Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging Hoogfeest Openbaring des Heren

Overweging Hoogfeest Openbaring des Heren

Een grote dag voor alle christenen is het feest van de Openbaring des Heren

2-1-2021

Schriftlezingen: Jes. 60,1-6; Ef. 3,2-3a.5-6 en Mt. 2,1-12)(B)

Een grote dag voor alle christenen is het feest van de Openbaring des Heren, met de drie wijzen uit het Oosten die na de arme herders het Kind bezoeken en die ons duidelijk maken dat de geboorte van Jezus van universele betekenis is. De drie wijzen symboliseren de verschillende rassen en talen en volken en leeftijden, de een jong, de ander van middelbare leeftijd en een senior. Zo wordt ons aangegeven dat Jezus Christus voor iedereen geboren is: rijk en arm, oud en jong, van welke huidskleur of afkomst we ook zijn. Jezus Christus, de Verlosser, is er voor iedereen; dit Kind werd geboren voor allen; niemand is te slecht, te goed, te dik, te dun, te zus of zo, nee, ieder mens wordt uitgenodigd, opgeroepen Hem te aanvaarden, Hem na te volgen, zijn boodschap en Hemzelf in het hart te sluiten.

Met Kerstmis vierden we dat God ons menselijk bestaan heeft aanvaard, radicaal en voorgoed. De menswording van Jezus is een definitieve keuze. Jezus is iemand die altijd van ons zal houden, wat er ook gebeurt. Hij kent ons door en door, want Hij is zelf mens. In alles aan ons gelijk, behalve in de zonde.

Maar we ervaren allemaal dat het niet zo gemakkelijk is in onze tijd om deze blijde boodschap door te geven. Bijna iedereen heeft de ervaring dat kinderen, kleinkinderen, broers en zussen, neven en nichten, vrienden en kennissen heel vaak het geloof in Jezus en de Kerk zijn kwijt geraakt. Dat is helaas een van de karaktertrekken van een geseculariseerde en ontkerkelijkte samenleving. En hoewel wereldwijd het percentage gelovige mensen constant stijgt, is dat in ons land en in West-Europa niet zo. Niemand twijfelt aan het bestaan van koningen en farao’s van lang geleden, maar als het om feiten gaat die met geloof en Kerk te maken hebben, wordt dat vaak afgedaan als sprookjes.

Wij zullen dus moedig moeten zijn om voor ons geloof uit te komen. We krijgen het geloof niet meer doorgegeven door scholen of door een gelovige sfeer in de maatschappij. Geloven is tot de privésfeer teruggedrongen. Het wordt dan ook steeds meer een persoonlijke ontdekkingsreis, zoals dat was bij de wijzen uit het Oosten.

De evangelist Matteüs haakt aan bij zo’n ontdekkingsreis en richt zich daarbij vooral op de vraag: ‘Wie gaat meedoen in het levensverhaal van Jezus van Nazareth?’ Wie wil erbij horen? Hij laat zien hoe Jozef daar zijn plaats in gaat innemen door de naamgeving van Jezus en hij laat zien hoe mensen van verre –‘uit het Oosten’- daar een rol in gaan spelen. Er worden dus grenzen overschreden. Maar Matteüs laat daarnaast ook het tegenbeeld zien in de persoon van Herodes die het kind Jezus wil doden. En in de hogepriesters en de Schriftgeleerden tekent Matteüs nog een derde reactie: mensen die niet door Jezus geraakt willen worden.

Matteüs vertelt over een aantal magiërs – hij noemt geen concreet aantal – die een ster gaan volgen. Zij hebben daar een bijzondere betekenis in ontdekt. Die ster vertelt hun over een pasgeboren koning van de Joden. Zij zijn een onbekend avontuur, een onbekende toekomst tegemoet gegaan, erop vertrouwend dat zij geleid zouden worden en zouden komen waar zij wezen moesten. Zij durven dus van hun plaats te komen, vaste kaders los te laten, op zoek te gaan.

Zij zoeken het koningskind ten paleize, de in hun ogen aanvankelijk meest waarschijnlijke vindplaats. Maar zij treffen een vorst die van niets weet. Hij schrikt. En heel Jeruzalem met hem. Deze vermelding van Matteüs wordt begrijpelijk tegen de achtergrond van wat de historicus Josephus Flavius over hem vertelt namelijk dat Herodes een zeer achterdochtig man was, bang dat mensen hem zijn macht zouden afnemen.

Herodes laat dan ook een groot aantal geestelijke leiders komen om van hen te vernemen waar de Messias geboren zou worden. We zien meteen de tegenstelling. De magiërs informeren naar een koningskind, Herodes vraagt naar de geboorte van de Messias. Hij voelde zich kennelijk meteen al bedreigd door de bijzonderheid van de pasgeborene. Inmiddels is het dan al de vijfde keer dat de term ‘Christus’ wordt gebruikt in het evangelie (1,1.16.17.18). Het is de bedoeling van Matteüs om aan te geven dat Jezus deze langverwachte Godsgezant is.

Dan treedt Herodes opnieuw in gesprek met de magiërs. Hij laat hen met een opdracht naar Bethlehem gaan. Ze moeten op zoek gaan naar het kind en hem daarna verslag komen doen, opdat ook Herodes het kind kan gaan eren. Nadat de magiërs zijn weggegaan, leidt de ster hen verder. Zij vinden het kind en zijn moeder Maria. Jozef blijft ongenoemd. Matteüs spreekt van hun grote vreugde, zoals ook in Jesaja 60 van vreugde sprake is. Zij hebben het gevonden!

De vindplaats is een huis. Dat verschilt van Lucas. De magiërs eren het kind met hun meegebrachte geschenken: goud, wierook en mirre. Zoals ook de koningen uit Psalm 72 de vorst van Psalm 72 met geschenken komen vereren. We kennen de eerste twee geschenken uit Jesaja 60, als geschenken van de volken. Matteüs voegt mirre toe. De mirre komt helemaal aan het eind van het Matteüsevangelie terug, bij de zalving door een vrouw. Door Jezus met mirre te zalven bereidt zij zijn begrafenis voor. Daar preludeert Matteüs hier op.

En opnieuw wordt van Hogerhand in een droom ingegrepen in de gebeurtenissen. Zo wordt de pasgeborene beschermd. De magiërs gaan niet meer bij Herodes langs. Zij zijn andere mensen geworden. En wij? Worden wij ook andere mensen? En willen wij op deze persoonlijke ontdekkingsreis?

Amen.
© 2021 Sandor Koppers