar dan wel in de juiste volgorde. De apostel Johannes schrijft het in zijn eerste brief zo: ‘Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad’. Zijn liefde gaat aan onze liefde vooraf. Het verbond met Noach is het allereerste verbond waarover in de Bijbel sprake is. God verbindt zich ertoe, het leven op aarde niet te verwoesten. Zonder voorwaarde vooraf zegt Hij onvoorwaardelijk ‘ja’ tegen de wereld en tegen de mens. Zonder voorwaarde, zonder er ook maar iets voor terug te vragen.

Deze liefde was dan ook feitelijk het enige dat ik pastoraal in kon brengen bij het echtpaar dat ik deze week ontmoette. Er is een God die zich binden wil, een God die van ons houdt en die ons vergeeft en die onze naam in de palm van zijn hand heeft geschreven. Een liefhebbende God. En wij kunnen ons niet de geringste voorstelling maken van zijn liefde. Onze liefde is maar lapwerk in vergelijking met zijn liefde. Want Hij zal aanvullen wat er aan ons ontbreekt en vergeven waar wij tekort in zijn geschoten. Want wij kennen Hem als een scheppende God, die dag na dag ‘zag dat het goed was’, die de mens wilde en zegende en hem heel zijn schepping toevertrouwde (Gen. 1). Het is de God wiens wijsheid bij de schepping ‘danste en speelde voor Gods aangezicht’ en ‘haar vreugde vond bij de mensen’ (Spr. 8,22-31). En er was ook helemaal niets dat God verplichtte om te scheppen. Hij deed het in grote vrijheid en datgene wat er is: Hij schiep het niet op grond van kansberekening of uit pure verveling of uit willekeur, neen, alles wat er is, is ontsproten uit een liefhebbend hart.

De Geest van dit liefhebbende hart, diezelfde Geest dreef Jezus in de evangelielezing naar de woestijn. Hij verbleef daar ‘bij de wilde dieren en de engelen’. En juist in de woestijn waar het echt op je vasthoudendheid aankomt, ging Jezus niet door de knieën voor alle beproevingen en verleidingen van satan. De beproevingen en verleidingen van het snelle geld, de ontrouw en het machtsmisbruik. Hij bleef trouw aan Gods bedoeling en aan Gods wil. En dat deed Hij omdat Hij wist dat God, zijn Vader, trouw zal blijven en zich voor altijd en onvoorwaardelijk verbonden heeft met de wereld en de mens. Hij laat de wereld en de mens niet vallen. Van die verbintenis, van dat verbond zal Jezus de getuige in optima forma zijn als Hij zijn kruisweg gaat naar Golgotha en zijn leven zal geven aan het kruis.

Maar voor het zover is gaat Hij naar Galilea om er Gods blijde boodschap te verkondigen: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij’, zei Hij daarbij. En dan zal Hij tekenen stellen van dat Rijk Gods, tekenen van herstel van leven en tekenen van herstel van liefde tussen mensen. En die tekenen kunnen ook nu nog mensen op de been houden. Die kunnen ook nu nog mensen kracht geven, troosten, helpen omdat zij weten dat God met hen meeloopt, omdat zij weten dat God hen draagt en dat Hij trouw is tot over de dood heen. En wij kunnen die tekenen zijn.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers