Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging Hoogfeest van de Heilige Drie-Eenheid

Overweging Hoogfeest van de Heilige Drie-Eenheid

We hebben een naam, een verhaal en we hebben Jezus.

29 en 30 mei 2021

Schriftlezingen: (Deut. 4,32-34.39-40; Rom. 8,14-17 en Mt. 28,16-20)(B)

Hoe gaan wij mensen in hoop en vrees door het leven, in goede en in kwade dagen? Hoe ongewis kan ons leven zijn? Vandaag hebben wij alles op de rit en morgen kan het allemaal anders zijn. En is het mogelijk dat er een God is – en wie is God dan, bestaat Hij wel? Reikt Hij ons de hand, gaat Hij met ons mee? Ik werp nu allemaal zoekende vragen op. Zoekende vragen waar alleen maar een zoekend, tastend antwoord op kan zijn. Want veel aanwijzingen hebben we niet. Althans, het is maar hoe je het bekijkt. We hebben een naam, een verhaal en we hebben Jezus. Het is net als met echte vrienden, als je die gaat tellen hou je ook altijd vingers aan je hand over. Zo sober, zo pover is het gesteld. Maar wat er is, is van blijvende waarde!

Hoe gaan mensen door het leven? Wat geeft ze steun en kracht? De liefde en zorg van familie en vrienden? Mijn pastorale ervaring laat op dat terrein een gemengd beeld zien. Soms zijn ze er die familieleden, die kinderen en kleinkinderen en die vrienden, maar vaak zijn ze er ook niet. En God dan? Is Hij de grote aanwezige, de grote steun en toeverlaat in het leven van mensen? Of is Hij juist de grote afwezige als het erop aankomt? Ook wat God betreft is er dus een gemengd beeld. Het is maar wie je ernaar vraagt.

Hoe dan ook zijn onze vragen uiteindelijk dezelfde vragen als de vragen van de mensen duizend jaar geleden of tweeduizend jaar geleden of drieduizend jaar geleden. En altijd komen die vragen op een punt neer: wie ben ik en wie ben ik ten opzichte van de ander? Met of zonder hoofdletter. En mensen voor ons hebben die vragen proberen te beantwoorden. En van hun antwoorden kunnen wij proberen te leven. Luister maar. 

Zo is het eerste wat een orthodoxe jood zijn pasgeboren kind in de oren fluistert niet ‘ik hou van jou, wat ben jij mooi’, maar een belijdenis van het geloof van het volk Israël. Nog voor het kind in slaap wordt gewiegd, wordt het vertrouwd gemaakt met het geloof dat er een God is. En dat die God van hem houdt. En die God hebben zij leren kennen in hun eigen geschiedenis. In hun eigen wetenswaardigheden. In de noodkreet van de verdrukte slaven in Egypte. En hun voorman Mozes heeft die God sprekende ontmoet in een brandend braambos. God was niet als de goden van Egypte die altijd partij kozen voor de sterken. God daalt juist van zijn troon af om zich te identificeren met de zwaksten. Hij is weliswaar de Hoogverhevene, de Almachtige, de Heilige die woont in den hoge, maar Hij voelt zich nog het meest thuis in het gebroken hart van de kleinste mens.

En deze God die liefde is heeft het volk Israël bevrijd uit Egypte, ‘met sterke hand en opgeheven arm’. Hij heeft hen heel die woestijntocht begeleid. Overdag in een wolkkolom en ’s nachts in een vuurzuil. Hij heeft hen water gegeven uit de rots en Hij heeft hen manna te eten gegeven. En Hij heeft met hen een verbond afgesloten. Ik ben jullie God en jullie zijn mijn volk.

Dus tussen alle volkeren heeft God speciaal het volk Israël uitverkoren als zijn eigen volk. Niet op grond van de bijzondere verdiensten van het volk Israël, maar zomaar uit pure genade. Zij hebben het onverdiend verkregen. Maar zijn hierdoor wel geroepen tot trouw aan het verbond en aan alles wat daarmee samenhangt. En als het volk Israël trouw blijft aan het verbond, dan zullen zij en hun kinderen lang en gelukkig leven.

En dit alles wetende betekent God kennen, erkennen dus zelf ook opkomen voor de armen en de behoeftigen. Als God zich laat kennen als degene ‘die recht doet aan weduwen en wezen en die aan vreemdelingen zijn liefde bewijst…’ dan moeten wij ook de vreemdeling en zwakke in ons midden liefde bewijzen.

Via het verhaal van Jezus van Nazareth zijn wij meer dan ooit in aanraking gekomen met geheim van die unieke God van Israël. Want wat men over God kon zeggen, ging men ook over Jezus zeggen. Zie het evangelie van deze zondag, waar Matteüs Jezus deze woorden in de mond legt: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde’ en ‘Ik ben met u alle dagen’. ‘Ik ben met u’ zonder twijfel een verwijzing naar de prachtige beloftevolle naam van God: ‘Ik-zal-er-zijn-voor-u’.

Wat we hebben zijn dus woorden, zijn dus verhalen. Wat we hebben is Jezus. Aanknopingspunten die ons wellicht op het spoor brengen van de unieke God van Israël die wij als nooit tevoren in Jezus hebben leren kennen en wiens goede Geest ons blijvend wil bezielen. En die ons in de wisselvalligheden van het leven op onze weg wil begeleiden in hoop en vrees, in goede en kwade dagen.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers