Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging tweede zondag van Pasen

Overweging tweede zondag van Pasen

De gelijkenis die Jezus vandaag vertelt is behoorlijk verontrustend.

10 en 11 april 2021

Schriftlezingen: Hand. 4,32-35; 1 Joh. 5,1-6 en Joh. 20,19-31)(B)

Weet u dat u een tweelingbroer heeft? Tomas heet hij, maar hij wordt ook Didymus genoemd, wat Grieks is voor ‘tweeling’. U kunt het niet volgen? Wel, Tomas is een man die zekerheid wil. Zichtbare, tastbare zekerheid. En tegelijk is hij een mens die wil geloven in de opgestane Heer. Daardoor is Hij in zichzelf verdeeld: enerzijds gelooft hij en wil hij graag geloven, anderzijds heeft hij er moeite mee. Hij is, zoals zijn naam zegt, een mens in tweevoud, misschien zelfs innerlijk verscheurd. Daarmee maakt hij duidelijk dat geloven niet vanzelfsprekend is. Geloven is namelijk: afzien van zichtbare en tastbare bewijzen. Geloven is een avontuur, een sprong in het diepe met vertrouwen in de uitkomst.

Als het gaat om geloof en gebrek aan geloof, om twijfel, dan is Tomas inderdaad onze tweelingbroer. Want laten we wel wezen, zijn wij zelf altijd zo zeker van ons geloof? Elke dag opnieuw wordt ons geloof bevraagd en beproefd. Allereerst door de dagelijkse portie menselijk leed in de wereld en in ons eigen leven, maar ook door de mensen om ons heen: ‘Jezus is opgestaan uit het graf? Maak dat de kat maar wijs! Geloof jij echt nog in die sprookjes?’.

En dan zou je wensen dat God wat duidelijker was, ons meer tekenen gaf. Gaf Hij ons maar eens een teken of bewijs dat wat we geloven echt geen illusie is of sprookje. Ja, op zulke momenten is Tomas wederom onze tweelingbroer. En hoe ver van onze leefwereld is dat het idyllische beeld van de eerste christengemeenschap in de Handelingen van de apostelen? Ze bezaten alles gemeenschappelijk, lezen we, maar nog belangrijker: ze waren eensgezind in de beleving van hun geloof. Waar kom je dat nog tegen? Geen spoor van twijfel of verdeeldheid waardoor Tomas en wij getekend zijn.

Maar is Tomas wel de ‘ongelovige Tomas’ waarvoor wij hem vaak verslijten? Waarom is hij er bijvoorbeeld niet bij als Jezus voor het eerst sinds zijn dood weer bij zijn leerlingen komt? Uit desillusie of ongeloof? Of uit diepe rouw en verdriet? Of ergert hij zich juist aan het verdriet, de angst en de verslagenheid van zijn medeleerlingen? Toen ze met Jezus naar Jeruzalem optrokken, was hij het nota bene die tot de anderen zei: ‘Laten we gaan om met Hem te sterven!’. Dat zegt wel iets over zijn nauwe verbondenheid met Jezus. Tegelijk kan het ook betekenen dat hij niet verder kan kijken dan het kruis. Dat is immers het laatste wat hij van Jezus heeft meegemaakt. Misschien was daardoor zijn interesse getemperd, hij had de boel al opgegeven en bij wijze van spreken zijn lidmaatschap al opgezegd. En dus restte er niets anders dan: als ik zijn wonden niet kan zien en voelen, zal ik niet geloven!

Toch is Tomas er een weekje later wel weer bij. Hij kon zijn vrienden denk ik toch niet missen, en zij hem ook niet. En dan gebeurt er iets opmerkelijks. Jezus nodigt hem ertoe uit diens wonden te bekijken en ze aan te raken. Maar Tomas lijkt dat ineens niet meer nodig te hebben. Er staat namelijk niet dat hij Jezus aanraakt, maar alleen dat hij uitroept: ‘Mijn Heer en mijn God’. Die uitspraak is een superkrachtige geloofsbelijdenis. Vanaf nu kan Tomas verder kijken dan het kruis, vanaf dat moment heeft Tomas zijn innerlijke verscheurdheid overwonnen. Hij is niet langer een tweevoudig mens.

Er wordt dan ook wel eens gezegd dat met Tomas een nieuwe tijd aanbreekt voor hen die in Jezus geloven en Hem willen volgen. De tijd van het zien en van de lijfelijke aanwezigheid van Jezus houdt op, de tijd van geloven begint. Jij gelooft omdat je kunt zien, zegt Jezus tegen Tomas, maar werkelijk te prijzen zijn de mensen die niet zien en toch geloven. En inderdaad, Tomas kan Jezus zien en aanraken, mar tegelijk herkennen we in hem al de zoekende en twijfelende mens die we zelf zijn, mensen voor wie een lijfelijke ontmoeting met Jezus niet mogelijk is.

Staat geloof dan op gespannen voet met zekerheid? Toch niet. De lezingen van vandaag reiken ons wel degelijk een vorm van zekerheid aan, namelijk vertrouwen. Vertrouwen is het fundament én het cement van ons geloof, maar ook van onze samenleving, tot en met de politiek en het vaccinatiebeleid toe. Vertrouwen in de opgestane Heer en in elkaar hield de leerlingen van het eerste uur bij elkaar, en zorgde ervoor dat ze wonderen van medemenselijkheid konden verrichten. En dat alles is geschoeid op het vertrouwen dat God ons liefheeft. Als mensen zeggen ‘Ik hou van je’, betekent dat niet altijd evenveel, dat kunnen we vaak uit eigen ervaring zeggen. Als een leraar tegen de klas zegt ‘Ik hou van jullie allemaal’ of als een moeder van een groot gezin zegt ‘Jullie zijn mij allemaal even lief’, dan nog kun je toch nog vragen: ja, maar, hou je ook van mij? Bij God is dat anders. Hij houdt van ieder van ons, niet in het algemeen, maar met een persoonlijke liefde. Soms denken mensen dan en heel vaak zeggen ze dat ook ‘Maar hoe kan dat nou?’. Kijk eens hoe groot het heelal is, miljoenen planeten, miljarden sterren, en hoeveel mensen wonen er wel niet op de aarde? Zou Hij dan zich om mij bekommeren, zou Hij mij echt zien staan? Het is vaak moeilijk om te geloven dat je echt wordt bemind, zonder dat we bij het volgende foutje uit die liefde kunnen vallen. Maar bedenk dan: Hij is God, Hij is geen mens. We moeten niet in menselijke categorieën aan Hem denken. Het kruis is een teken van Gods liefde, een weg naar het leven, de verrijzenis. In die geest hoop en bid ik dat ieder die naar het kruis kijkt weer een beetje moed en hoop zal vinden en zal weten dat hij door God wordt bemind. Moge Tomas, onze tweelingbroer, ons daarbij tot hulp en voorspraak zijn!

Amen.
© 2021 Sandor Koppers